NOS Nieuws•
-
Bauke Haanstra
redacteur Binnenland
-
Bauke Haanstra
redacteur Binnenland
De komende jaren gaat er meer overheidsgeld naar defensie. Bijna de helft van de Nederlanders heeft er geen vertrouwen in dat de overheid dat geld goed zal besteden. Dat blijkt uit een representatief onderzoek(opent in nieuw venster) van Instituut Clingendael, dat zich onder andere bezighoudt met internationale betrekkingen en defensie.
“Voor hogere uitgaven aan defensie is veel draagvlak, mensen zien echt de noodzaak”, zegt hoofdonderzoeker Bart van den Berg. “Maar mensen vragen zich wel af of het Defensie lukt dat goed uit te geven.” Volgens Van den Berg zijn twijfels over of het geld doelmatig wordt besteed legitiem. “Er gaat gewoon heel veel geld heen, dan is het dus een gezonde en reële vraag.”
Dit onderzoek is nieuw, maar volgens de onderzoeker komen de resultaten niet helemaal uit de lucht vallen. “Ik vind dat percentage best logisch, het past bijvoorbeeld ook bij wat de Rekenkamer hier recent over schreef.”
In mei publiceerde de Rekenkamer een rapport(opent in nieuw venster) waaruit onder meer bleek dat Defensie de aanbestedingsregels niet altijd goed volgt, het gaat dan om grote bedragen.
Uitdaging
Volgens Van den Berg is het belangrijk dat de politiek met een goed antwoord komt op de vragen over de besteding. “Het is een gesprek over schaarste, het geld moet namelijk ergens anders vandaan komen. Ik denk dat duidelijk communiceren over de uitgaven de grote uitdaging gaat zijn, wil je draagvlak houden. Hier zit een duidelijk signaal in.” Hij heeft wel de indruk dat Defensie dat serieus neemt.
Dat de defensie-uitgaven de komende jaren verder zullen stijgen, heeft onder andere te maken met de bestedingsnorm die NAVO-landen vorig jaar met elkaar afspraken tijdens de NAVO-top in Den Haag.
Daar werd besloten dat landen 3,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) moeten besteden aan defensie. Daar komt nog eens 1,5 procent bij voor andere uitgaven waar defensie van profiteert, zoals cyberveiligheid en de verbetering van wegen en bruggen. Samen komt dat dus uit op 5 procent van het bbp.
‘Precies goed’
“Mensen vragen zich daarbij af waarom dat percentage niet hoger of lager is”, zegt Van den Berg. Uit zijn onderzoek blijkt dat bijna een derde van de Nederlanders de 5 procent te hoog vindt. “Dat is een significante minderheid, vooral aan de flanken van het politieke spectrum. Ook met die mensen moet je in verbinding blijven”, zegt hij. “Dat is niet hetzelfde als er naar handelen.”
Een klein deel van de Nederlanders vindt de 5 procent juist te laag. “Dat is een redelijk uitzonderlijke positie, het is al erg veel geld.” Ruim 40 procent van de Nederlanders vindt de NAVO-bestedingsnorm ‘precies goed’.
Gevechtsbereidheid
Volgens de onderzoeker zorgen de investeringen ook niet direct voor een efficiëntere krijgsmacht. “Defensie is een stoomschip, geen sportwagen. Het kost tijd om die industrie nu weer op te bouwen. Hoe harder je gaat opbouwen, hoe meer inefficiëntie je gaat tegenkomen.” Toch ziet hij in het totaalbeeld dus duidelijk wel meer draagvlak voor de verhoogde investeringen.
En niet alleen investeringen kunnen op draagvlak rekenen. Een deel van de Nederlanders is bereid zelf te vechten voor de verdediging van ons land. Onder 35- tot 64-jarigen gaat het om de helft. En onder jongeren, van 18 tot 35 jaar, is dat 48 procent. “Het idee dat Nederlanders niet staan voor hun belangen is dus niet waar”, zegt Van den Berg. “Hoe dichter het bij huis komt, hoe meer mensen dat gaan voelen.”
Toch zijn de Nederlandse percentages nog niet zo hoog als in bijvoorbeeld Finland(opent in nieuw venster), waar meer dan 70 procent van de 18- tot 25-jarigen bereid is voor het eigen land te vechten.

