NOS Nieuws•
-

Marleen de Rooy
politiek verslaggever
-
Jorn Kompeer
politiek verslaggever
-
Marleen de Rooy
politiek verslaggever
-
Jorn Kompeer
politiek verslaggever
Gemeenten worstelen met de aanpak van hardrijders op 30km-wegen. Vanwege de verkeersveiligheid verlagen steeds meer gemeenten de snelheid van 50 kilometer per uur naar 30, maar het beboeten van overtreders kent nog obstakels. Dat blijkt uit een rondgang van de NOS onder wethouders en verkeersdeskundigen. Er zijn nog te weinig flitspalen en automobilisten blijven hard rijden, zeggen ze.
De problemen spelen ook in Amsterdam, zegt de Amsterdamse verkeerswethouder Van der Horst. Op sommige wegen, bijvoorbeeld de Amstelveenseweg, blijven automobilisten te hard rijden. Bewoners klagen over deze “racebaan” en willen meer flitspalen.
De gemeente moet daarvoor bij het Openbaar Ministerie zijn, maar dat blijkt ingewikkeld. “Het is best wel frustrerend”, aldus Van der Horst. De gemeente moet ervoor zorgen dat de weg voldoet aan de ‘inrichtingskenmerken’ die gelden op een 30km-weg. Te denken valt aan drempels en versmallingen en aan klinkers in plaats van asfalt. Maar dat is lastig voor de gemeente. “Wij hebben al van alles gedaan, maar in de hele stad drempels en klinkers leggen is onrealistisch en kost miljarden.”
Het OM zegt dat handhaving “niet geloofwaardig, duurzaam en effectief” is als de gemeente niet ook iets heeft gedaan aan de inrichting van de weg.
Het is een situatie waar meer gemeenten mee kampen, weet verkeersdeskundige Marc Schenk. Hij schreef mee aan de richtlijn hoe 30km-wegen eruit moeten zien en erkent dat handhaven van die nieuwe snelheid lastig is.
“Een bord ophangen en verwachten dat auto’s zich dan wel aan de snelheid houden, zo werkt het niet”, legt Schenk uit. “Een weg moet er geloofwaardig uitzien voor de snelheid die op het bord staat. Als de meerderheid van de automobilisten zich daar niet aan houdt, dan is de weg niet geloofwaardig ingericht.”
Bezwaar maken
Deze “geloofwaardigheid” van een maximumsnelheid heeft ook gevolgen voor het wel of niet plaatsen van een flitspaal. “Je kan de flitspaal wel neerzetten en boetes uitdelen”, zegt Schenk. “Maar als je als weggebruiker vindt dat je niet kon weten dat je 30 moest of dat de weg die snelheid niet uitstraalt, dan kan je de boete aanvechten. En dat doen heel veel mensen, wat leidt tot extra druk bij de handhavende organisaties.”
De situatie leidt er in Amsterdam toe dat er nauwelijks wordt gehandhaafd, zegt wethouder Van der Horst. “We hebben op de wegen waar je 30 mag nu welgeteld één vaste flitspaal en één flexibele flitspaal. Dat is voor een stad als Amsterdam echt te weinig.”
De Amsterdamse wethouder hoopt op een flexibelere opstelling van het Openbaar Ministerie. “De verkeersveiligheid moet voorop komen te staan en niet de precieze inrichting van de weg.”
Te veel flitsboetes
Gemeenten kijken daarbij ook naar de landelijke politiek en met name naar minister Karremans van Infrastructuur. Hij zegt de frustraties te begrijpen. In zijn voormalige baan als verkeerswethouder in Rotterdam vond hij naar eigen zeggen ook dat de regels soepeler moesten.
In zijn nieuwe functie als minister wil Karremans niet meteen toezeggen dat flitsen makkelijker wordt, “maar waar wij kunnen helpen als Rijk, zullen we dat zeker gaan doen”. Hij benadrukt wel dat een grondige aanpassing van de wegen daar ook bij hoort.
De minister die verantwoordelijk is voor het Openbaar Ministerie, David van Weel, is iets terughoudender dan zijn collega. Hij wijst op het systeem dat achter de flitsboetes zit. “We weten dat een deel daarvan leidt tot bezwaren en rechtszaken. We moeten de strafrechtketen niet volstoppen door te veel flitsboetes uit te schrijven.”
De regels zullen voorlopig dus niet worden versoepeld. Gemeenten zullen de komende tijd vooral nog moeten hopen op de goede wil van automobilisten om bij het zien van een 30-kilometerbord ook echt langzamer te rijden.

