NOS Nieuws•
Exact 150 jaar geleden werd in Boston het eerste telefoongesprek gevoerd door de Schotse uitvinder Alexander Bell. In de hoorn sprak hij de beroemd geworden woorden tegen zijn collega: “Mr. Watson, come here. I want to see you.” Sindsdien heeft de telefonie een grote opmars gemaakt en is er veel veranderd.
“De eerste telefoontoestellen waren van hout en die hingen eigenlijk altijd aan de wand. Die waren ook vrij groot”, zegt Bob Groenewoud. Hij is vrijwilliger bij het Houweling Telecom Museum in Rotterdam. De verbinding kwam toen tot stand door het steken van stekkers in gaatjes.
De beller nam dan contact op met een telefooncentrale en verzocht de telefoniste om met een nummer te verbinden. “Daarna kwamen de telefoons in bakelietuitvoering en de kiesschijf met automatische telefonie.” Dat was rond 1900.
Zo veranderde de telefoon door de jaren heen:

Zo veranderde het bellen door de jaren heen
Het eerste openbare telefoonnetwerk werd in Nederland op 1 juni 1881 geïntroduceerd, vijf jaar na het eerste gesprek van Bell. Toen waren er slechts 49 abonnees en hadden telefoonnummers nog maar twee of drie cijfers. Dat veranderde na 1931, weet vrijwilliger Arnold Abels. “Toen kwamen de eerste telefooncellen in de straat, waardoor bellen voor iedereen bereikbaar werd.” Door muntgeld in het apparaat te werpen, kon je bijvoorbeeld contact opnemen met het thuisfront.
“Zo kon je met iedereen in de wereld contact krijgen”, zegt Abels. “Vroeger was je wereld beperkt tot de straat en met de telefoon kon je overal komen.” Het aantal telefooncellen groeide in heel Nederland tot ongeveer een totaal van 20.000 begin jaren 90. Door de opkomst van het mobieltje en later de smartphone werd in 2008 besloten dat telefooncellen niet meer nodig waren. Omstreeks 2016 of 2017 was de laatste telefooncel verdwenen.
Operatie Decibel
Doordat steeds meer huishoudens een eigen telefoon in huis kregen, dreigde in 1985 het aantal telefoonnummers op te raken. Daarom werden in een landelijke omnummeringsactie alle bestaande vaste telefoonnummers vervangen door een tiencijferig telefoonnummer. Iedereen kreeg een omnummerboekje in huis om te zien wat de nieuwe nummers waren.
“Dat heette Operatie Decibel, een belangrijke en ingrijpende gebeurtenis”, zegt Rex Leijenaar van Autoriteit Consument en Markt (ACM). De toezichthouder beheert de nationale telefoonnummervoorraad en publiceert regelmatig de telecommonitor. Daaruit bleek dat zo’n tien jaar geleden nog ruim zeven miljoen huishoudens een vaste telefoonaansluiting hadden. “Nu zijn het er nog maar 3,8 miljoen.”
Zo ging dat vroeger: autotelefoons, telefooncellen en eerste mobiele telefonie:
Dat betekent niet dat mensen minder bellen. “Het totale aantal minuten dat mensen bellen blijft redelijk constant. Mobiel bellen neemt vast bellen bijna volledig over”, zegt Leijenaar. In deze cijfers is internetbellen via bijvoorbeeld WhatsApp niet meegenomen. “Dus we kunnen aannemen dat er zelfs meer wordt gebeld.”
Vrijwilligers Groenewoud en Abels constateren toch iets anders. Zij zien dat jongeren de smartphone voor van alles gebruiken, behalve bellen. Toch blijft bellen broodnodig, vinden ze. “In het sociale contact is het horen van de intonatie in iemands stem heel belangrijk. Dat is toch wat je mist in een whatsappberichtje”, zegt Abels.
Op dit moment zijn er 26 miljoen mobiele aansluitingen in Nederland in gebruik en zijn er nog 6,8 miljoen mobiele nummers beschikbaar. Een nieuwe Operatie Decibel lijkt dus voorlopig niet aan de orde.

