NOS Nieuws

Het kabinet zet vaart achter een nationale investeringsinstelling. Uit de gelekte Prinsjesdagstukken blijkt dat hier 3,3 miljard in wordt geïnvesteerd. Het zou moeten helpen om Nederlandse innovatieve bedrijven te ontwikkelen en ervoor moeten zorgen dat deze ook in Nederland blijven.

Een groep van zeventig economen en wetenschappers pleitte al eerder voor zo’n soort bank. Nederland is volgens hen een buitenbeen omdat veel Europese landen wel een publieke investeringsbank hebben. Italië heeft Cassa Depositi, Duitsland KfW Development Bank en ook Frankrijk en Portugal hebben soortgelijke banken.

Nederland had ooit wel een investeringsbank. Na de Tweede Wereldoorlog werd die opgericht om de wederopbouw te financieren. De NIBC Bank die hieruit voortvloeide werd recent ingelijfd door ABN Amro.

Fondsen

Voor het investeren in bedrijven kent Nederland wel fondsen zoals Invest-NL. De nationale investeringsinstelling wordt opgericht naast deze al bestaande fondsen, zegt minister Herbert van Economische Zaken tegen de NOS. Om bedrijven in Nederland te laten groeien en vast te houden is er volgens haar meer geld nodig.

Omdat de overheid erachter staat zouden durfinvesteerders, pensioenfondsen en banken ook hun geld willen inleggen

Heleen Herbert, minister van Economische Zaken

“De overheid zorgt daarom voor een basisinvestering in deze nationale investeringsinstelling”, zegt Herbert. “Omdat de overheid erachter staat zouden durfinvesteerders, pensioenfondsen en banken ook hun geld willen inleggen waardoor de pot met geld nog groter wordt.”

Drempel verlagen

Dat de overheid een basis biedt is volgens econoom Roel Beetsma nodig omdat er ook veel risico bij innovatieve projecten komt kijken. “Private investeerders willen meer zekerheid en durven dat niet volledig zelf te doen.”

Een nationale investeringsbank die buiten de politiek staat kan ook buiten de begrotingsregels komen te vallen, zegt Beetsma. Er wordt geld opzij gezet om te investeren in projecten, dat blijft buiten het tekort. Dat kan zorgen voor een zogeheten hefboomeffect. “De staat investeert een klein deel in een project, en de rest gebeurt door andere investeerders die nu wel bereid zijn geld uit te lenen”, aldus Beetsma.

Biotech

Een van de innovatieve sectoren waar meer geld voor vrij zou moeten komen, is de biotechsector. Het kabinet schreef in het coalitieakkoord(opent in nieuw venster) al dat het wil inzetten op vier domeinen die essentieel zijn “voor onze toekomstige economie en maatschappelijk welzijn”. Biotech is daar één van.

Het kabinet neemt daarmee advies over uit het rapport-Wennink van eind vorig jaar, dat gaat over onze toekomstige welvaart. Daarin staat ook dat het ophalen van geld “een significant obstakel is”.

Kleinere bedragen tot de 5 miljoen euro zijn in Nederland heel lastig op te halen

Willemijn Vader, directeur biotechbedrijf Vitroscan

Willemijn Vader van het Leidse biotechbedrijf Vitroscan ervaart dat zelf ook. Driekwart van haar tijd besteedt ze aan het rondkrijgen van financiering. “Het gaat om kleinere bedragen tot de 5 miljoen euro. Dat is in Nederland heel lastig op te halen.”

Er is een gat ontstaan voor bedrijven die deze financiering willen ophalen. “Dat komt ook doordat pensioenfondsen veel geld hebben om te investeren en kijken naar grotere bedragen van boven de 100 miljoen”, zegt Beetsma.

Verleiding van de VS

Bij haar start-up testen ze welke behandeling het beste werkt voor een kankerpatiënt. In het lab analyseren ze een stukje weefsel dat een oncoloog beschikbaar stelt. “Er zijn veel effectieve geneesmiddelen voor kankerpatiënten, maar het is niet altijd duidelijke welke patiënt het meeste baat heeft bij welk geneesmiddel”, zegt Vader.

Onderzoek naar nieuwe medicijnen is buitengewoon onzeker én kost vaak veel geld voordat er ook weer geld binnenkomt. Om dit geld op te halen vertrekken start-ups vaker naar het buitenland.

Onderzoeker bij Vitroscan analyseert cellen

“We zien vaak dat bedrijven naar het buitenland vertrekken om verder door te groeien, omdat ze financiering niet in Nederland op kunnen halen”, zegt minister Herbert.

Met name in de Verenigde Staten is er veel meer zogenoemd durfkapitaal beschikbaar. “De eerste vraag die ik krijg van investeerders is: wanneer vertrek je naar Amerika?”, zegt Vader. “De verleiding om daar naartoe te gaan ligt daarmee altijd op de loer.”

Risicovol

Toch blijft in Nederland de vraag of de overheid geld moet steken in deze risicovolle projecten. Beetsma erkent dat er op individueel niveau een groot risico hangt aan innovatieve projecten, maar “je moet ook bedenken dat het vaak een verzameling is van projecten. Sommige zullen het niet halen, maar hier staan dan weer successen tegenover.”

Share.
Exit mobile version