NOS Nieuws•
De nieuwe wetgeving waarmee het kabinet meer duidelijkheid wil geven aan zzp’ers is een kleine stap dichterbij. Minister Aartsen van Werk en Participatie heeft een deel van de wet naar de Tweede Kamer gestuurd.
In dit deel van de wetgeving staat dat als iemand als zzp’er minder dan 38 euro per uur verdient, deze persoon naar de rechter kan stappen om werknemersrechten op te eisen.
De inlener of opdrachtgever moet dan aantonen dat die echt een zelfstandige heeft ingehuurd en dat er geen sprake is van een werkgever-werknemer-verhouding. Lukt dat niet, dan is er sprake van schijnzelfstandigheid en heeft de werkende dezelfde rechten als in een dienstverband.
Verwarring
Daarnaast haalt Aartsen alvast een onduidelijk gedeelte uit de concept-wetgeving dat volgens hem leidt tot verwarring bij opdrachtgevers en werkgevers. Het is het deel waarin wordt geprobeerd uit te leggen wanneer er sprake is van een arbeidsverhouding en wanneer van zelfstandigheid.
De regels daarvoor veranderen vandaag echter niet. Dat gebeurt pas als de Tweede en Eerste Kamer de nieuwe Zelfstandigenwet hebben aangenomen waar Aartsen op dit moment aan werkt.
Blijft gehandhaafd
Ook blijft er gehandhaafd worden door de Belastingdienst. Als een opdrachtgever ten onrechte geen loonheffingen betaalt voor een schijnzelfstandige, dan worden deze alsnog gevorderd. In Nederland werken bijna 1,2 miljoen mensen als zzp’er. Sinds 1 januari 2025 wordt weer volledig gehandhaafd op schijnzelfstandigheid.
Aartsen is als Kamerlid jaren bezig geweest met de zzp-wetgeving, die hij te onduidelijk vond en onwerkbaar voor zelfstandigen. Vorig jaar kwam hij met een initiatiefwet. Of de tekst van de nieuwe Zelfstandigenwet daarop gaat lijken is nog niet bekend.












