Manja en Ingrid Schuurmans (rechts)

NOS Nieuws

De inflatie loopt op, maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek vanochtend bekend. De grootste oorzaak van de stijging van het prijspeil zijn de prijzen aan de pomp. Diesel en benzine zijn in korte tijd flink duurder geworden. Wat doen kleine ondernemers die afhankelijk zijn van deze brandstoffen?

Het lawaai van de bouwplaats verstomt als zo’n vijftig bouwvakkers beginnen aan hun lunch: friet en snacks, een traktatie van hun baas. In hun midden ondernemer Ron Kievits in zijn mobiele foodtruck. Hierin bereidt hij fastfood en broodjes pulled pork en cayun chicken.

Ron Kievits

“Gewoon, lekker eten”, zegt Kievits vanuit Wageningen. Hij vindt het leuk werk, maar met de uitbraak van de oorlog in Iran en de gestegen brandstofprijzen breken er voor hem onzekere tijden aan. Want vanaf morgen berekent hij de duurdere diesel door aan zijn klanten.

Hij rekent 10 cent extra per liter en heeft alle menu’s 50 cent duurder gemaakt. “Ik vind dat spannend. Want ja, dan kan het zomaar dat ik voor een groep van veertig mensen 150 euro aan brandstof moet rekenen. Dan is de gein er voor klanten misschien snel van af.”

Afgelopen week paste Kievits zijn website en offertes aan met de nieuwe prijzen. Reacties kreeg hij nog niet. “En meestal krijg je die ook niet”, zegt de ondernemer. “Want vinden klanten het te duur, dan blijven ze gewoon weg.”

Toch naar de kleinkinderen

Ingrid Schuurmans werkt met haar partner Manja als klusvrouwen in de Achterhoek. Zij betalen de hogere dieselprijs waarop hun klusbus rijdt vooralsnog vooral zelf.

“Natuurlijk merken we dat de brandstof duurder is”, zegt Schuurmans vanuit woonplaats Winterswijk. “Maar we werken vooral lokaal. En op een rit van 10 kilometer doen we niet moeilijk. Maar grote projecten op langere afstanden zijn een ander verhaal: dan berekenen we het wel door.”

De financiële pijn voelen ze eigenlijk vooral privé, zegt ze. “Wij hebben sinds vijf maanden een kleinkind, veel familie in Limburg en Brabant. Daar veel op bezoek gaan, dat kost pas echt veel geld! Maar niet oppassen op ons kleinkind? Dat laten we natuurlijk niet gebeuren.”

Meeuwis Drost

Op de markt op het Utrechtse Smaragdplein staat Meeuwis Drost elke week, met zijn gelijknamige groente- en fruitkraam. Hij komt, net als de meeste marktkooplui, met dieselbusjes naar de markt. En precies daar zit de pijn. “Mijn onkosten door de diesel zijn gewoon enorm geworden”, zegt Meeuwis.

Die lastenverzwaring ontwijken, is onmogelijk. “Je moet het toch vanuit de lengte of breedte of naar achter toe schuiven of in rekening brengen.” Dat betekent in de praktijk dat zijn producten 15 procent duurder zijn. “Mensen hebben er begrip voor, maar het doet wel pijn.”

De marktkoopman let ook op de kleintjes. “Je moet heel berekenend te werk gaan en minder kilometers maken. Ik ben mij er heel bewust van waar ik heen ga en beperk mijn snelheid met 5 km. Dan bespaar ik 1,25 euro. Dat moet je toch doen om te blijven bestaan.”

Lubert de Graaf

Vishandelaar Lubert de Graaf op dezelfde Utrechtse markt is op zijn beurt 400 tot 500 euro extra kwijt. Per week. “Je merkt dat alles duurder wordt: inkoop van de vis, olie, meel, gas, diesel.”

Zijn prijzen heeft hij iets verhoogd. Zo was en is de kibbeling 5,50 euro, maar geeft hij minder korting op grotere porties. De Graaf ziet veel overeenkomsten met vier jaar geleden, bij de energiecrisis na het begin van de oorlog in Oekraïne. “Toen was er ook oorlog, alleen op andere plek. Je ziet energieprijzen oplopen, nu gaan niet alle vissers naar zee, dat zag je toen ook. Daardoor is er minder aanbod, dus hogere prijzen.”

Hoe hou je het als ondernemer dan een beetje leuk, in zo’n turbulente tijd? “Je moet het maar leuk maken”, zegt De Graaf. “Vriendelijk blijven tegen je klanten. Het is wat het is. Er zijn krachten in de wereld waar wij toch niks aan kunnen doen. De grote jongens bepalen.”

Share.
Exit mobile version