Een man in de Zuid-Afrikaanse stad Johannesburg tankt een dag na de ingang van lagere belastingen op benzine.

NOS Nieuws

  • Eva de Vries

    redacteur Buitenland

  • Eva de Vries

    redacteur Buitenland

Lange rijen bij benzinestations, stroomstoringen en een dreigend tekort aan kunstmest. Ook op het Afrikaanse continent zijn de gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten en de blokkade van de Straat van Hormuz voelbaar.

“Doordat brandstof en kunstmest schaarser wordt, stijgen de prijzen. En door die stijgingen worden ook voedsel, vervoer en andere soorten goederen duurder”, vertelt Maddalena Procopio van de Europese Raad voor Internationale Betrekkingen. Ze verdiept zich onder meer in de energiesector in Afrika.

Hoe groot de klappen zijn, verschilt per land, benadrukt ze: “Afrika is een heel divers continent. In sommige landen zijn de voorraden bijna op terwijl er voor een olieproducerend land als Nigeria misschien juist kansen liggen.”

Hoge prijzen

Grootste boosdoener van de internationale energiepaniek is blokkade van de Straat van Hormuzdoor Iran. Normaal gesproken gaat zeker een vijfde van alle vloeibare gas en olie via deze zeestraat. Maar de schepen liggen stil, kunnen niet lossen en de opslagplaatsen in de regio raken snel vol.

Daarbovenop komen nog de aanvallen over en weer op de oliedepots en -installaties in en rond de Perzische Golf, zoals in Qatar, waardoor de energieprijzen nog sneller stijgen.

De blokkade van de scheepsroute heeft grote gevolgen voor zowel de Golfstaten als het Afrikaans continent, want tussen allerlei landen wordt volop gehandeld. Normaal gesproken gaat er vooral veel brandstof, zoals benzine of diesel, richting Afrikaanse havens. Maar die schepen varen nu niet, en dat leidt tot hogere prijzen aan de pomp.

Ook het Afrikaanse continent is voor veel leveringen afhankelijk van de Straat van Hormuz.

In ruwe, onbewerkte, vorm gaat er ook wat olie en gas de andere kant op, onder meer vanuit Nigeria en Algerije. “Maar dat moet elders worden verwerkt tot bruikbare brandstof, want aan alleen ruwe olie heb je weinig”, legt Selene Law van het Energy Institute uit, een internationaal kenniscentrum voor de energiesector. “Dat komt omdat er in heel Afrika maar een paar raffinaderijen zijn; fabrieken waar die verwerking plaatsvindt.”

Naast brandstof is er nog een product uit de Golfregio waar Afrikaanse landen van afhankelijk zijn: kunstmest. Boeren gebruiken de chemicaliën voor het verbouwen van voedsel zoals bonen en mais. Zo’n 90 procent van de benodigde hoeveelheid wordt geïmporteerd, maar ook dat bereikt het continent nu niet.

“Een zak kunstmest is stukken duurder geworden”, zegt Procopio. “En dat terwijl juist in dit seizoen gezaaid moet worden. Uiteindelijk zullen boeren minder oogsten, en dus minder voedsel kunnen verkopen.”

Ook regeringen maken zich zorgen over de dreigende brandstof- en kunstmesttekorten en de bijbehorende prijsstijgingen. “De economie lijdt eronder, maar ook op politiek vlak zijn er zorgen”, zegt Procopio. “Schaarste en de bijbehorende stijging van brandstofprijzen kunnen leiden tot onrust en protesten.”

De Afrikaanse landen die zelf olie en aardgas produceren kijken naar de mogelijkheden om dit uit te breiden nu de wereldwijde vraag snel groeit. “Maar om bijvoorbeeld aardgas op grote schaal te gebruiken is er een uitgebreid netwerk nodig van pijpleidingen en elektriciteitsnetten”, waarschuwt Law. “De financiering om dat aan te leggen ontbreekt nu.”

Voor olie geldt eigenlijk hetzelfde, ook die productie kan niet ineens flink worden opgeschaald. “Er is jarenlang te weinig geïnvesteerd in de sector en de infrastructuur is niet voldoende ontwikkeld”, legt Procopio uit.

Volgens Procopio biedt deze crisis ook mogelijkheden voor Afrikaanse landen om minder afhankelijk te worden van geïmporteerde brandstof en kunstmest. Een land als Nigeria ervaart nu het belang van eigen raffinaderijen, zodat het niet meer zoveel dure brandstof hoeft te importeren. Het land is daarom van plan om meer ruwe olie te gaan verwerken in een lokale raffinaderij.

Bestuurders staan in de rij voor brandstof in de Ethiopische hoofdstad Addis Ababa.

Zelf kunstmest gaan produceren is ook een mogelijkheid, denkt Procopio, zodat de voedselproductie niet meteen in gevaar komt als bestellingen van buiten de regio niet aankomen. En er liggen volgens haar kansen om meer te investeren in duurzame energie zoals zon, wind en groene waterstof.

Maar, zo ver is het nog niet. Want zolang er lokaal niet genoeg geproduceerd wordt, moet het flink aangevuld worden van buitenaf. “Maar als dat niet lukt, zoals nu het geval is, dan krijgen mensen te maken met tekorten, met stijgende prijzen die uiteindelijk zullen leiden tot duurder voedsel.” En dat betekent in veel Afrikaanse landen een stap dichter bij armoede.

Share.
Exit mobile version