NOS NieuwsAangepast
Het aantal meldingen van arbeidsuitbuiting is vorig jaar toegenomen, zegt de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen in haar jaarlijkse rapport. Het gaat met name om uitbuiting van personeel in de horeca en in de landbouw.
“Het aantal slachtoffers van arbeidsuitbuiting dat in beeld kwam, steeg met 13 procent ten opzichte van het jaar daarvoor”, zegt Nationaal Rapporteur Conny Rijken. “In de horeca gaat het om een verdubbeling van het aantal meldingen, bij landbouw en visserij gaat het bijna om een verdrievoudiging.”
Er is sprake van arbeidsuitbuiting wanneer iemand onder onmenselijke omstandigheden moet werken en hierbij dwang, dreiging, geweld, afpersing, fraude of misleiding een rol speelt. Rijken: “Vaak gaat het daarnaast om ondermaatse omstandigheden, lange werkdagen en personeel dat te weinig betaald krijgt.”
De Nationaal Rapporteur ziet de toename van meldingen in de arbeidsintensieve sectoren. “In de horeca hou je mensen makkelijk uit zicht, bijvoorbeeld achter in de keuken, in de kamers, en in de nachtelijke uren zijn er weinig inspecties. In de landbouw zie je dat personeel vaak op afgelegen plekken werkt. We vragen aan de hele maatschappij om ogen en oren open te houden, maar op zulke plekken is dat best lastig.”
De slachtoffers van arbeidsuitbuiting in de horecasector komen uit verschillende landen, met name uit Bangladesh, Turkije en Syrië. Bij de meldingen van arbeidsuitbuiting in de landbouw, bosbouw en visserij is het aantal meldingen van slachtoffers met de Roemeense nationaliteit het grootst. Daarna komen Poolse slachtoffers het meest voor.
Arbeidsuitbuiting valt in Nederland onder het strafrecht. Volgens de rapporteur blijft de aanpak van de plegers achter. “Hoewel er steeds meer aandacht is voor de kwetsbare positie van mensen op de arbeidsmarkt en de risico’s op uitbuiting, blijkt het in de praktijk nog altijd moeilijk om plegers op te sporen en strafrechtelijk aan te pakken”, zegt Rijken. “In 2025 startte de Arbeidsinspectie 57 opsporingsonderzoeken. Er werden slechts tien zaken overgedragen aan het Openbaar Ministerie.”
Het OM is kritisch op deze uitspraken van de Nationaal Rapporteur. “Wij brengen veel zaken voor de rechter en werken daar hard voor”, zegt een woordvoerder. “Onderzoek naar arbeidsuitbuiting is complex, tijdrovend en moet zorgvuldig plaatsvinden.”
Deze week kwamen twee gevallen van arbeidsuitbuiting voor de rechter. In Arnhem diende woensdag een rechtszaak tegen een man en een vrouw die ervan worden verdacht personeel in een Indiaas restaurant te hebben uitgebuit. In Amsterdam eiste het OM gisteren jarenlange celstraffen tegen twee vrouwen die een andere vrouw zouden hebben uitgebuit en mishandeld.
“Daarnaast kan tijdens een onderzoek blijken dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn om te spreken van arbeidsuitbuiting”, zegt het OM.
Het Openbaar Ministerie kijkt daarom ook naar andere manieren om werkgevers te vervolgen. “We zetten geregeld het bestuursrecht in en delen boetes uit aan werkgevers, maar dat wordt dan niet meegenomen in dit rapport.”
De Arbeidsinspectie beaamt dat. “De bewijslast is hoog, het gaat vaak om complexe zaken en het werk is heel intensief. Als we niet kunnen doorzetten op arbeidsuitbuiting proberen we andere mogelijkheden in het strafrecht, fraude of witwassen bijvoorbeeld. Dan kunnen we ook de misstanden aanpakken. Maar die acties worden dan niet meegenomen in de cijfers van de rapporteur. Dat doet geen recht aan ons volledige werk”, zegt een woordvoerder.
De Arbeidsinspectie en het OM trekken samen op. “We hebben een brede aanpak en die vinden wij juist succesvol. Via het bestuursrecht hebben we dit jaar boetes opgelegd aan de sportschool in Amsterdam bijvoorbeeld.”
Voor de Nationaal Rapporteur gaat dat niet ver genoeg. “Boetes worden vaak opgelegd voor niet betaald loon en dan worden de slachtoffers niet aangemerkt als slachtoffers van mensenhandel”, zegt Conny Rijken. “Dan krijgen ze ook niet de bescherming die ze nodig hebben. We weten dat sommige bedrijven die boetes incalculeren, dan pak je ze daar eigenlijk niet mee.”












