NOS NieuwsAangepast
De Franse premier Lecornu zegt dat zijn regering “zich niet laat intimideren” door het geweld bij de betogingen van vandaag. “Niemand zal zijn politieke agenda met geweld opleggen”, schrijft de premier op X. President Macron zegt dat er geen plaats is voor geweld in Frankrijk en dat degenen die zich hebben misdragen zullen worden vervolgd en gestraft.
Volgens premier Lecornu zijn vreedzame demonstraties toegestaan, maar horen brandstichting, plundering en aanvallen daar niet bij. Hij spreekt zijn steun uit voor de politie, die volgens hem met extreem geweld te maken kreeg.
Honderdduizenden Fransen gingen vandaag de straat op uit onvrede met de slechte staat van het onderwijs, stijgende kosten en het regeringsbeleid in het algemeen:
Het merendeel van de demonstranten protesteerde vreedzaam, maar in een aantal steden, zoals Parijs, Marseille, Toulouse, Angers, Lyon en Bordeaux, ontaardde het in geweld.
Ook vanavond is de sfeer in verschillende steden nog gespannen, onder meer in Parijs, Toulouse en Bordeaux. Aan het begin van de avond werd in Limoges het historische stadhuis in brand gestoken. Het vuur verspreidde zich door een vleugel en het gebouw wordt goeddeels als verloren beschouwd.
Het vuur bereikte ook het dak, waarna de toren van het stadhuis instortte:

Volgens minister Nuñez van Binnenlandse Zaken waren 550.000 mensen op de been bij 110 demonstraties door heel Frankrijk. De betrokken actiegroepen houden het op 800.000 deelnemers.
Veel demonstranten geven aan dat relschoppers er bewust op uit waren om schade aan te richten en de confrontatie met de politie aan te gaan.
De relschoppers hadden het vaak voorzien op gebouwen van de overheid, zoals gemeentehuizen en politiebureaus. In steden als Straatsburg, Rouen, Nantes, Pau en Valence zijn ook winkels geplunderd, zegt minister Nuñez.
Lecornu en Nuñez beschuldigen uiterst linkse groepen ervan dat ze het geweld hebben georganiseerd. “En criminelen deden mee aan plundering en vernieling”, schrijft Lecornu. Volgens de premier heeft dat te maken met de Franse presidentsverkiezingen die volgend jaar april worden gehouden.
In zijn bericht op X richtte hij zich expliciet “tegen degenen die dit geweld willen gebruiken als een ‘opwarmertje’ voor de presidentsverkiezingen”. Hij belooft de Fransen dat de vandalen zullen betalen. “Publiek geld is schaars”, schrijft hij. “We moeten niet eindeloos de schade herstellen die vandalen aanrichten. Zij moeten de kosten dragen.”
Ook de burgemeester van Parijs heeft het geweld in Frankrijk scherp veroordeeld. In een interview met France-Ouest zegt burgemeester Emmanuel Grégoire dat het protest inmiddels zijn doel voorbijschiet.
“Het overgrote merendeel van de demonstranten wil vreedzaam demonstreren. Deze destructieve daden leiden de aandacht af”, aldus Grégoire. “Vernieling is geen oplossing.”
Volgens minister Nuñez zijn er in heel Frankrijk 400 mensen opgepakt. Zestig politiemensen zijn gewond geraakt, meldt hij, van wie er twee bewusteloos naar het ziekenhuis zijn gebracht. “Dit toont de gewelddadigheid van de aanvallers aan”, zei de minister.
Hoeveel gewonden er onder de demonstranten zijn, is niet duidelijk. Het Franse persbureau AFP meldt dat in de Zuid-Franse stad Saint-Étienne een demonstrant zijn hand heeft verloren door een politiegranaat.
Begin deze maand overkwam dat ook een 15-jarige scholier, wat leidde tot grote kritiek op het harde optreden van de politie bij de onderwijsdemonstraties. De Franse politie stopte vervolgens met het gebruik van flitsgranaten.
Toch zei minister Nuñez van Binnenlandse Zaken gisteren op de Franse radio dat hij het gebruik ervan niet uitsloot: “Agenten moeten alle wapens die zij tot hun beschikking hebben, kunnen gebruiken”, zei hij.









