NOS Nieuws
De Japanse yen was weggezakt tot het laagste niveau in bijna veertig jaar, maar schoot de afgelopen dagen omhoog. Berichten over geheime aankopen en een gefotografeerd Amerikaans spiekbriefje voedden de vermoedens. Maandag kwam de bevestiging: de regeringen in Tokio en Washington hebben met miljarden ingegrepen om de val van de yen te stoppen.
Zodra minister Katayama bij de ingang van het ministerie van Financiën verschijnt voor de aankondiging, zwermen journalisten als bijen om haar heen. “We zullen niet aarzelen opnieuw in te grijpen”, leest ze van een vel papier. De miljardeninterventie was een antwoord op “de buitensporige schommelingen en wanordelijke koersbewegingen” van de Japanse munt.
Een dollar kostte donderdag bijna 164 yen, het laagste niveau sinds 1986. Na de interventie herstelde de munt tot ongeveer 157 yen per dollar.
Van dollar naar euro naar yen
Bij een valuta-interventie verkopen overheden de ene munt in ruil voor een andere. Japan verkocht naar schatting bijna 60 miljard dollar om yens te kopen. Deze extra vraag dreef de koers omhoog, waardoor een dollar of euro minder yen opleverde.
Hoeveel Washington precies inzette, is onbekend. De opvallendste aanwijzing kwam uit een onverwachte hoek: tijdens een kabinetsvergadering op Camp David fotografeerde Reuters een notitieblok dat voor minister Scott Bessent lag.
Onder het kopje To Do stond handgeschreven: Buy Japanese Yen (JPY) $5-10 bil. Dat komt neer op ongeveer 780 tot 1570 miljard yen, maar het werkelijk uitgegeven bedrag is niet bekendgemaakt. Wel meldt de Financial Times dat de Verenigde Staten euro’s hebben verkocht om daarmee yens te kopen.
Ook tegenover de euro werd de munt dus sterker: de koers van de euro daalde van ruim 187 naar ongeveer 180 yen. In augustus 2016 kostte een euro nog 113 yen. De Japanse munt heeft dus ten opzichte van de euro in tien jaar tijd bijna 40 procent van zijn waarde verloren.
In april en mei zette Japan al duizenden miljarden yen in om de munt te ondersteunen. Die interventies hielpen nauwelijks: de koerswinst verdween snel en de yen zakte daarna opnieuw weg.
Yen in vrije val
De grootste reden voor de zwakke yen is de Japanse rente. Al ruim dertig jaar houdt de centrale bank die laag om lenen goedkoper te maken. De gedachte erachter is dat dit binnenlandse investeringen en consumentenuitgaven stimuleert.
De rente staat nu op 1 procent. Dat is voor Japan het hoogste niveau in 31 jaar, maar blijft ver onder de Amerikaanse bovengrens van 3,75 procent. De lage rente maakt het voor beleggers goedkoop om yens te lenen en dat geld buiten Japan tegen een hogere rente weer te investeren. Dit gebeurt momenteel op grote schaal, waardoor de munt verder verzwakt.
Japan importeert bovendien ongeveer 90 procent van zijn energie en rekent die grotendeels af met dure dollars. Sinds de kernramp van 2011 in Fukushima wordt er minder binnenlandse kernenergie geproduceerd. Het land betaalt daardoor zowel de hogere wereldmarktprijs als de ongunstige wisselkoers.
Mede hierom zijn voor consumenten basisgoederen aanzienlijk duurder geworden. Om de financiële last voor inwoners te verlichten stelt premier Takaichi nu voor om de btw op voedsel vanaf 2027 twee jaar lang te verlagen naar 1 procent, en met extra steunmaatregelen zelfs een volledige vrijstelling te introduceren.
Dit betekent dat de overheid een van zijn grootste inkomstenbronnen misloopt. Tegelijk heeft het kabinet aangekondigd flink te willen investeren in defensie, technologie en zorg.
Tot nu toe heeft het kabinet van Takaichi geen concrete plannen gepresenteerd om het groeiende begrotingstekort op te vangen. Tokio bestrijdt met deze interventie vooral de gevolgen, niet de oorzaken van de zwakke yen.
Eerdere interventies laten bovendien zien dat koerswinsten snel kunnen verdwijnen. Japanse ingrepen in december 1997 en april 1998 werkten slechts enkele dagen. Een gezamenlijke actie met de VS in juni 1998 hield het iets langer vol: zo’n tien handelsdagen.
Washington beschermt ook zichzelf
Donald Trump presenteerde de interventie afgelopen zondag nog als een vriendendienst aan Japan. Het land wilde “een beetje hulp”, aldus de Amerikaanse president.
Maar de VS willen hiermee vooral voorkomen dat Tokio op grote schaal Amerikaanse staatsobligaties verkoopt om verder in te grijpen. Dat zou indirect hypotheken en autoleningen duurder maken voor Amerikaanse consumenten.
Onrust op de obligatiemarkten kan bovendien doorwerken in de wereldwijde rente en zo ook Europese beleggingen raken.

