NOS Nieuws
-
Willemijn Hoebert
presentator Weer
-

Willemijn Hoebert
presentator Weer
Het RIVM heeft het Nationaal Hitteplan beëindigd. Daarmee vervalt ook code geel van het KNMI voor aanhoudende hitte.
Gisteren stond er voor het laatst een 30 op de temperatuurkaart, in Maastricht. In het noorden van het land bleven we toen al steken rond 21 graden. Vandaag haalden we in het zuiden net geen 26 graden en was het in het noorden opnieuw een graad of 21. En 21 graden gaan we de komende dagen in heel Nederland op de thermometers terugzien.
Na de hitte van de afgelopen weken kan het morgen bijna fris aanvoelen. We beginnen de dag met wolken en plaatselijk nog wat regen, restanten van een regengebied dat komende nacht over Nederland trekt.
Overdag ontstaan er vooral in het oosten en noordoosten enkele buien. De zon laat zich af en toe zien, maar lang niet zo uitbundig als de afgelopen tijd. Er zijn vooral veel wolken. Het wordt 19 tot 22 graden, met de hoogste waarden in het zuidwesten. Er staat een zwakke tot matige noordwestenwind.
In de nacht van maandag op dinsdag merken we de invloed van een lagedrukgebied, dat nu nog op weg is naar Schotland. In het tweede deel van de nacht begint het te regenen; plaatselijk valt er 5 tot 10 millimeter. Overdag trekt de regen weg, maar veel zon zal er niet zijn. Het voelt ook fris aan, mede door de wind die vooral aan zee nog wat aantrekt.
Nat, maar droogte niet voorbij
Vanaf woensdag wordt de lucht instabieler. Dat betekent dat het temperatuurverschil tussen de warme lucht vlak boven de grond en de koude lucht hoog in de atmosfeer groot is. Warme lucht stijgt daardoor makkelijk op en daar ontstaan buien uit.
Door de warme Noordzee zijn er wel regionale verschillen te verwachten: zeewater dat warmer is dan normaal levert extra vocht en energie, waardoor de buien boven het westen actiever worden. Daar valt waarschijnlijk de meeste neerslag en is de kans op onweer het grootst.
Voor de natuur is die regen welkom, maar het effect moet je niet overschatten. Het landelijke neerslagtekort liep begin augustus op tot ongeveer 280 millimeter. Daarmee hoort dit jaar bij de 5 procent droogste jaren. De bodem is inmiddels zo hard, dat water uit een korte, felle bui er nauwelijks in zakt. Het water stroomt gewoon weg of verdampt.
Om het tekort echt terug te dringen, is langdurige, gelijkmatige regen nodig. Ook voor het natuurbrandrisico geldt dat een enkele bui de droge vegetatie maar kort vochtig houdt.
Oplopen warmtegetal staat stil
Met het einde van de hitte komt ook het zogeheten warmtegetal tot stilstand. Dat getal is een maat voor de hoeveelheid warmte die we tussen 1 april en 31 oktober bij elkaar sprokkelen.
Elke dag telt mee voor het aantal graden dat de gemiddelde etmaaltemperatuur (het gemiddelde over 24 uur) boven de 18 graden uitkomt: was het op een dag gemiddeld 21,2 graden, dan levert die dag 3,2 punten op. Blijft de etmaaltemperatuur onder de 18 graden, zoals we de komende dagen vaker verwachten, dan komt er niets bij.
Dankzij de warme weken die achter ons liggen, staat 2026 nu op 195,5. Dat is de vierde plek in de lijst van alle jaren sinds 1901. Recordjaar 2006 kwam uit op 201,3, dus zoveel scheelt het niet. Het seizoen loopt nog ruim twee maanden door, maar met de wisselvallige week die eraan komt, gaat de teller voorlopig nauwelijks vooruit.

