NOS Nieuws

Indy Scholtensredacteur Online

In Noorwegen wordt morgen bekendgemaakt wie dit jaar de Nobelprijs voor de Vrede krijgt. Dat ligt hoogstwaarschijnlijk al vast, maar ongeacht wie de winnaar wordt, zal het wenkbrauwen doen fronsen in het Witte Huis. De Amerikaanse president zal de vredesprijs namelijk niet krijgen, is de verwachting.

Vorig jaar riep president Trump zichzelf tot rechtmatige winnaar uit. De Nobelprijs werd echter uitgereikt aan de Venezolaanse oppositieleider María Corina Machado voor “haar onvermoeibare inzet voor het bevorderen van democratische rechten voor de bevolking van Venezuela”.

Het Witte Huis bekritiseerde het Nobelcomité omdat het “politiek boven vrede” zou hebben laten gaan. Trump beweerde dat hij “acht oorlogen” had beëindigd en dat daarom alleen hij de prijs verdiende. Later bood Machado haar prijs alsnog aan Trump aan tijdens een bezoek aan het Witte Huis, kort nadat de VS de Venezolaanse president Maduro had gevangengenomen. Het Nobelinstituut reageerde dat een Nobelprijs niet kan worden ingetrokken, gedeeld of doorgegeven aan anderen.

Dit jaar heeft Trump in aanloop naar de bekendmaking opvallend weinig van zich laten horen. Volgens persbureau Reuters zou hij wel zijn genomineerd door Cambodja, Israël en Pakistan. De Israëlische premier Netanyahu nomineerde Trump vorig jaar ook.

Historicus en geopolitiek analist Ivo van de Wijdeven ziet geen grote kans op de vredesprijs voor de Amerikaanse president. “Het bestand tussen Hamas en Israël dat vorig jaar werd onderhandeld heeft weliswaar standgehouden, maar er is nog niet echt vrede”, zegt hij. Bovendien begon Trump begin dit jaar zelf de oorlog tegen Iran. “Een van de criteria is dat je vrede moet bevorderen.”

De winnaar van de vredesprijs is wel een aantal keren zeer omstreden geweest. Zo won de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger (1923-2023) de prijs in 1973 voor “het gezamenlijk onderhandelen over een staakt-het-vuren in Vietnam” samen met de Vietnamese politicus Le Duc Tho, die de prijs weigerde.

Twee leden van het comité stapten op en The New York Times noemde het de Nobel Oorlogsprijs. Kissinger was verantwoordelijk voor zware bombardementen in Noord-Vietnam en Laos en steunde in hetzelfde jaar de bloedige staatsgreep in Chili.

Het is nog niet duidelijk wie dit jaar voor de prijs in aanmerking komen. Nominaties worden niet door het comité bekendgemaakt, de volledige lijst met namen wordt pas na vijftig jaar openbaar gemaakt.

Haakon Gjerloew, waarnemend directeur van het Vredesonderzoeksinstituut Oslo, zegt tegen persbureau Reuters dat hij verwacht dat er wordt gekozen voor iemand die de druk van Trump kan weerstaan. Hij noemt als voorbeelden paus Leo, het Internationaal Strafhof, het Internationaal Gerechtshof en Francesca Albanese, de speciale VN-rapporteur voor de bezette Palestijnse gebieden.

Historicus Van de Wijdeven ziet het niet gebeuren dat het comité de keuze door Trump laat beïnvloeden. Hij verwacht dat het comité een boodschap uitzendt om de aandacht te richten op ‘vergeten’ conflicten. “Toen de prijs vorig jaar aan Machado werd gegeven, was dat ook een signaal naar mensen over een conflict dat veel mensen vergeten waren. Dat zie je bij de Nobelprijsuitreikingen wel vaker.”

Van de Wijdeven ziet Sudan’s Emergency Response Rooms als mogelijke winnaar. Dat zijn door lokale mensen opgebouwde netwerken die humanitaire hulp bieden in de Sudanoorlog, die ook wel de grootste crisis ter wereld wordt genoemd, maar relatief weinig aandacht krijgt. Volgens Van de Wijdeven zou dat in lijn zijn met de traditie van het Nobelcomité, dat vaak kiest voor “onbekenden en onbeminden”.

Share.
Exit mobile version