NOS Nieuws

Waarom ging het zo en niet anders? De eerste volledige week van de openbare verhoren over corona zit erop en daarmee is de enquêtecommissie klaar met het thema ‘het begin van de pandemie’.

Destijds werden ingrijpende besluiten genomen, waar ook kritiek op was. Maar wie deze week op excuses hoopte, kwam bedrogen uit. Met de kennis van toen deden we wat we konden, was vaak de boodschap. En ook: als er toch iets niet goed is gegaan, ligt dat misschien aan iemand anders.

Een van de hoofdpersonen in coronatijd was Jaap van Dissel, voorzitter van het Outbreak Management Team, dat het kabinet adviseerde. “Veel was onzeker”, zei Van Dissel. Bij hem leefden begin 2020, toen het virus via Italië uit China was overgewaaid, vooral vragen als: hoe is de overdracht, hoe gedraagt het virus zich, hoe wil je het bestrijden?

Daarvoor was hij afhankelijk van de Wereldgezondheidsorganisatie. “Zij waren in het begin onvolledig”, vertelde Van Dissel. “Achteraf had ik daar kritischer op moeten zijn.”

Doodskisten in Italië

In die tijd werd het OMT opgetuigd, een groep van 30 tot 40 experts. Kritiek was dat er vooral virologen inzaten en bijvoorbeeld minder kinderartsen of huisartsen. Lag daardoor niet te veel nadruk op het bestrijden van het virus en minder op andere aspecten?

Misschien was dat even zo, erkende Van Dissel. “De beelden uit Italië van doodskisten in de straten hebben in het begin zeker de focus bepaald.” Even later werd het OMT in zijn ogen diverser, maar niet zo dat er echt voorbij virusbeheersing werd gekeken.

De weging van negatieve maatschappelijk aspecten “hoorde niet in het OMT thuis”, zei Van Dissel daarover. Daar gingen anderen over, zoals de politiek. Van Dissel had zelfs “ongevraagd” geadviseerd aan het kabinet om breder te kijken, zei hij. Uiteindelijk kwam er een Maatschappelijk Impact Team om het kabinet te adviseren, maar dat was volgens hem rijkelijk laat.

Een van de leden van het OMT was Jan Kluytmans, die als microbioloog in een Bredaas ziekenhuis “in het oog van de storm” zat. Hij werd maandag verhoord.

Jan Kluytmans

Noord-Brabant werd zwaar getroffen, maar het lukte niet om de urgentie aan iedereen over te brengen. “In het zuiden was het volledig verspreid op grote schaal, onder de radar”, zei Kluytmans. Terwijl in de rest van het land nauwelijks besmettingen waren. Dat uitleggen “kostte tijd” en die was kostbaar.

Uiteindelijk leidde de brandhaard in het zuiden tot een lijst met vergaande maatregelen, opgesteld door Brabantse bestuurders. Nog voordat ze daar werden aangekondigd, nam het kabinet ze over. Nederland ging half maart 2020 in lockdown.

Verpesten

Had dat niet eerder gemoeten, was een vraag van de commissie. OMT-voorzitter Van Dissel draaide het om: het had schadelijk kunnen zijn. “Een goede maatregel op het verkeerde moment kan de hele boel verpesten”, zei hij. Je riskeert het vertrouwen van burgers te verliezen.

OMT-lid Marion Koopmans, die vorige week als eerste werd verhoord, stelde dat eerder ingrijpen “in theorie veel had uitgemaakt”. Maar benadrukte dat het “niet realistisch” was, omdat er nog weinig bekend was.

Dat het om “loodzware” besluiten ging, illustreerde topambtenaar Ernst van Koesveld in zijn verhoor woensdag. Hij was op het ministerie van Volksgezondheid betrokken bij het bezoekverbod voor verpleeghuizen.

Hij herinnerde zich “dat het een steen op de maag” was, maar dat iedereen het nodig vond. Aan het besluit lag geen OMT-advies ten grondslag, maar het lag volgens hem wel “in het verlengde” van het advies om voorzichtig om te gaan met kwetsbaren.

Specifieke vragen

Dat niet alle kabinetsmaatregelen rechtstreeks van het OMT kwamen, was voorzitter Van Dissel overigens wel wat waard. In die tijd ontstond een beeld dat het OMT alles bepaalde; op enig moment noemde premier Rutte de adviezen zelfs heilig. “Je wil niet dat het advies gepolitiseerd wordt”, aldus Van Dissel.

De OMT-voorzitter zei in zijn verhoor ook dat het adviesorgaan later in de crisis wel heel veel te verstouwen kreeg van het kabinet. De adviesvragen waren soms zo specifiek dat “je je daar kriegelig bij voelde”.

Van Dissel, die nog een keer gehoord zal worden, stelt dat alles werd gewogen met het oog op de uitbraak. “Maar het was een politieke keuze of bioscopen open konden en restaurants niet, bij wijze van spreken.”

Die keuzes van het kabinet kwamen ook aan bod in de Tweede Kamer. De enquêtecommissie kijkt nadrukkelijk naar de rol van de Kamer en in dat kader was toenmalig voorzitter Khadija Arib uitgenodigd.

Oud-Kamervoorzitter Arib voor de commissie

Kortgezegd was haar boodschap “dat de Kamer het heel goed heeft gedaan”. De controlerende taak werkte prima wat haar betreft. Ze erkende dat er geen crisisplan lag om de Kamer te laten functioneren in een pandemie. “Maar het was ook nooit voorgekomen.”

De Tweede Kamer ging door met vergaderen, maar wel minder en in aangepaste vorm. De ambtelijke top, waar Arib geen goede relatie mee had, ging aan de slag met een crisisplan, maar daar werd zij buitengehouden, vertelde ze. “Het was mosterd na de maaltijd.”

Uitgewoond

Of de Kamer inderdaad zo goed functioneerde, waagde ex-Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Pieter-Jaap Aalbersberg te betwijfelen in zijn verhoor.

Hij zag overwerktheid bij ambtenaren van VWS, mede doordat de Kamer veel van ze vroeg. “Het parlementaire werk vrat de ambtenaren op.” Ze raakten het eerste half jaar “uitgewoond”.

Net als de Kamer was heel Nederland niet goed voorbereid, zei Aalbersberg. Er waren draaiboeken voor uitbraken, maar alleen gericht op “een enkele besmettingshaard ergens in Nederland”.

Voldoende transparant

De NCTV werd als laatste verhoord deze week en was naar eigen zeggen “het oliemannetje” van de crisis. Hij was bijvoorbeeld aanwezig bij de zogenoemde Catshuisoverleggen, waar ministers afspraken maakten over de coronamaatregelen.

Hij weerspreekt dat de besluitvorming daar “schimmig” was. Veel onderliggende adviezen waren openbaar en de bewindslieden moesten in het openbaar verantwoording afleggen, is zijn idee. “Vanuit mijn perspectief was het voldoende transparant.”

Hoe de bewindspersonen daar zelf naar kijken, wordt volgende week duidelijk. De commissie verhoort dan onder anderen oud-premier Rutte en toenmalig ministers Van Ark en Koolmees.

Share.
Exit mobile version