NOS NieuwsAangepast
De man die in mei van dit jaar een vuurwerkbom liet afgaan bij het partijkantoor van D66 in Den Haag blijft langer vastzitten. Tijdens de pro-formazitting in de rechtbank zei hij spijt te hebben van het feit dat hij mensen in het gebouw in gevaar heeft gebracht.
Het Openbaar Ministerie verdenkt hem van het veroorzaken van een explosie met terroristisch oogmerk. De man heeft zijn daad bekend.
Hij werd donderdagavond 7 mei aangehouden in de buurt van het partijkantoor, ongeveer een uur na de explosie.
Binnen was op dat moment een bijeenkomst van de jongerenafdeling van D66, waar zo’n dertig mensen waren. Zij hoorden rond 21.00 uur een enorme explosie, waarbij de voordeur van het statige Haagse pand beschadigd raakte. De aanwezigen binnen bleven ongedeerd, maar waren wel enorm geschrokken.
Wilde protesteren
De aangehouden verdachte is de 37-jarige Berry van D., die op dat moment geen vaste woon- of verblijfplaats had. Van D. was voor de politie geen onbekende: hij is eerder veroordeeld vanwege brandstichting in stadsbussen in Tilburg. Hij had daar gewerkt als buschauffeur.
Tijdens de zitting zei Van D. dat hij met zijn daad wilde protesteren tegen wat hij omschreef als “de problematiek en afbraak van Nederland”. Hij zei geen mensen in gevaar te hebben willen brengen. Hij dacht dat er niemand binnen was omdat hij geen licht had zien branden.
Van D. koos voor het afsteken van zwaar illegaal vuurwerk omdat vreedzaam demonstreren volgens hem geen zin heeft. Hij zei tegen de rechtbank dat hij zich vanwege zijn politieke achtergrond niet gehoord voelde in Nederland.
Op Facebook spreekt hij zich uit als PVV-aanhanger. Toen D66-leider Rob Jetten in februari werd beëdigd als premier noemde hij dat “een zwarte dag voor ons land”.
Onderzoek Pieter Baancentrum
Het OM denkt dat de verdachte de aanslag alleen heeft gepleegd. In de zaak is verder niemand in beeld gekomen.
Van D. wordt later deze zomer overgeplaatst naar het Pieter Baancentrum, een psychiatrische observatiekliniek, waar hij wordt onderzocht door gedragsdeskundigen.
De explosie werd al snel breed veroordeeld, ook in de politiek. Minister Heerma (Binnenlandse Zaken) sprak van “een aanslag op de democratie”. Minister Van Weel van Justitie en Veiligheid vond het “schandalig dat een politieke partij” werd “aangevallen in ons land”.
Premier Jetten omschreef de aanslag als “een kansloze actie”. “Vrij kansloos als je denkt dat je met dit soort acties politici kunt intimideren. We laten ons echt niet het zwijgen opleggen.”











