NOS Nieuws

Unilever neemt definitief afscheid van producten als Calvé, Cup A Soup en Hellmann’s-mayonaise. Het concern brengt de divisie met voedingsmiddelen onder bij de Amerikaanse specerijenproducent McCormick. Unilever krijgt zelf een belang van 9,9 procent in de nieuwe levensmiddelengigant.

Het nieuwe bedrijf blijft McCormick heten. Ook blijft het hoofdkwartier in Maryland gevestigd. Wel komt er een internationaal hoofdkantoor in Nederland, meldt Unilever in een persbericht. Daarmee komt Unilever een bij de verhuizing naar Londen gemaakte belofte aan het Nederlandse kabinet na, om de voedseldivisie bij een verkoop voor Nederland te behouden.

Het al aan de Amerikaanse beurs genoteerde McCormick krijgt ook een beursnotering in Europa. Eerder koos Unilever met de afsplitsing van de ijsdivisie als The Magnum Ice Cream Company voor een notering aan de beurs in Amsterdam. Of nu opnieuw voor de Amsterdamse beurs gekozen wordt is nog niet bekend. Unilever heeft ook een beursnotering in Londen.

Belang

Unilever krijgt bij de start van de nieuwe levensmiddelengigant 15,7 miljard dollar. Aandeelhouders en Unilever krijgen samen een belang van 65 procent in McCormick. Het nieuwe bedrijf verwacht met de komst van het Unilever-onderdeel jaarlijks 600 miljoen dollar aan kosten te kunnen besparen.

Unilever doet al langere tijd veel voedselproducten in de verkoop. In 2017 sloeg het toen nog Nederlands-Britse concern van voeding en schoonmaak- en verzorgingsproducten een vijandige overname van Kraft Heinz af. Aandeelhouders eisten daarop dat Unilever meer werk zou maken van kostenbesparingen en het verhogen van de winst.

Sinds de activistische aandeelhouder Nelson Peltz een zetel heeft in de raad van commissarissen gaat het snel met de verkoop van de voedingsmerken. Unilever wil minder last hebben van de invloeden van de seizoenen plus de schommelende kosten van productie en inkoop van ingrediënten.

Met het afsplitsen van de ijsdivisie behield Unilever een groot belang, zodat het kan blijven profiteren van winstuitkeringen.

Niet meer Nederlands

Na de afsplitsing van de voedingsdivisie is er niet zo heel veel Nederlands meer over aan Unilever. Het concern ontstond in 1930, toen de Nederlandse Margarine Unie samenging met de Britse zeepproducent Lever Brothers. Beiden concurreerden indertijd om dezelfde grondstoffen voor hun producten. Als Brits-Nederlandse gigant konden de bedrijven goedkoper hun oliën inkopen en fabrieken runnen.

De Margarine Unie was weer voortgekomen uit een samenwerking tussen de margarinefabrieken van Anton Jurgens en Samuel van den Bergh, die allebei in 1872 werden opgericht. Margarine was destijds een nieuw product, goedkoper dan roomboter. Merken van de Margarine Unie waren onder meer Zeeuws Meisje en Blue Band.

In 1929 breidde de Margarine Unie uit met de overname van de concurrerende Hartogs Vleeschfabrieken uit Oss, die uiteindelijk Unox werden. Een jaar eerder had het concern al de Frans-Nederlandse Calvé-groep ingelijfd.

Van al deze ‘oerproducten’ van Unilever waren alleen nog de pindakaas, mayonaise en sausen van Calvé over. In 2017 werd de margarinedivisie al verkocht aan de Amerikaanse investeringsmaatschappij KKR. Het in Nederland gevestigde bedrijf heet tegenwoordig Flora Food Group. Unox werd twee jaar geleden verkocht aan voedselfabrikant Zwanenberg Food uit Almelo.

In Nederland staat nog wel het voedselinnovatiecentrum van Unilever, in Wageningen. Samen met het internationale hoofdkwartier en de mogelijke tweede beursgang van McCormick houdt Nederland toch iets over aan het vertrek van Unilever.

Volgens minister Herbert van Economische Zaken heeft het kabinet al overleg gehad met Unilever. Zij zegt ook met McCormick in gesprek te gaan: “Bijvoorbeeld over een beursnotering in Amsterdam. Het is goed nieuws dat vandaag is bevestigd dat het hoofdkwartier in Rotterdam en de wereldwijde ontwikkeling van de voedingsdivisie in Wageningen in Nederland blijven.”

Share.
Exit mobile version