NOS Nieuws•
-
Francien Yntema
redacteur Binnenland
-
Francien Yntema
redacteur Binnenland
Akkers vol aardappelen worden waarschijnlijk minder vanzelfsprekend in Nederland, terwijl ze economisch belangrijk zijn voor akkerbouwbedrijven. De autoriteit die bestrijdingsmiddelen toelaat, heeft sterke aanwijzingen dat 46 middelen met PFAS erin van de markt moeten omdat ze ons drinkwater bedreigen. Deskundigen verwachten forse gevolgen voor de aardappelteelt.
“Dit is een rijdende trein die op de Nederlandse landbouw afkomt”, zegt beleidsmedewerker Lotte Huisman van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). “Potentieel gaan we al die middelen verbieden, dus we hebben het ministerie geadviseerd om te onderzoeken wat de impact is en of er alternatieven zijn.”
Grondwater
Vanaf deze week houdt het Ctgb de 46 middelen tegen het licht. Aanleiding is recent Deens onderzoek. Daaruit blijkt volgens het Ctgb dat PFAS-stoffen in bestrijdingsmiddelen afbreken tot TFA: een minuscule PFAS-variant die nauwelijks afbreekt, makkelijk in het grondwater terechtkomt, zich daar opstapelt en mogelijk schadelijk is voor de voortplanting.
Het Ctgb wil weten hoe de nieuwe Deense kennis uitpakt in de Nederlandse situatie. “De nieuwe Deense inzichten stoppen we in onze eigen grondwatermodellen. Daaruit moet blijken of de hoeveelheid TFA die in het grondwater sijpelt onder de Europese normen voor grondwater blijft”, legt Huisman uit.
Bedreiging voor drinkwater
Een acuut gezondheidsrisico is er nu niet, zegt het Ctgb. Wel bedreigt TFA de drinkwatervoorziening op de lange termijn. TFA wordt ook nu al gevonden in het grondwater en in water waaruit drinkwater wordt gewonnen. Het Ctgb vindt het belangrijk om nu in te grijpen omdat er anders steeds meer TFA in het grond- en drinkwater terechtkomt.
Het college verwacht uiterlijk april 2028 te beslissen of het middelen van de markt haalt, de toegestane dosering verlaagt, of de vergunningen intact laat. Proefberekeningen gaven sterke aanwijzingen dat de middelen van de markt moeten, maar “we beoordelen alle toepassingen van alle 46 middelen zorgvuldig”, zegt Huisman. “Dat kost tijd.”
Aardappeltelers kunnen het lastig krijgen zonder deze middelen, verwachten deskundigen. Een deel van de bestrijdingsmiddelen beschermt aardappelen tegen de ziekteverwekker Phytophthora infestans. Als die toeslaat, kan de aardappelziekte een onbeschermd gewas binnen twee weken volledig vernietigen.
“We hebben op dit moment net genoeg middelen om de aardappelen ook in natte jaren goed te beschermen en om te voorkomen dat Phytophthora resistent wordt tegen de middelen”, zegt Tineke de Vries, voorzitter van LTO Akkerbouw.
‘Superbelangrijk gewas’
Reguliere akkerbouwbedrijven leunen sterk op aardappelen. “Ze halen daar ongeveer een derde van hun inkomen uit”, zegt econoom Jelmer Schreurs van bank ABN Amro. “Op dit moment zijn de prijzen laag, maar voor de lange termijn is de aardappel een superbelangrijk gewas voor de Nederlandse landbouw.”
Gereedschapskist
De sector moet dus op zoek naar alternatieven. PFAS uit de middelen halen is geen optie. “Dit zijn andere soorten PFAS dan je aantreft in pannen en regenjassen”, zegt beleidsmedewerker Huisman van het Ctgb. “In deze middelen is PFAS integraal onderdeel van de werkzame stof.”
“Laat het duidelijk zijn, ook wij willen van middelen met PFAS af”, zegt De Vries van LTO Akkerbouw. “Je wilt eigenlijk een kist vol gereedschap hebben om je gewassen gezond te houden met zo min mogelijk chemische middelen. Het lastige is alleen dat we op korte termijn niet één op één groene alternatieven hebben voor deze middelen.”
Massaal biologische aardappelen telen lijkt op korte termijn niet haalbaar. “Wie niet wil spuiten, vergroot de kans op een goede oogst door met resistente rassen te werken”, zegt André Hoogendijk van kenniscentrum BO Akkerbouw. “Om dat voor elkaar te krijgen moeten ook de afnemers van de aardappelen meewerken.”
“Biologische boeren hebben afspraken met supermarkten, waar ze robuuste rassen aan kunnen verkopen”, zegt Hoogendijk. “Maar de reguliere sector levert veel aardappelen aan grote bedrijven die er friet, chips of schijfjes van maken. Zij willen vaak in heel Noordwest-Europa maar één aardappelras en het lukt nog niet om afspraken te maken over robuuste rassen.”
In mei verwacht het ministerie van Landbouw de uitkomsten van het onderzoek van de Universiteit Wageningen naar de impact van de middelen die nu opnieuw worden beoordeeld. Op basis daarvan wil het ministerie met de sector kijken naar alternatieven.

