NOS Nieuws•
Vandaag een jaar geleden kondigde president Trump hoge importheffingen aan. ‘Liberation Day’, noemde hij het: bevrijdingsdag. De heffingen moesten de Amerikaanse economie helpen. Een importheffing is een belasting op een product uit het buitenland. Die moet betaald worden door het bedrijf dat het product importeert.
Er volgde een jaar vol dreigementen, onderhandelingen, uitstel, verdere verhogingen, verlagingen, rechtszaken en gerechtelijke uitspraken. Het resultaat is dat er fors hogere importheffingen in de VS betaald worden dan voor Trumps aantreden. Vier vragen over één jaar handelsoorlog.
Wat is de situatie nu?
Bij Trumps aantreden in januari 2025 was de gemiddelde Amerikaanse importheffing minder dan 3 procent. In de eerste maanden liep die al op, voor bijvoorbeeld staal kondigde hij in maart al verhogingen aan. Daarna kwamen de massale verhogingen in april.
Afgelopen februari verbood het hooggerechtshof de ‘Liberation Day’-heffingen. Trump gebruikte een wet die voor noodsituaties geldt en daarvan was volgens de rechters geen sprake.
Daarop voerde Trump meteen opnieuw minimumheffingen in van 10 procent wereldwijd, op basis van een andere wet. Die heffingen zijn tijdelijk, na 150 dagen moet het Congres stemmen over verlenging.
Wie betaalt?
Vooral Amerikaanse consumenten en bedrijven zijn duurder uit, blijkt uit berekeningen van de Amerikaanse centrale bank. Eind 2025 werd slechts 14 procent van de heffingen ‘betaald’ door buitenlandse bedrijven die exporteren naar de VS. Ze verlagen dan prijzen om concurrerend te blijven en maken daardoor minder winst.
Het overgrote deel, 86 procent, wordt betaald door consumenten en bedrijven in de VS. Buitenlandse bedrijven berekenen de heffingen dus door.
Volgens een Amerikaanse denktank zijn nu vooral consumenten de dupe. In het begin draaiden met name importerende Amerikaanse bedrijven op voor de heffingen. Ze konden hogere prijzen niet meteen doorberekenen, maar dat lukt ze steeds beter. Sinds eind 2025 zijn het vooral Amerikaanse consumenten die meer betalen.
Hoeveel last hebben Nederlandse bedrijven ervan?
Volgens de Nederlandse brancheorganisatie van exporterende bedrijven verschillen de gevolgen per bedrijf. “Sommige hebben zich helemaal moeten terugtrekken uit de Amerikaanse markt”, zegt Elmar Otten van Evofenedex. “Andere konden juist kansen pakken doordat een concurrent uit een ander land nog slechter af was met een nog hoger importtarief.”
Van Nederlandse bedrijven die naar de VS exporteren, zag 23 procent de export vorig jaar dalen, zo onderzocht Evofenedex. Maar bij een groter deel, 46 procent, steeg in dit eerste jaar van hogere heffingen de exportomzet.
“Ik hoor van bedrijven wel dat ze hun verwachtingen voor de VS voor de langere termijn hebben verlaagd”, zegt Otten. “Een volgende Amerikaanse regering zal het heffingsinstrument mogelijk ook gebruiken. Dus even de Trump-regering uitzitten, zit er denk ik niet in. Het is daarom fijn dat de EU vaart zet achter handelsakkoorden met andere landen en regio’s. Onlangs waren er deals met India, Australië en Zuid-Amerikaanse landen, dat is enorm belangrijk.”
Meer Amerikaanse fabrieksbanen?
Een belangrijk doel van Trump was het stimuleren van de Amerikaanse industrie. Door spullen uit het buitenland duurder te maken, zou er meer in Amerika zelf geproduceerd worden, was het idee. Maar vooralsnog komen er geen banen bij in de industrie. Tussen april 2025 en februari 2026 is het aantal banen in de maakindustrie juist licht gedaald, met zo’n 89.000.
Volgens de Trump-regering zal de industrie op de langere termijn wel groeien. “Het kost tijd om nieuwe fabrieken draaiende te krijgen. Daarom zal het nog enige tijd duren tot we de voordelen zullen zien van de maatregelen van de president”, zegt het Witte Huis.
Onderzoek naar eerdere heffingen van Trump laat zien dat er niet geheid banen bijkomen. In zijn eerste ambtstermijn in 2021 verhoogde Trump ook sommige heffingen, met name op staal en aluminium. Buitenlands staal werd duurder, waardoor binnenlands staal aantrekkelijker werd. Het effect was toen dat er bij Amerikaanse staalproducenten banen bij kwamen.
Maar bij bedrijven die moesten overschakelen van relatief goedkoop buitenlands naar relatief duur Amerikaans staal verdwenen banen. Want hun productiekosten stegen door dat duurdere staal. Alles bij elkaar daalde het aantal banen in de industrie daardoor juist.












