NOS Nieuws•
Het kabinet moet nu echt een besluit nemen over de hypotheekrenteaftrek, omdat er vanaf 2031 anders chaos kan ontstaan. Daarvoor waarschuwen ambtenaren van het ministerie van Financiën in een rapport dat naar de Tweede Kamer is gestuurd.
Vanaf 2031 vervalt voor veel Nederlanders het recht op de maximale aftrekperiode van 30 jaar. Maar wie dat precies zijn weet niemand, want er is geen instantie die dat centraal bijhoudt.
Vooral Nederlanders met een (deels) aflossingsvrije hypotheek van voor 2013 krijgen ermee te maken, naar schatting gaat het om ongeveer een miljoen hypotheken. De ambtenaren roepen het kabinet op niet langer te wachten, omdat in de praktijk de gevolgen nu al merkbaar zijn. Zo kunnen hypotheekadviseurs door de onduidelijkheid over de toekomst eigenlijk geen goed advies meer geven.
Erfenis van kabinet-Kok
Het probleem rond de hypotheekrenteaftrek is een erfenis uit de jaren 90, toen de aflossingsvrije hypotheek een grote vlucht nam. Het was toen een goede deal: huizenbezitters hoefden niets af te lossen, maar konden wel eindeloos de maximale hypotheekrente aftrekken.
Inmiddels heeft een groot deel van de oudere Nederlanders dan ook een (deels) aflossingsvrije hypotheek:
Maar de schatkist liep door de populariteit van de aflossingsvrije hypotheek veel geld mis. Het kabinet-Kok II besloot daarom huizenbezitters vanaf 2001 nog maximaal 30 jaar rente te laten aftrekken. Alleen: over wie dat zou bijhouden, zijn geen afspraken gemaakt.
En dat heeft gevolgen voor de eerste groep Nederlanders voor wie het recht op hypotheekrenteaftrek over vijf jaar afloopt. Hoewel ze zelf verantwoordelijk zijn voor een juiste belastingaangifte, geeft ook het ministerie van Financiën toe dat het eigenlijk geen doen is.
Het is voor mensen nauwelijks meer na te gaan hoe lang zij aftrek hebben gehad op welke lening, zeker als er in de tussentijd nog bijvoorbeeld verhuizingen en scheidingen zijn geweest. De administratie is in de tussentijd vaak al in de prullenbak beland.
Belastingdienst weet het niet
Bijkomend probleem is dat woningbezitters het ook niet kunnen vragen aan instanties als banken en hypotheekadviseurs. Die mogen zulke gegevens wettelijk helemaal niet zo lang bewaren en dat geldt ook voor de Belastingdienst. Die kan de aangiftes van mensen dus eigenlijk ook niet goed controleren.
De kans is dan ook groot dat er vanaf 2031 allerlei ingewikkelde juridische procedures ontstaan. Want voor huiseigenaren staat er vaak veel op het spel: zonder hypotheekrenteaftrek kunnen de woonlasten flink gaan stijgen, juist op het moment dat voor velen de pensioenleeftijd in zicht is, het moment dat het inkomen vaak aanzienlijk omlaag gaat.
Om alle problemen voor te zijn opperen de ambtenaren in hun rapport verschillende oplossingen, die allemaal voor – en nadelen hebben. Een simpele optie is om de hypotheekrenteaftrek in 2031 in één keer voor al deze leningen te stoppen. Dat zou wel betekenen dat een grote groep woningeigenaren korter dan 30 jaar hypotheekrenteaftrek krijgt.
Andere mogelijkheid is de aftrek voor deze leningen pas in 2043 te stoppen. Sommige woningbezitters krijgen dan langer dan 30 jaar hypotheekrenteaftrek en de kosten voor de schatkist zijn naar schatting 1,4 miljard euro per jaar.
Daarnaast zijn er nog allerlei tussenvarianten en overgangsregelingen mogelijk. Zo is het ook een optie om alle aflossingsvrije hypotheken van voor 2013 om te zetten naar een annuïtaire hypotheek, waarbij mensen wel maandelijks gaan aflossen en de aftrek behouden.
Moeilijke keuze
Het kabinet staat nu voor een moeilijke keuze, zeker omdat de hypotheekrenteaftrek gevoelig ligt binnen de coalitie. De VVD wil de aftrek volledig behouden, D66 en CDA zouden die liever wat minderen. De discussie kwam gisteren nog eens extra op scherp te staan, doordat de drie partijen verschillend stemden over een motie hierover.
De ambtenaren opperen in hun rapport nog een optie, die politiek wellicht het aantrekkelijkst is: helemaal niks doen. Gevolg is dat sommige mensen in hun belastingaangifte stiekem langer aftrek zullen opgeven, terwijl anderen daar uit angst voor de gevolgen van afzien.
Onderaan de streep zou die optie de schatkist volgens een eerste, grove schatting zo’n 100 miljoen euro per jaar kosten. Ambtenaren waarschuwen wel dat het uiteindelijk niet veel goeds betekent voor de belastingmoraal.
Wat het kabinet met het advies gaat doen is nog onduidelijk. Staatssecretaris Eerenberg van Financiën (D66) belooft nog deze kabinetsperiode met een oplossing te komen, maar vicepremier Yesilgöz (VVD) houdt vol dat een besluit aan een volgend kabinet wordt gelaten.












