NOS Nieuws
De voor Libië uiterst belangrijke oliepijpleiding die eerder deze week door een gewapende groep werd dichtgedraaid, is weer open. Pijpleiding 7, die vanaf het Sharara-olieveld in het zuidwesten naar de haven van Zawiyah in het noorden van het land loopt, werd door de Petroleum Facilities Guard (PFG) afgesloten in de hoop zo betere arbeidsvoorwaarden af te dwingen.
De PFG is een officieel erkende paramilitaire organisatie die onder het gezag staat van het Libische ministerie van Defensie. Hoewel hun voornaamste taak is om de olie-industrie van het Noord-Afrikaanse land te beschermen, gaat ze vaak over tot sabotage om hun gelijk te halen. In dit geval eisten zij hogere salarissen en betere arbeidsvoorwaarden.
De bewakers van PFG klaagden volgens Libische media al langer over dat hun loon niet is uitbetaald en over het gebrek aan goede huisvesting, matige medische zorg en te weinig schoondrinkwater in de woestijn, waar veel manschappen van de PFG werkzaam zijn. Ook eisten zij dat de PFG voortaan onder de National Oil Corporation (NOC) zou worden ondergebracht, de staatsoliemaatschappij van het land.
Door de sluiting van pijpleiding 7 daalden de olieproductie en olie-export van Libië aanzienlijk. De verstoring kostte volgens het NOC rond de 95 miljoen dollar.
Een VN-missie waarschuwde bovendien dat een langdurige afsluiting van de pijplijn de brandstoftoevoer naar elektriciteitscentrales zou platleggen, met grootschalige stroomuitval tot gevolg.
De premier van Libië, Abdul Hamid Dbeibah, kwam uiteindelijk met een tussenoplossing om de sabotage op te heffen: de salarissen van de stakers zijn gelijkgetrokken met die van militairen in het Libische leger. Wel blijft de PFG onder het ministerie van Defensie vallen, het komt dus niet onder de hoede van het NOC. Het NOC meldt dat de toevoer van ruwe olie geleidelijk aan normaliseert.










