NOS Nieuws•
Het was een van de meest ingrijpende maatregelen in coronatijd: de avondklok, waarbij iedereen vanaf 21.00 uur verplicht binnen moest blijven tot de volgende ochtend. Deze week sprak de parlementaire enquêtecommissie erover met betrokkenen. Niemand wilde het echt graag, maar uiteindelijk ging Nederland drie maanden ’s nachts op slot.
In januari 2021 dreigde een grote besmettingsgolf. Er was al een lockdown, maar er kwamen nieuwe coronavarianten aan en die leken gevaarlijk. Voor die tijd had het adviesorgaan OMT de avondklok al genoemd als optie, maar toen wilde het kabinet er niet aan. “Ik had grondrechtelijke problemen met de avondklok”, zei oud-minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid in zijn verhoor.
Zware inbreuken
Topambtenaar Hanneke Schipper-Spanninga schetste dat er tijdens corona voortdurend sprake was van “botsende grondrechten”. Zo waren er maatregelen die inbreuk maakten op het familieleven, omdat mensen niet dicht bij elkaar mochten zijn. Maar ook het eigendomsrecht werd ingeperkt toen ondernemers niet meer over hun eigen openingstijden gingen.
Schipper, die maatregelen toetste aan grondrechten, sprak van “zware inbreuken”. Maar ze benadrukte dat daar tegenover het recht op leven als “heel fundamenteel grondrecht” stond. Volgens haar bestaat er geen rangorde tussen grondrechten, maar is de volksgezondheid wel zwaarwegend.
Orkaan
Begin 2021 begon dat dan ook zwaar te tellen vanwege de nieuwe virusvarianten, vertelde Grapperhaus. “We stonden epidemiologisch tegen de muur.” In een spoedadvies stelde het OMT dat een avondklok effect kon hebben, en dus liet hij zijn “gespierde tegenzin” varen.
Binnen het kabinet was wel discussie, onder meer over de proportionaliteit en doelmatigheid, maar de oud-justitieminister wilde niet al te veel kwijt over hoe die verliep.
Comissielid Mutluer wilde meer weten dan Grapperhaus wilde zeggen en dat leidde tot een stekelig gesprek:
Hoewel het OMT de avondklok al een aantal keer had opgenomen in een advies, was er daar ook twijfel, schetste oud-voorzitter Jaap van Dissel in zijn tweede verhoor. “Je vraagt mensen een offer in hun grondrechten, terwijl we niet 100 procent kunnen zeggen wat het betekent voor de uitbraak.”
Nu kon hij daar wel wat meer over zeggen. Volgens hem heeft de avondklok “naar alle waarschijnlijkheid” geholpen. “Het zorgde voor een klein maar significant effect.”
Grens bereikt
Vooraf werd ook onder burgemeesters flink gediscussieerd, herinnerde Femke Halsema zich. “Niet elk doel heiligt alle middelen. Mensen dwingen om thuis te blijven was voor mij onaanvaardbaar.” De Amsterdamse burgemeester maakte zich zorgen over eenzaamheid en mentale gezondheid. “Ik vond dat we de grens hadden bereikt qua maatregelen die we konden en mochten nemen.”
Toch voerden zij en de andere burgemeesters de maatregel uit, “want als bestuurder heb je je te voegen naar democratische besluitvorming”.
De avondklok zou in eerste instantie gelden voor een paar weken, maar werd vijf keer verlengd en duurde drie maanden. Terwijl door Schipper-Spanninga al bij de start werd geadviseerd om de avondklok als eerste ‘af te schalen’, vanwege de zwaarte.
Dat gebeurde niet, eerst werd namelijk versoepeld in onder meer het onderwijs. Ze vond dat wat betreft scholen “voorstelbaar”, maar begreep niet dat andere versoepelingen ook voorrang kregen. Wel benadrukte ze dat het om politieke afwegingen ging, waar veel belangen speelden.
Repressie
De nadruk in het coronabeleid kwam gaandeweg erg veel op repressie en handhaving te liggen, haalde burgemeester Halsema aan in haar verhoor. “Het plaatste de overheid op een veel te harde manier tegenover een bevolking die de moed aan het verliezen was.”
Aan het begin van de coronapandemie werd vooral benadrukt “dat we het samen moesten doen”, zei ze. “Er was een ongelooflijke solidariteit.” De kentering kwam volgens Halsema begin 2021. “Ergens in die winter raakte de overheid zijn bevolking kwijt.”
Wat misschien had geholpen om de boel bij elkaar te houden, was betere uitleg, zei oud-korpschef Henk van Essen. Hij zei dat de politie het kabinet bijvoorbeeld opriep om in de communicatie meer rekening te houden met de grieven van tegenstanders. “Begrip tonen is iets anders dan gelijk geven.”
Een van de tegenstanders was Romy Quint. Ze richtte tijdens de pandemie Vrouwen voor Vrijheid op, een organisatie die kritisch was op coronamaatregelen. “Alle respect voor wat er bedacht werd, maar sommige dingen gingen gewoon te ver.”
Quint zei in haar verhoor dat alle critici op één hoop werden gegooid. “We werden lelijk weggezet als lastige gekkies en als één homogene groep.” Ze denkt dat er minder polarisatie was geweest als kritische burgers beter gehoord waren door journalisten en politici. “Als mensen hun mening hadden gehoord, hadden ze niet de straat op hoeven te gaan.”
Ex-korpschef Van Essen voegde er nog aan toe dat het voor het draagvlak had geholpen als maatregelen begrijpelijk, uitlegbaar en eenduidig waren. Het veelvuldig op- en afschalen hielp volgens hem niet. En daar vond hij Van Dissel aan zijn zijde, die sprak van “een spaghettibrij aan maatregelen”, tegen het einde van pandemie. “Het was nauwelijks meer te begrijpen”, aldus de oud-OMT-voorzitter.

