NOS Nieuws••Aangepast
De Nederlandse Staat heeft niet onrechtmatig gehandeld tegen Dilani Butink, een vrouw uit Sri Lanka die als kind werd geadopteerd door een Nederlands stel. Dat heeft het gerechtshof in Amsterdam bepaald in een zaak die jarenlang heeft gesleept.
Volgens Butink zijn er bij haar adoptie in 1992 grote fouten gemaakt. Daardoor weet ze nog altijd niet wie haar biologische ouders zijn en verkeert ze in onzekerheid over de omstandigheden waaronder zij is afgestaan.
Butink stelde daarvoor de Staat en de stichting Kind en Toekomst verantwoordelijk. In 2022 kreeg ze van het gerechtshof in Den Haag gelijk, maar daar haalde de Hoge Raad een streep door.
Situatie in 1992 was anders
Het hof in Amsterdam heeft nu een nieuwe en definitieve uitspraak gedaan. Het oordeel is dat de verwijten die aan de Nederlandse Staat en de stichting zijn gemaakt niet terecht zijn. Daarbij wordt rekening gehouden met de regels die er in 1992 golden en met wat er toen over adoptie uit andere landen bekend was. De maatschappelijke opvattingen daarover zijn nu anders dan destijds, zegt het hof.
“De manier waarop de adoptie van de vrouw destijds tot stand is gekomen is niet langer toegestaan en wordt niet langer aanvaardbaar geacht”, merkt het hof op, maar dat is voor het hof niet doorslaggevend. “Het gaat om de situatie in 1992.” Op basis daarvan kan niet worden geconcludeerd dat er tegenover de vrouw onrechtmatig is gehandeld.
Adoptie inmiddels verboden
Inmiddels is het niet meer mogelijk om adoptie aan te vragen van kinderen uit andere landen. Aanleiding voor de maatregel was een rapport uit 2021, waaruit bleek dat er gedurende tientallen jaren veel misstanden waren bij interlandelijke adoptie.
Nieuwe aanvragen voor adoptie worden niet meer toegestaan, maar lopende aanvragen worden nog wel behandeld. In 2030 komt ook daaraan een einde.












