NOS Nieuws•
Het kabinet is toch bereid om geld te blijven uittrekken voor pandemische paraatheid, het voorbereid zijn van de zorg op een nieuwe pandemie. Minister Hermans van Volksgezondheid schrijft aan de Tweede Kamer dat ze dit voorjaar een besluit wil nemen over hoeveel geld daar naartoe moet gaan.
Ze reageert daarmee op een voorstel van ChristenUnie-leider Bikker, die bij de begrotingsbehandeling aandacht vroeg voor dit onderwerp. Dit jaar gaat er nog geld naar de pandemische paraatheid, maar volgend jaar dreigt dat te stoppen. Veel partijen maken zich daar zorgen over.
Naar aanleiding van de coronapandemie werd er tot 300 miljoen euro per jaar vrijgemaakt om vaccinvoorraden aan te leggen, draaiboeken te ontwikkelen, hulpverleners op te leiden en computersystemen te ontwerpen. Voorkomen moest worden dat de zorg opnieuw zo onder druk zou komen te staan.
Het kabinet-Schoof besloot die uitgaven per 2027 te stoppen, tot ongenoegen van veel zorgprofessionals en deskundigen. De GGD’en protesteerden en voorzitter Van Dam van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) noemde het roekeloos. Het nieuwe kabinet maakte die bezuiniging aanvankelijk niet ongedaan, maar komt daar nu van terug.
Consequenties bezuiniging
“Het kabinet heeft zich de afgelopen periode verdiept in de consequenties van de bezuiniging op de pandemische paraatheid”, schrijft minister Hermans. Ze onderschrijft het belang van “het op orde brengen en houden” ervan.
Bikker (CU) vroeg samen met 50Plus en de Partij voor de Dieren om een bedrag van ongeveer 100 miljoen euro. In overleg met Hermans wordt er nu voor dit jaar twee miljoen euro vrijgemaakt. Dat geld kan gebruikt worden voor het kopen van bijvoorbeeld pokkenvaccins en het ontwikkelen van betere modellen om het verloop van infectieziekten te voorspellen.
En voor de komende jaren wil Hermans de bezuiniging op de pandemische paraatheid in ieder geval deels terugdraaien. Hoeveel geld er precies uitgetrokken wordt, zal duidelijk worden in de Voorjaarsnota, de traditionele update van de begroting die in april komt.

