NOS Nieuws•
Na jarenlang onderhandelen en voorbereiden treedt vandaag het Europese asiel- en migratiepact in werking. Het doel is om het aantal migranten dat illegaal de EU binnenkomt omlaag te brengen en meer controle te krijgen over de mensen die voor asiel naar Europa komen.
Wat verandert er in Nederland?
De IND, de organisatie die beoordeelt of een asielzoeker in Nederland mag blijven, gaat anders gaat werken. Zij moeten asielaanvragen binnen een half jaar afhandelen. Nu duurt die procedure vaak zo’n twee jaar. Om dat voor elkaar te krijgen heeft de IND de procedure versimpeld.
Zo moeten asielzoekers zelf eerst vragen over hun aanmelding beantwoorden op een tablet, zijn er geen verplichte gezondheidschecks meer en moeten asielzoekers direct naar de rechter wanneer ze het niet eens zijn met de beslissing van de IND. Critici vrezen dat de nieuwe werkzijde tot veel meer procedures bij de rechter gaat leiden.
De nieuwe werkwijze heeft ook een grote impact op asielzoekers die nu al in Nederland wachten op een beslissing. Omdat de IND wil voorkomen dat ze onder de nieuwe regels meteen achterstanden oploopt, krijgen asielzoekers die vanaf vandaag een asielverzoek indienen voorrang. Asielzoekers die al een procedure hebben lopen, moeten daarom extra lang wachten. Het kabinet wil die wachttijd beperken tot maximaal drie jaar. Daarnaast voert Nederland, los van het migratiepact, het tweestatusstelsel in.
Wat verandert er voor Ter Apel?
Het is nog onduidelijk of het pact snel tot minder drukte in Ter Apel gaat leiden. In theorie is dat wel zo. Migranten moeten de asielprocedure namelijk voornamelijk aan de buitengrenzen van de Europese Unie gaan doorlopen, in bijvoorbeeld Griekenland of Italië. Nederland heeft met Schiphol ook een buitengrens, maar daar komen over het algemeen weinig mensen aan die op zoek zijn naar asiel.
Of het in de praktijk ook zo zal uitpakken, moet blijken. Daarvoor is het van belang dat de landen aan de buitengrenzen van de EU voorkomen dat asielzoekers doorreizen. Mocht dat toch gebeuren, dan kan Nederland die asielzoekers terugsturen naar het land waar zij de EU binnenkwamen. Dat land is verantwoordelijk voor de asielprocedure.
Deze regel bestaat al jaren, maar zuidelijke EU-landen weigeren migranten terug te nemen, omdat zij als grenslanden al heel veel asielzoekers opvangen. Maar onder het nieuwe migratiepact wordt deze afspraak nieuw leven ingeblazen. De landen aan de buitengrens van de EU zijn in eerste instantie weer verantwoordelijk voor de asielprocedure.
Daar staat tegenover dat de overige EU-lidstaten hulp moeten bieden aan die landen (Griekenland, Cyprus, Italië, Spanje). Die hulp bestaat uit het overnemen van asielzoekers of het bieden van financiële steun. Nederland kiest voor de financiële steun. Enkele andere landen, zoals Duitsland, zijn wel bereid asielzoekers over te nemen.
Het is een van de kwetsbare onderdelen van het migratiepact: als het aantal migranten dat naar de EU komt komende jaren toeneemt, is het de vraag of genoeg lidstaten bereid zijn de grenslanden te ontlasten. Als hulp uitblijft, ontbreekt voor de grenslanden de prikkel om asielzoekers zorgvuldig te registreren en te voorkomen dat ze doorreizen naar andere EU-landen.
Wat verandert er voor asielzoekers?
Asielzoekers die aankomen in bijvoorbeeld Cyprus of Griekeland krijgen te maken met snelle procedures aan de grens. Ze ondergaan eerst een veiligheidsscreening. Hun gegevens worden opgeslagen in een databank. Op basis van de screening wordt besloten of de asielzoekers een reële kans hebben op asiel. Als dat zo is, belanden ze in de normale asielprocedure.
Degenen die weinig kans maken, komen in een extra snelle procedure terecht van maximaal twaalf weken. Zij moeten die procedure afwachten in gesloten centra. Als ze niet mogen blijven, moeten ze terugkeren naar hun land van herkomst. Die terugkeer is een andere kwetsbaarheid in het pact. Op dit moment lukt het EU-landen maar heel beperkt om uitgeprocedeerde asielzoekers terug te sturen. Veel landen weigeren migranten terug te nemen.
Later dit jaar gaan er ook nieuwe Europese regels gelden om die terugkeercijfers omhoog te krijgen. Het geeft EU-landen onder meer de optie afgewezen asielzoekers naar ’terugkeerhubs’, uitzetcentra buiten de EU, te sturen. Afspraken over zulke uitzetcentra zijn er nog niet.
Ook wil de EU meer afspraken maken met landen waar veel migranten vandaan komen, zodat zij afgewezen asielzoekers toch willen terugnemen. De EU voert daar nu zelfs met de Taliban gesprekken over. Maar zolang het onvoldoende lukt mensen terug te sturen, is het de vraag in hoeverre het migratiepact succesvol kan zijn.












