Een model op ware grootte van een FCAS-vliegtuig

NOS Nieuws

  • Saskia Houttuin

    correspondent Frankrijk

  • Charlotte Waaijers

    correspondent Duitsland

  • Saskia Houttuin

    correspondent Frankrijk

  • Charlotte Waaijers

    correspondent Duitsland

Het zou hét voorbeeld moeten zijn van een krachtige militaire samenwerking in Europa: het Future Combat Air System (FCAS), een nieuw gevechtsvliegtuig van Duits-Frans-Spaanse makelij dat Europa onafhankelijker moet maken van de Verenigde Staten. “Een revolutie”, zei de Franse president Macron nog bij de start van het project in 2017.

Negen jaar later hangt het ambitieuze project aan een zijden draadje. Het lijkt te stranden in onderlinge belangenverschillen, zowel tussen de fabrikanten als tussen de Duitse en Franse overheid.

“Het project is zo goed als dood”, zegt Jacob Ross, die voor de German Council on Foreign Relations in Parijs onderzoek doet naar de Frans-Duitse relaties en veiligheid. De deadline voor de beslissing om daadwerkelijk te gaan bouwen is al twee keer verschoven. Mogelijk wordt deze week duidelijk of het doek daadwerkelijk valt voor het gevechtsvliegtuig van de toekomst.

Wat is FCAS?

De bedoeling van FCAS is om de huidige generatie Franse en Duitse gevechtsvliegtuigen te vervangen. Het zou efficiënter zijn als de Europese landen meer samenwerken, in plaats van elk afzonderlijk een systeem te ontwikkelen.

Nieuw is naast het gevechtsvliegtuig zelf ook de ‘combat cloud’, die alle onderdelen en informatiesystemen met elkaar verbindt, en een zwerm al dan niet bewapende drones die het vliegtuig kunnen begeleiden.

Ross: “Daar is een dringende behoefte aan in Europa, niet alleen voor Frankrijk en Duitsland, maar ook voor Nederland. Dat we een manier vinden om onze strijdkrachten te laten communiceren, zonder gebruik te maken van door de Amerikanen gebouwde satellieten, zoals Starlink.”

Nadat de Franse vliegtuigbouwers Dassault en het Duitse Airbus voor het project hadden getekend, haakte ook het Spaanse bedrijf Indra aan. Het doel was aanvankelijk om de nieuwe gevechtsvliegtuigen in 2040 in de lucht te hebben, een eerste testmodel stond gepland voor 2027. Dat is sowieso niet meer haalbaar, want er is nog geen nagel geslagen.

Waarom het niet botert

De eerste scheuren in het project ontstonden toen duidelijk werd dat Dassault en Airbus worstelden met de onderlinge werkverdeling. Dassault, dat de leiding heeft over de bouw, zou weigeren om belangrijke keuzes met Airbus te overleggen.

De frustraties lijken wederzijds. “Achter gesloten deuren klinkt het in Berlijn vaak dat Frankrijk vooral wil dat Duitsland voor het vliegtuig betaalt, terwijl de Fransen de indruk hebben dat Duitsland hun intellectueel eigendom en marktaandeel wil afpakken”, stelt defensieanalist Ulrike Franke.

Technische verschillen

Ook lopen de visies van Duitsland en Frankrijk op belangrijke punten uiteen. De Fransen, aldus bondskanselier Friedrich Merz vorige week in een podcastinterview, willen “een vliegtuig dat in staat is atoomwapens te dragen en dat vanaf een vliegdekschip kan opereren. Dat is niet wat het Duitse leger op dit moment nodig heeft.”

Daarin zit een wezenlijk verschil met 2017, zegt Ross. Kort na de Brexit en de eerste verkiezing van Trump leek een gezamenlijk gevechtsvliegtuig het ideale symbool van Europese militaire samenwerking, maar in Duitsland was niet goed nagedacht over wat de eigen luchtmacht nodig had.

Dat veranderde in 2022, het jaar van de Russische inval in Oekraïne, zegt Ross: “De Bundeswehr was eigenlijk niet echt operationeel, maar inmiddels is Duitsland zich aan het klaarmaken voor een confrontatie met Rusland.”

Het kantoor van de Franse president noemt het “onbegrijpelijk dat industriële meningsverschillen niet overwonnen kunnen worden, terwijl wij juist gezamenlijk eenheid en slagkracht moeten tonen”.

Wat nu?

Ondertussen klinken er in Duitsland veel fundamentelere vragen. “Als we concluderen dat we zo’n bemand gevechtsvliegtuig nodig hebben, dan moeten we bekijken wie dat met ons wil bouwen”, opperde bondskanselier Merz. “Er zijn in Europa nog anderen die interesse hebben om met ons te spreken.”

Daarmee doelt hij bijvoorbeeld op het Global Combat Air Programme (GCAP) waarin Italië, het Verenigd Koninkrijk en Japan aan een eigen gevechtsvliegtuig werken. Ook het Zweedse Saab staat open voor gesprekken.

In Duitsland pleiten de luchtvaartbranche en de vakbond ondertussen voor een opsplitsing van FCAS: een deel dat aan de Franse eisen voldoet en een ander deel voor de Duitse eisen.

Airbus staat daarvoor open. “De impasse rond één enkel type mag niet de hele toekomst in gevaar brengen van deze Europese hightechcapaciteit die onze collectieve afschrikking zal versterken”, aldus een woordvoerder. “Als onze klanten ons daartoe opdracht geven, zouden wij een oplossing met twee gevechtsvliegtuigen ondersteunen.”

Share.
Exit mobile version