Wereld

‘Dit land verliest veel talent’


Pamela Noutcho Sawa in Bolognina Boxe, de sportschool in Bologna waar ze elke dag traint. Na meer dan twintig jaar in Italië gewoond te hebben, wacht ze nog altijd op een paspoort.Beeld Nicola Zolin

Op een warme voorjaarsavond stapt Pamela Noutcho Sawa (30) kalm de boksring in. Alsof er geen honderden toeschouwers luidkeels haar naam joelen rondom het gelegenheidspodium, en alsof er tussen de fantasieloze blokken sociale huurwoningen geen vuurwerkknallen weerkaatsen.

De ring is vandaag speciaal voor Noutcho Sawa’s professionele debuut gebouwd, op een binnenplaats tussen de betonnen flats in het noorden van Bologna. ‘Forza Pamela. Wij zijn mensen die strijden binnen en buiten de ring’, staat op een spandoek aan een van de aangrenzende balkons.

Binnen de ring verloopt de strijd vanavond voorspoedig. De eerstehulpverpleegkundige wint haar debuut glansrijk van de veel ervarener Servische tegenstander. Erbuiten gaat het voorlopig moeizamer. Daar wacht Noutcho Sawa, die als 8-jarige uit Kameroen naar Italië kwam voor de hereniging met haar ouders, na meer dan twintig jaar nog altijd op een paspoort.

Ze is een van de vele kinderen en jongvolwassenen die in Italië opgroeiden, het schoolsysteem en vaak ook de universiteit doorliepen, er nu belasting betalen, maar nog altijd geen staatsburger mogen worden. Volgens experts gaat het op dit moment om ongeveer 750 duizend minderjarigen, plus een groep jongvolwassenen zoals Noutcho Sawa, waarover geen betrouwbare cijfers zijn.

Italianen zonder staatsburgerschap, noemen zij zichzelf. Ze leven al decennia in Italië en zijn cultureel net zo Italiaans als hun klasgenoten, maar hebben geen stemrecht, kunnen bepaalde banen of een hypotheek niet krijgen en hebben een visum nodig om binnen Europa te reizen.

Bijzonder strenge eisen

Rondom de Italianen zonder staatsburgerschap sleept al jaren een gepolariseerde politieke discussie. Linkse partijen pleiten voor het Amerikaanse model – als je er geboren bent, krijg je een paspoort – terwijl rechtse politici het Italiaanse model, waarbij alleen de afkomst van je ouders telt, verdedigen en liefst nog verder willen aanscherpen.

De tegenstelling vatte men in Italië tot nu toe samen in twee Latijnse termen: het Amerikaanse-stijl ius soli (‘recht van de grond’) tegenover het op afkomst gebaseerde ius sanguinis (‘recht van het bloed’).

Deze week kan het parlement de patstelling eindelijk doorbreken door te stemmen voor een compromis: het ius scholae (‘recht van de school’), waarbij ook iedereen die tenminste vijf jaar op een Italiaanse school heeft gezeten en voor zijn twaalfde in het land is aangekomen staatsburger kan worden.

Maar waarom zorgt het ius sanguinis, dat in heel Europa de norm is en ook in Nederland geldt, in Italië voor zoveel problemen en discussie? Dat heeft alles te maken met de strenge invulling ervan, zegt hoogleraar Christopher Hein, een Duitse migratieonderzoeker werkzaam aan de privé-universiteit Luiss in Rome.

Voor iedereen met in de verste verte Italiaans bloed pakt de strikte invulling gunstig uit. De vele Noord- en Zuid-Amerikanen met een Italiaanse overgrootouder kunnen een paspoort en bijbehorende rechten krijgen, zonder een voet op de bodem te zetten of een woord van de taal te spreken.

Het is een schril contrast met de positie van de geïntegreerde migrant in Italië. ‘De Italiaanse naturalisatiewet is heel restrictief’, legt Hein uit. Zo mag het proces in Italië pas na tien jaar legaal verblijf worden gestart (in Nederland is dat vijf jaar), kan het niet onder de achttiende verjaardag beginnen, en wie niet in Italië geboren is, moet meteen voldoen aan strenge inkomenseisen.

Bureaucratie

In elke Italiaanse grote stad zijn verhalen te vinden zoals dat van Noutcho Sawa. Neem dansleraar en activist Sonny Olumati (34), geboren en getogen in Rome als kind van Nigeriaanse ouders, die al zestien jaar wacht op de uitkomst van zijn aanvraag. Of maatschappelijk werker Fioralba Duma (31), die op haar elfde met haar moeder en zusje van Albanië naar Italië verhuisde, school doorliep en er studeerde. Inmiddels is ze zwanger van een tweeling, maar ook zij zullen voorlopig geen Italiaanse staatsburgers zijn.

De meeste Italianen zonder paspoort hebben ouders uit Afrikaanse landen of de Balkan. Zij zijn soms illegaal naar Italië gekomen, maar niet altijd, en inmiddels hebben veel van hen wel verblijfsdocumenten. Toch blijft dat laatste felbegeerde papiertje, zelfs voor hun kinderen, een vrijwel onneembare horde.

Dat komt mede door de reeks bureaucratische obstakels die de strenge wet opwerpt. Zo lopen veel in Italië geboren kinderen van buitenlandse ouders hun kans mis, omdat zij documenten moeten overleggen binnen een jaar na hun achttiende verjaardag. Wie dat niet weet of er niet in slaagt om alles binnen een jaar te verzamelen, sluit achteraan in de rij.

Bovendien moesten in het buitenland geboren aanvragers bewijzen dat ze geen strafblad in hun land van herkomst hadden, zelfs als ze als baby naar Italië zijn gekomen. Het was een bekend struikelblok, omdat het vaak gaat om landen waar de overheidsinstanties nog veel langzamer en moeizamer functioneren dan in Italië.

Wetswijziging

Inmiddels is de verplichting afgeschaft voor wie onder de 12 jaar naar Italië kwam, maar daarvan zijn nog niet alle lokale bureaucraten op de hoogte, merkte Noutcho Sawa. Toen ze, afgestudeerd en wel, eindelijk genoeg verdiende, kwam haar aanvraag in eerste instantie direct terug, omdat het haar niet lukte een verklaring omtrent gedrag uit Kameroen te krijgen.

Nadat ze in een brief op de wetswijziging had gewezen, nam het kantoor haar aanvraag uiteindelijk toch in behandeling. En nu? ‘Wachten’, zegt Noutcho Sawa de ochtend na haar eerste professionele wedstrijd monter.

Ze zit op een bankje in Bolognina Boxe, de sportschool waar ze zich elke dag na haar dienst in het ziekenhuis naartoe haast om te trainen. Het ontbreken van een paspoort vormt een steeds grotere belemmering nu ze verder komt in het boksen. Zo mag ze niet meedoen aan het nationaal kampioenschap en niet naar het EK. ‘Vroeger vond ik het minder erg, maar nu blokkeert het mijn project’, zucht ze. ‘Best frustrerend.’

Het ontbreken van staatsburgerschap bezorgt de Italianen zonder paspoort meer problemen dan het mislopen van buitenlandse reizen en permanente bureaucratische hoofdpijn. Zo is toegang tot de publieke gezondheidszorg – anders dan voor staatsburgers – voorwaardelijk, want gekoppeld aan de geldigheid van de verblijfsvergunning.

Die hangt meestal weer af van het inkomen van de ouders of een eigen vast inkomen. Dat is voor weinig jonge Italianen een vanzelfsprekendheid, maar voor migranten zonder paspoort nog moeilijker te bereiken. Noutcho Sawa is een uitzondering met haar baan in de publieke sector. Die worden in Italië via openbare competities verdeeld, maar voor deelname is in veel gevallen een Italiaans of EU-paspoort vereist.

Geen verdienste, maar een recht

Maar begrijp haar niet verkeerd. Het laatste wat Noutcho Sawa bedoelt is dat zij een paspoort verdient, omdat ze toevallig kan boksen of een goede baan heeft. ‘Staatsburgerschap is geen verdienste’, zegt ze kalm. ‘Ik heb er recht op. Omdat ik hier bijna mijn hele leven woon en deelneem aan de Italiaanse maatschappij.’

In Italië ziet niet iedereen dat zo. Met name de extreemrechtse partijen van Matteo Salvini en Giorgia Meloni, die samen op ongeveer 40 procent staan in de peilingen, verzetten zich tegen soepelere naturalisatiewetgeving. De wettelijke beslistermijn werd door Salvini als minister van Binnenlandse Zaken (2018-2019) zelfs verlengd naar vier jaar, al is die maatregel inmiddels weer teruggedraaid.

De Italianen zonder staatsburgerschap voeren al jaren actie, maar de laatste maanden lijkt hun beweging eindelijk aan momentum te winnen. Zo krijgen ze onder meer bijval van de Italiaanse vereniging voor kinderartsen, die zich zorgen maakt over de sociaaleconomische achterstelling van migrantenkinderen en politici opriep om voor de hervorming te stemmen: ‘Laat deze kans niet verloren gaan.’

Toch is het geen gelopen race, want de rechtse partijen blijven hun schrikbeeld – dat migranten op Lampedusa aan wal stappen en direct een paspoort in de hand gedrukt krijgen – gebruiken als argument om verandering op afstand te houden. Ook na de ius scholae-hervorming zou de realiteit nog mijlenver van die rechtse angst afstaan, al is het maar omdat de eis van een jarenlang legaal verblijf niet ter discussie staat. Waarom blijft het dan toch zo moeilijk om de wet te veranderen? Noutcho Sawa valt voor het eerst even stil. ‘Italië is erg gehecht aan tradities’, zegt ze voorzichtig. ‘Dat vind ik heel mooi, maar soms houdt het groei ook tegen.’

Progressieve voorhoede

Een dag eerder, vlak voordat de bokswedstrijd begint, drukt Franco Palmieri (75) zich op een plastic stoel naast de ring minder diplomatiek uit. De mank lopende sportief directeur van Bolognina Boxe komt superlatieven tekort om zijn talentvolste pupil te omschrijven. Ze is sterk, snel en klaagt nooit.

Over de reden waarom Italië het haar en andere jongeren in dezelfde positie niet makkelijker maakt om staatsburger te worden, kan hij kort zijn. ‘Racisme’, lipt hij bijna onhoorbaar. Om hem heen loopt de binnenplaats vol jongeren van de sportschool, veelal kinderen van migranten uit Noord- en Sub-Sahara Afrika.

Bologna vormt de progressieve voorhoede van Italië, ook in de discussie rondom het staatsburgerschap. De burgemeester kondigde in februari aan dat zijn stad het ius soli invoert. Het is een symbolisch initiatief zonder wettelijke waarde, vooral bedoeld om de politici in Rome in beweging te brengen.

Noutcho Sawa is vol vertrouwen dat de nieuwe wet erdoor komt. Die is volgens haar niet alleen in het belang van mensen zoals zijzelf, maar ook in dat van het razendsnel vergrijzende Italië. ‘Dit land verliest veel talent van de tweede generatie, die haar weg kent in de Italiaanse cultuur.’

Ze ziet lotgenoten verhuizen naar Engeland of Frankrijk, zelf denkt ze er niet aan om weg te gaan: Italië is thuis. Juist daarom kan ze zich niet kwaad maken om de situatie. Nee, zegt Noutcho Sawa bedachtzaam, ze voelt geen woede, maar spijt. Voor haar land, dat makkelijk nog veel mooier en beter zou kunnen zijn. ‘Ik vind het zonde’, besluit ze, ‘dat Italië zo veel rijkdom verspilt.’

gerelateerde artikelen

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Back to top button