NOS Nieuws

  • Cathérine Minczeles

    redacteur Economie

“De brieven werden niet meer geopend, je weet toch wat er instaat. Een verhoging, aanmaning, een bedreiging. Nu worden dingen afgekocht, je krijgt minder brieven. Het is superfijn, je hoeft je geen druk meer te maken”, zegt Shaquina uit Arnhem.

Jarenlang had haar gezin te maken met schulden. De afgelopen twee jaar kregen ze tijdens een proef ondersteuning van coach Petra om hun schulden af te lossen. “Voor ons is Petra een reddende engel”.

De proef is afgelopen, maar vanwege de positieve resultaten wil men het een vervolg geven. Het verhaal van Shaquina staat namelijk niet op zichzelf. Volgens cijfers van het CBS heeft één op de elf tot twaalf huishoudens schulden die zij niet zelfstandig kunnen aflossen.

Schuld weg

Schulden zijn zelden een op zichzelf staand probleem. Vaak gaan ze gepaard met een opeenstapeling van andere problemen, zoals een instabiel inkomen en moeite om de juiste hulp te vinden of daar om te vragen.

Daarom is in 2024 in ‘het armste postcodegebied van Nederland’ een experiment gestart. Hiermee werden de schulden van kwetsbare gezinnen grotendeels kwijtgescholden en kregen zij intensieve begeleiding.

Bij gezinnen die het vertrouwen in hulpverlening zijn kwijtgeraakt is het heel moeilijk om dat terug te winnen.

Monaïm Benrida, Nationaal Programma Arnhem-Oost

Er deden zo’n veertig huishoudens uit de Arnhemse wijk Immerloo II mee, vooral gezinnen met kinderen. De deelnemers hadden een gemiddelde schuld van 32.000 euro.

Twee jaar later is het experiment afgerond. Directeur Monaïm Benrida van het Nationaal Programma Arnhem-Oost spreekt van een succes. Volgens hem wierp vooral de intensieve begeleiding vruchten af. “Bij gezinnen die het vertrouwen in hulpverlening zijn kwijtgeraakt is het heel moeilijk om dat terug te winnen. Bij sommigen hebben coaches wel negen keer moeten aanbellen voordat ze hulp konden bieden.”

Duurder dan reguliere aanpak

Anna Custers, lector Armoede Interventies aan de Hogeschool van Amsterdam, die niet betrokken was bij het Arnhemse project, sluit zich daarbij aan. “Het actief toenadering zoeken en meer ruimte voor het opbouwen van vertrouwen, maakt dit traject anders dan reguliere schuldhulpverlening”, zegt Custers.

De Arnhemse aanpak wijkt af van de landelijke richtlijn, die in 2024 werd opgesteld door branchevereniging NVVK. In een regulier schuldhulpverleningstraject wordt 5 tot 10 procent van de schulden afgelost. In sommige gevallen zelfs niets. Bij de proef van Arnhem werd gemiddeld 34 procent afgekocht.

De Arnhemse aanpak is nog niet geschikt voor een landelijke uitrol, zegt directeur Ruud van den Tillaar van NVVK. Daarvoor moet er meer ruimte en geld komen voor gemeenten.

In het hele land zijn proeven met schuldhulpverlening. Zo is Amsterdam bezig met een project om een hele wijk(opent in nieuw venster) uit de schulden te krijgen. In Rotterdam hielp de organisatie Nieuw Vaarwater afgelopen jaar duizenden mensen schuldenvrij te maken.

Maatschappelijk rendement

“Zonder dit experiment hadden de gezinnen waarschijnlijk helemaal geen hulp ontvangen, of pas veel later. Dan waren de kosten voor de samenleving nog hoger geweest”, zegt lector Custers. Ze wijst erop dat mensen met schulden veel vaker gebruikmaken van gezondheidszorg en jeugdzorg, dat ze vaker verzuimen door ziekte en vaker bijstand ontvangen.

De Arnhemse projectleider Benrida spreekt van een positief maatschappelijk rendement. Dat wil zeggen dat de kosten van het afkopen van de schulden en van de begeleiding lager zijn dan de maatschappelijke opbrengsten die het experiment heeft opgeleverd.

Zo maken gezinnen nu minder vaak gebruik van gezondheidszorg en gingen zij dankzij het experiment meer werken. Ook worden er minder kosten gemaakt voor beslagleggingen en afsluitingen.

Benrida voegt eraan toe dat de belangrijke opbrengsten niet in geld zijn uit te drukken, zoals minder stress, meer waardigheid en een stabielere gezinssituatie.

100 euro te kort

Hij maakt wel een kanttekening. Op dit moment zijn 21 huishoudens schuldenvrij, maar de langetermijneffecten zijn nog onduidelijk. “De vraag is vooral hoe bestaanszeker deze gezinnen op de lange termijn zijn”, zegt Benrida.

Als gezinnen te weinig inkomen hebben om rond te komen bestaat het risico dat ze opnieuw in financiële problemen komen. “We kijken welke oplossingen daarvoor zijn en hoe we gezinnen kunnen helpen om ook op de lange termijn financieel stabieler te zijn. Bijvoorbeeld door hen te helpen bij het vinden van werk of hen te wijzen op toeslagen waar ze recht op hebben.”

De aanpak krijgt een vervolg en wordt uitgebreid naar nog ten minste honderd huishoudens in Arnhem-Oost.

Share.
Exit mobile version