NOS Nieuws•
De Artemis-missie is halverwege zijn reis naar de maan. Afgelopen nacht passeerde de ruimtecapsule dat punt tussen de aarde en zijn directe buur na een tocht van zo’n 200.000 kilometer. Met ruim 3000 kilometer per uur schieten de astronauten verder op hun doel af.
“De aarde is al klein en de maan wordt echt steeds groter”, beschreef piloot Victor Glover het veranderende uitzicht.
“De aarde is nu bijna helemaal verduisterd en de maan baadt in het daglicht”, vulde commandant Reis Wiseman aan. “Zo’n uitzicht heb je alleen als je halverwege die twee hemellichamen zit. Adembenemend.”
Grimaldi en Mare Orientale
Vanaf dit punt in hun reis kunnen de vier bemanningsleden ook al de achterzijde van de maan enigszins waarnemen, de kant die vanaf de aarde nooit te zien is. Astronaut Christina Koch noemt het een gek gevoel om ineens een ander patroon te zien op het overbekende maanoppervlak.
“De donkere delen liggen net niet goed op hun plek”, zei ze in een gesprek met Amerikaanse media. “En dan besef je ineens dat het de achterkant is, iets wat we nog nooit hebben gezien.”
De bemanning noemde met name de inslagkrater Grimalidi en de enorme Mare Orientale, een vlakte van 900 vierkante kilometer. Die zijn normaal gesproken nipt te zien aan de horizon van de maan, maar doemden nu in al hun glorie op.
Het panorama stemde de bemanning wat filosofisch. Piloot Glover sprak op deze paasochtend over de schoonheid van de schepping.
“Het biedt ons een kans op deze paaszondag – of je dat viert of niet, of je in God gelooft of niet – om na te denken waar we zijn, wie we zijn, dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten”, redeneerde hij over de aarde. “In al die leegte, in het niks van het universum, is deze prachtplek, de plek waar we allemaal mogen bestaan.”
Uniek uitzicht
De Orion-capsule moet morgen aankomen bij de maan. De bemanning zal er niet landen, maar maakt een rondje, waarbij de astronauten een uniek uitzicht zullen hebben. Doordat de missie aankomt als het zonlicht op de achterkant valt, en ze bovendien op een grotere afstand blijven, zullen de astronauten meer kunnen zien dan hun voorgangers van de Apollo-missies, ruim een halve eeuw geleden.
NASA hoopt dat de waarnemingen kunnen bijdragen aan de kennis over het ontstaan van de maan. De astronauten hebben daarvoor geologie-lessen gehad en zijn op IJsland getraind in het omschrijven van gesteenten.
Bij de vlucht om de maan zullen de astronauten ook een zonsverduistering meemaken, als het hemellichaam 53 minuten tussen hen en de zon schuift. Ook dat wordt uniek genoemd voor deze tiendaagse missie.
Volgens NASA verloopt de missie tot nu toe voorspoedig. Zo werd een koerscorrectie overgeslagen, omdat de reis van de capsule volledig volgens plan verloopt. Slapen gaat ook prima aan boord, omschreef Koch: “Slapen in de ruimte is heel comfortabel, het was een diepe, diepe slaap”, omschreef ze in de persconferentie op grootste afstand ooit. “Het zijn drukke dagen dus onze lichamen zijn er sowieso wel aan toe.”
Wel was er na eerdere problemen met een toilet opnieuw een defect aan het sanitair: het lukt niet om urine te lozen. Het euvel wordt waarschijnlijk veroorzaakt door ijsvorming op een klep aan de buitenkant. NASA heeft dat deel van de capsule meer op de zon gericht om het ijs te kunnen smelten, wat al deels is gelukt.
Volgens Koch valt het allemaal onder de fascinerende tegenstellingen van ruimtevaart. “Het ene moment sta je versteld van een prachtige blik op de achterkant van de maan en dan denk je ineens: hmmm, misschien moet ik eens schone sokken aandoen – en ga je op zoek naar een nieuw paar.”











