NOS Nieuws•
Al jarenlang proberen overheden in Europa, waaronder Nederland, energie-intensieve bedrijven te helpen. Die overheidssteun helpt ze om mee te kunnen blijven doen op de wereldmarkt, maar zorgen er tegelijk ook voor dat de uitstoot van broeikasgassen omhoog gaat. Dat publiceren vandaag het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in een onderzoek naar de effectiviteit van verschillende steunmaatregelen.
Het gaat om bedrijven in zogenoemde energie-intensieve sectoren. Bij zulke bedrijven kost het productieproces veel energie, zoals het maken van staal en chemische producten.
In Europa wordt er veel geïnvesteerd om de concurrentiepositie van deze branche overeind te houden, terwijl de sector bezig is met verduurzaming. Groen staal uit Europa kost bijvoorbeeld veel meer dan ander staal van buiten de Europese Unie. Ook hebben andere landen vaak minder strenge regels.
Lagere energiekosten
De planbureaus keken naar vier vormen van ondersteuning. Een productiesubsidie, lagere energiebelastingen, lagere elektriciteitskosten en subsidies voor CO2-verminderingstechnologie.
De eerste drie subsidies zorgen ervoor dat de concurrentiepositie van bedrijven verbetert, waardoor ze meer gaan produceren. Alleen de CO2-subsidie voor schone technologie zorgt nauwelijks voor een betere positie op de wereldmarkt.
Het grootste effect is te merken bij een verlaging van energiekosten. Dat kan bijvoorbeeld door de energiebelasting op elektriciteit te verlagen of bedrijven die veel elektriciteit verbruiken korting te geven.
De onderzoekers plaatsen daarbij wel de kanttekening dat meer vraag naar energie ook betekent dat er meer ruimte moet komen op het elektriciteitsnet. En dat is in Nederland op veel plekken te vol, voor zowel bedrijven als huishoudens.
Klimaatdoelen
Het verlagen van de energiekosten helpt de bedrijfsvoering, maar volgens de planbureaus zorgt deze steun wel voor meer uitstoot.
En dat helpt de klimaatdoelen die ons land zich heeft gesteld niet. Als Nederland de klimaatdoelstellingen wil halen is het volgens het CPB en PBL belangrijk om, naast het verlagen van de elektriciteitskosten, ook te investeren in subsidies voor verduurzaming.
Daarnaast is het volgens de onderzoekers belangrijk dat de Europese landen meer samenwerken bij het versterken van de concurrentiepositie van de industrie en het verlagen van de uitstoot, om te voorkomen dat “lidstaten in een onderlinge subsidieoorlog terechtkomen”.
Discussie in Europa
Het is de sowieso de vraag of die verbeterde Europese samenwerking er de komende jaren komt. Landen als Polen, Italië en Oostenrijk willen juist een afzwakking van een bestaand systeem om de uitstoot terug te brengen.
In dat systeem zijn er rechten te koop voor bedrijven die broeikasgassen uitstoten. Die rechten worden de komende jaren afgebouwd, waardoor er steeds minder te krijgen zijn. Bedrijven moeten zo wel op zoek naar groenere alternatieven voor de productie, is het idee. Zo moet de uitstoot in Europa naar nul gaan.
Bedrijven zijn ook al bezig met vergroening, maar daardoor zijn hun producten een stuk duurder dan in landen waar goedkoop en vuil wordt geproduceerd. Grote Europese industrielanden zien hun concurrentiepositie daardoor verslechteren en pleiten nu voor versoepeling.

