In samenwerking met
RTV Utrecht
NOS Nieuws•
Op de kade van recreatiepark ’t Kleine Zeetje in Spakenburg is vandaag een monument onthuld voor verdronken vissers uit het dorp. Op de gedenkplaten staan 37 namen van vissers die nooit zijn teruggekeerd.
Het monument bestaat verder uit een stalen silhouet van een botter, het schip waarmee Spakenburgse vissers de zee op gingen. De slachtoffers zijn vooral jonge mannen, is te zien aan de jaartallen op de platen. Een enkeling was nog maar tien of elf jaar oud. “Ze worden nog steeds herinnerd in de families”, zegt archivaris Marianne van Twillert-de Graaf van de Historische Vereniging Bunscote. “Daarom is dit monument heel belangrijk.”
Visserij
Spakenburg heeft een rijk visserijverleden – het monument staat dan ook op de oever van wat ooit de Zuiderzee was. “Het is belangrijk om te weten hoe vroeger het geld hier werd verdiend”, zegt de archivaris. “We zijn een vissersdorp en het voortouw is genomen door de vissers die op botters de Zuiderzee op gingen.”
De Spakenburgse vissersvloot telde in de hoogtijdagen in de vorige eeuw zo’n tweehonderd schepen en vierhonderd vissers. Toen de Zuiderzee in 1932 werd afgesloten door de aanleg van de Afsluitdijk, nam de visserij af. Nu zijn er nauwelijks nog beroepsvissers in het dorp.
Het visserijverleden van het dorp moet niet te veel worden geromantiseerd, vindt Van Twillert-de Graaf. “De vissers gingen in weer en wind de zee op om de kost te verdienen. Als de vader van het vissersgezin verdronk, bleef de rest in armoede achter”, zegt ze. “Uit gesprekken die ik had met nabestaanden blijkt dat de emoties vaak nog diep zitten.”
Arian
Toch kwamen vandaag ook trotse nabestaanden naar de kade. Arian Heinen wijst naar zijn eigen naam op het monument. “Dat is een verre voorouder van me, Arian Heinen. Hij verdronk in 1817. Zijn zoon werd twee maanden later geboren en heette ook Arian.”
De generaties daarna volgden dat voorbeeld. “Ik ben er best een beetje trots op dat ik hier sta”, zegt Heinen.













