NOS Nieuws•
De gemeente Den Haag wil de geluidsniveaus in de stad in kaart brengen en weten hoe inwoners die beleven. De gemeente zoekt ruim honderd vrijwilligers verspreid over de stad die met een meetapparaat het geluid bij hun woning kunnen meten.
Den Haag krijgt jaarlijks tientallen klachten binnen over geluidsoverlast van bijvoorbeeld verkeer, bouwwerkzaamheden, speeltuinen of evenementen. Om na te gaan waar in de stad veel geluid en overlast is, wil Den Haag bij deze proef niet alleen kijken naar uitkomsten van metingen. De gemeente is ook benieuwd naar de ervaringen van de inwoners zelf.
“Want geluidsbelasting en geluidshinder geven gezondheidsklachten”, legt projectleider Niels Cools van de gemeente uit bij Omroep West. “Daar moet je rekening mee houden. Er zijn wel normen vastgelegd qua decibellen, maar die zeggen niet altijd alles.”
Een soortgelijke proef in België van de Universiteit van Antwerpen bleek eerder succesvol. “Overal is daar aan mensen gevraagd hoe zij geluid beleven”, zegt Cools. “Dat leverde heel veel interessante informatie op.”
Niet op straatniveau
Zo’n 130 inwoners kunnen zich dit jaar aanmelden voor de proef. Ze krijgen dan van de gemeente een geluidsmeter te leen. Die mogen ze zes weken aan hun huis hangen, al moet dat wel op de eerste verdieping of hoger zijn.
“Anders pikt het apparaat te veel straatgeluid op”, zegt Cools. “Of hij kan worden gestolen worden en zo’n ding kost al gauw een paar honderd euro.”
Of het onderzoek nog representatief is als er alleen notoire klagers aan de proef meedoen, maakt volgens Cools niet echt uit. “Er zit natuurlijk een zekere bias in”, erkent hij. “Mensen die ergens last van hebben, zijn eerder geneigd om mee te doen. Dat zagen ze in België ook. Maar dat is niet te voorkomen.” Het maakt de resultaten volgens Cools nog steeds interessant.
Burgerwetenschappers
De gemeente werkt voor deze proef samen met het Urban Sensing Lab, een initiatief waarbij onderzoekers en overheden samenwerken met inwoners die in hun eigen leefomgeving data verzamelen. De resultaten worden aan het einde van het jaar geanalyseerd door de Universiteit van Antwerpen.
Daarmee zijn acute geluidsoverlastproblemen echter niet opgelost, zegt Cools. “Soms kosten dingen nu eenmaal tijd, of geld. Er spelen ook altijd andere belangen mee. In het geval van geluidsoverlast door auto’s kunnen we natuurlijk niet meteen al het verkeer in de stad stilzetten.”
‘Te weinig wetten’
Directeur Erik Roelofsen van de Nederlandse Stichting Geluidshinder is positief over de proef. Volgens hem is er nu te weinig wetgeving als het gaat om geluidsoverlast en projecten als deze moeten helpen om dit in de toekomst te veranderen.
“Het is een kwestie van lange adem, het is niet morgen beter”, zegt Roelofsen. “Maar door de decibellen te meten en de beleving van bewoners te inventariseren, kunnen de hotspots eruit worden gepikt. Met deze data als onderbouwing kan er nieuw en beter beleid worden gemaakt.”












