NOS Nieuws•
-
Meike Wijers
correspondent Australië en Nieuw-Zeeland
-

Meike Wijers
correspondent Australië en Nieuw-Zeeland
In Australië zijn er zorgen over het aantal konijnen dat exponentieel toeneemt, terwijl de belangrijkste manier om de opmars van de invasieve diersoort te beperken niet meer werkt. Deskundigen luiden de noodklok.
“Als we niets doen, verliezen we voorgoed unieke Australische dieren en planten”, waarschuwt Heidi Kleinert. Ze is de nationale coördinator konijnenbestrijding bij het Centre for Invasive Species Solutions, een Australische non-profitorganisatie.
Ook de gevolgen voor de economie zijn groot. Konijnen kosten de agrarische industrie ruim 150 miljoen euro per jaar. Maar dat bedrag kan volgens deskundigen oplopen tot 1,2 miljard euro per jaar als de plaag niet wordt aangepakt.
Van 2 naar 184 konijnen in anderhalf jaar tijd
Konijnen hebben zich in de afgelopen decennia verspreid over driekwart van het Australische continent. In totaal zijn het er naar schatting zo’n 250 miljoen. Dat aantal loopt snel op, want ze planten zich razendsnel voort.
Ze zijn al vruchtbaar als ze drie of vier maanden oud zijn. De draagtijd is zo’n 28 dagen en direct na de bevalling kan een vrouwtje weer zwanger raken. “Als je slechts twee konijnen hebt, vermenigvuldigen die zich zo snel dat je er na achttien maanden 184 hebt”, zegt Kleinert. “We moeten er alles aan doen om ze tot het laatste konijn uit te roeien.”
De konijnenplaag in Australië begon meer dan 150 jaar geleden, toen de wilde konijnen uit Europa down under werden gebracht door Britse kolonisten. De dieren werden afgeschoten als hobby. Uit genetisch onderzoek blijkt dat bijna alle wilde konijnen afstammen van de eerste 24 voorouders die door een Britse landeigenaar werden vrijgelaten voor de konijnenjacht.
Het konijn is niet de enige invasieve diersoort die tot problemen leidt in Australië. Zo veroorzaken ook muizen, herten, vossen, zwijnen en katten enorme schade. Maar konijnen spannen de kroon, stelt Kleinert. “Het konijn bedreigt 322 inheemse planten en dieren. Het is het meest schadelijke invasieve dier in Australië.”
Prooi voor katten en vossen
Het konijn vreet weelderige Australische graslandschappen kaal en zorgt met alle holen voor bodemerosie. Bovendien ontstaat een soort domino-effect. Konijnen zijn een prooi voor andere invasieve dieren, zoals wilde katten en vossen. Meer konijnen betekent meer van deze dieren, die op hun beurt weer inheemse soorten bedreigen.
Het hoogtepunt van de konijnenplaag was in de jaren 20 van de vorige eeuw. Toen waren er naar schatting 10 miljard konijnen in Australië. Jarenlang ging men het probleem te lijf door konijnen op grote schaal af te schieten en te vergiftigen.
Geen gras meer
Toch haalde dat vanwege de snelle voortplanting van de dieren maar weinig uit. “In het nationale archief zijn foto’s te zien uit die tijd waarop de schade te zien is. Er is totaal geen gras meer op de weilanden, alleen stof”, zegt Kleinert. “Boeren liepen weg van hun land omdat ze niet meer konden concurreren met konijnen die alles opvraten. Mensen werden verdreven en vegetatie werd verwoest.”
Daarom begonnen wetenschappers in 1950 met een experiment: er werd een zeer besmettelijk en dodelijk virus voor konijnen losgelaten. Het myxomatosevirus verspreidde zich razendsnel onder de wilde konijnen en bracht het aantal terug naar zo’n 100 miljoen.
Het was lange tijd enorm effectief, maar op een gegeven moment raakten de dieren resistent tegen het virus. In de jaren 90 werd daarom een nieuw virus geïntroduceerd, en in 2017 nog een variant daarvan. Maar inmiddels zijn de meeste konijnen ook tegen dit virus resistent geworden.
Een nieuw virus is nog niet gevonden. Daarom kijken wetenschappers ook naar andere, meer experimentele technieken. Zo wordt onderzoek gedaan naar genetische modificatie van konijnen, waardoor de vrouwtjes alleen nog maar mannelijke nakomelingen krijgen of onvruchtbaar worden.
Weerstand tegen aanpak
Maar financiering van onderzoek en andere methoden om de konijnenpopulatie in te dammen is een groot probleem, zegt Kleinert. De regering geeft systematisch minder geld uit. Sommige fondsen zijn zelfs volledig stopgezet. “Maar zelfs als we een grote zak geld hadden, hebben we nog zeker tien jaar nodig om onderzoek te doen naar een nieuw virus, het te ontwikkelen en toestemming te krijgen het te verspreiden onder de wilde konijnen”, zegt Kleinert.
Ook zorgt het aaibare imago van het konijn voor weerstand tegen de aanpak. “Maar als je echt van de natuur en van dieren houdt, zorg je er juist voor dat de konijnenpopulatie kleiner wordt”, zegt Kleinert. Ze hoopt dat de regering lessen trekt uit het verleden en gauw meer geld geeft, voordat het te laat is. “We moeten leren van de geschiedenis en beseffen dat konijnen dieven zijn van ons landschap. Als we niets doen, gaan ze door. Ze zullen niet zomaar verdwijnen.”

