NOS Nieuws•
Er komt de komende jaren een landelijke, systematische telling van bestuivende insecten. Volgens de initiatiefnemer, EIS Kenniscentrum Insecten, gaat het zo slecht met vlinders, bijen en zweefvliegen dat ingrijpen nodig is.
Bestuivende insecten zijn onmisbaar voor de natuur. Zo vliegen ze met stuifmeel aan hun pootjes van bloem naar bloem, waardoor nieuwe bloemen en planten kunnen groeien. Ook fruit groeit mede dankzij stuifmeel. De bestuivers zelf worden op hun beurt gegeten door vogels en vleermuizen.
Het aantal bestuivende insecten gaat echter al jaren achteruit. Belangrijkste oorzaak is het verdwijnen van geschikt leefgebied. Door stikstof, intensieve landbouw en het gebruik van pesticiden vinden de insecten steeds minder plekken om voedsel te zoeken en zich voort te planten.
150 locaties
Uit nieuw onderzoek blijkt volgens kenniscentrum EIS dat het aantal zweefvliegen nog sneller achteruitgaat dan gedacht. Zo wordt geschat dat er inmiddels 50 tot 90 procent minder zweefvliegen zijn dan dertig jaar geleden.
In opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur begint deze week daarom een landelijke telling van bestuivers. Het programma loopt tot 2030. Mensen kunnen vijf keer per jaar op 150 locaties vlinders, zweefvliegen en bijen gaan tellen.
“Met deze telling krijgen we beter inzicht in hoe het met bestuivers gaat”, zegt projectleider Theo Zeegers. “Dat helpt ons te begrijpen wat er gebeurt en waar herstel het meest nodig is.”
‘Maak je tuin groener’
Ook Natuurmonumenten is betrokken bij het initiatief. De natuurbeschermingsorganisatie wijst erop dat mensen nu al veel kunnen doen.
“Nederlandse tuinen bestaan voor 36 procent uit vegetatie en dat kan dus bijna drie keer groener”, zegt ecoloog Wouter van Steenis van Natuurmonumenten. “Als iedereen een klein stukje tuin of balkon groener maakt met gifvrij geteelde bloemen, dan helpt dat bestuivers direct.”











