NOS Nieuws•
Een man uit Reuver is in hoger beroep veroordeeld tot 21,5 jaar cel voor het vermoorden van zijn vrouw en in brand steken van haar lichaam in 2022. Die straf is aanzienlijk hoger dan de 14 jaar cel waar hij twee jaar geleden toe werd veroordeeld in de rechtbank.
Dat verschil komt doordat de rechtbank de man veroordeelde voor doodslag. Het gerechtshof komt nu in hoger beroep tot een ander oordeel: moord. Dat betekent dat het hof concludeert dat de man zijn vrouw met voorbedachten rade om het leven heeft gebracht.
Het gaat in deze zaak om de moord op Sawsan Mhamdi (35). Haar lichaam werd op 15 juni 2022 brandend aangetroffen onder een viaduct in het Duitse Münster-Sarmsheim, op 245 kilometer van het Limburgse Reuver. Pas in oktober kon het slachtoffer worden geïdentificeerd aan de hand van een vingerafdruk. In diezelfde maand werd haar man aangehouden.
Dominante en controlerende man
Enkele dagen na de vondst meldde haar echtgenoot Ahmed I. zijn vrouw al als vermist bij de politie. Hij verklaarde toen dat zijn uit Tunesië afkomstige vrouw zou hebben gewacht tot zij haar Nederlandse paspoort had gekregen en vervolgens vrijwillig met een andere man zou zijn vertrokken.
Maar uit het dossier kwam en ander beeld naar voren, dat van een ongelijkwaardige relatie met een dominante en controlerende man. Hij hield haar en haar omgeving nauwlettend in de gaten. Mhamdi leefde in angst en werd geregeld mishandeld.
Volgens het hof kocht haar man enkele weken nadat zij haar Nederlandse paspoort kreeg en zij zei dat ze hem wilde verlaten, benzine, een aansteker en grote vuilniszakken. Dat wijst volgens de rechters op een vooropgezet plan.
Voorbeeld van femicide
Het hof stelt dat de zaak gezien kan worden als een voorbeeld van femicide en noemt het een van de meest aangrijpende gevallen van dodelijk partnergeweld, schrijft regionale omroep L1(opent in nieuw venster).
“Met de moord op zijn vrouw heeft hij tevens onherstelbaar leed en onomkeerbaar verlies toegebracht aan de twee zoontjes en de familie van het slachtoffer”, aldus het hof. “Door de wijze waarop hij met het stoffelijk overschot is omgegaan, heeft hij hen de mogelijkheid ontnomen om op een waardige wijze afscheid te nemen.”

