NOS Nieuws•
-
Anouk Lambregts
redacteur Online
-
Anouk Lambregts
redacteur Online
Steeds vaker gebruiken mensen sociale media als bron voor nieuws, bleek vandaag opnieuw uit een rapport van het Commissariaat voor de Media. Acht jaar geleden waren sociale media voor 20 procent van de 18- tot 34-jarigen de voornaamste nieuwsbron. Inmiddels geldt dat voor 33 procent van hen.
“Jongeren vertrouwen erop dat het nieuws naar hen toekomt in plaats van dat zij zelf op zoek gaan”, zegt Sanne Kruikemeier. Zij is hoogleraar Digitale Media en Samenleving aan de Wageningen Universiteit. “Ze consumeren nieuws tussen het scrollen door en gaan minder gericht op zoek.”
Uit het onderzoek van het commissariaat blijkt dat nieuwsconsumenten traditionele media vertrouwen, ook mensen die nieuws volgen via sociale media. “Ook zij kennen traditionele merken en vertrouwen die eerder dan nieuws van sociale media. In Nederland combineren we vaak nieuws: naast informatie van sociale media gebruiken we bijvoorbeeld ook nieuwsapps”, zegt Kruikemeier. Bovendien zijn alle traditionele media ook te vinden op sociale platforms.
Bekende nieuwsinfluencer
Volgens de hoogleraar zijn traditionele media meestal genuanceerder dan zogeheten nieuwsinfluencers. De mensen die in het onderzoek van het commissariaat werden ondervraagd, noemden bij influencers het vaakst de naam van Cestmocro. Dat is een Nederlandstalig Instagramaccount met 1,2 miljoen volgers dat nieuws van traditionele media verder verspreidt.
Kruikemeier: “Cestmocro bereikt veel mensen en biedt content aan op een manier die past bij jongeren.” Patricia van Rijswijk, specialist nieuwswijsheid bij Beeld & Geluid, beaamt dat. “Hun berichtgeving is behapbaar en overzichtelijk, dat doen ze goed.”
Stelling nemen
Beide deskundigen zien ook dat bijvoorbeeld Cestmocro meer nadruk legt op bepaalde onderwerpen, anders dan de traditionele journalistiek. “Als het bijvoorbeeld gaat over Gaza en Israël nemen zij heel duidelijk stelling. Dat is niet erg, maar je moet het wel herkennen”, stelt Van Rijswijk. “Al zie ik dat Cestmocro vroeger meer op de emotie inspeelde dan nu.”
Volgens de deskundigen hoeft opiniërend nieuws geen probleem te zijn, kranten hebben immers ook opiniestukken. “Er gebeurt veel in de wereld, jongeren zijn naar meningen op zoek. Opinie geeft ook betekenis aan het nieuws”, vindt Kruikemeier. “Maar het zou goed zijn als Cestmocro daar transparant over is.” Van Rijswijk: “Zorg dat duidelijk is dat iets opinie is. In een krant zie je wanneer iets een ingezonden brief of column is.”
Journalistieke normen
Ook pagina’s van veel nieuwsinfluencers zijn niet transparant. Het is van Cestmocro niet bekend wie het runt. “Wat zijn journalistieke normen van platforms en wie betaalt? Sommige platforms hebben geen redactiestatuut“, stelt Kruikemeier.
“Het NOS Journaal van 20.00 uur heeft een gezicht, correspondenten ook. En er is voor traditionele media een ombudspersoon. Dat maakt dat mensen traditionele bronnen meer vertrouwen”, zegt Van Rijswijk.
Veel mensen hebben een gezond wantrouwen bij informatie van sociale media.
Kruikemeier roept gebruikers op om zelf de informatie te checken als ze het niet vertrouwen. “Haal niet alles uit één bron. Kijk rond en verbreed jezelf. Dat is het fijne aan het internet: waar je meer over wilt weten, kun je opzoeken.” Dat gebeurt ook, zegt ze. “Veel mensen hebben een gezond wantrouwen bij informatie van sociale media.”
Informatie of bangmakerij?
Van Rijswijk traint scholen en bedrijven in hoe zij moeten omgaan met de digitale wereld. “We leren scholen, maar ook docenten, beleidsmakers of andere professionals hoe je betrouwbaar nieuws kunt herkennen en hoe je onbetrouwbaar nieuws, bedoeld om te beïnvloeden, van je af kunt laten glijden.”
“Wanneer je in je onderbuik een heftige emotie voelt bij nieuws, dan kun je jezelf afvragen wat de bedoeling is van het bericht”, legt Van Rijswijk uit. “Is het bedoeld om te informeren, is het bangmakerij of bedoeld om haat te zaaien? Wees je ervan bewust dat er verschillende manieren voorbijkomen van hoe nieuws wordt gebracht. Op sociale media gaan ook berichten rond die sterk het wij-zij-denken aanwakkeren, online polarisatie. Dat is een rode vlag.”













