NOS Nieuws•
Nederland mengt zich in de genocideaanklacht die Zuid-Afrika bij het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag heeft ingediend tegen Israël vanwege de oorlog in Gaza. De regering kiest geen partij, maar maakt in een verklaring wel duidelijk dat gedwongen verplaatsingen van burgers, het doelbewust aanvallen van kinderen en uithongering elementen van genocide kunnen zijn volgens het Genocideverdrag.
Landen hadden tot vandaag de tijd om een zogenoemde ‘verklaring van interventie’ in de zaak aan te leveren bij het ICJ. Andere landen, zoals België, Brazilië, Chili, Ierland, Mexico, Spanje en Paraguay, deden dat al eerder.
Zuid-Afrika begon de zaak eind 2023. Het land beschuldigt Israël van “genocidale daden” tegenover Palestijnen in de Gazastrook. In de aanklacht stelde Zuid-Afrika dat “het handelen en de nalatigheid van Israël genocidaal van aard zijn”.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken benadrukt dat Nederland met het document alleen zijn juridische interpretatie geeft over het Genocideverdrag, “niet over de situatie in Gaza zelf”. Nederland kiest formeel dus geen partij.
Toch is uit het document iets af te leiden over het Nederlandse standpunt, zegt universitair hoofddocent internationaal recht André de Hoogh. “Als je kijkt naar de onderwerpen zou ik zeggen dat Nederland met deze onderwerpen eerder de interpretatie van Zuid-Afrika van het Genocideverdrag steunt, dan die van Israël.”
De verklaring gaat bijvoorbeeld over gedwongen evacuaties en oorlogshandelingen waarbij kinderen worden getroffen. “Nederland wijst erop dat kinderen kwetsbaar zijn en dat er dan eerder sprake is van handelingen die binnen de definitie van genocide vallen.”
Ook gaat het in het document over het uithongeren van de bevolking en het bewust tegenhouden van humanitaire hulp. Ook die zaken kunnen volgens de regering vallen onder de definitie van genocide. “Al die aspecten zijn van belang bij de vraag of er opzet was om de groep te vernietigen”, zegt De Hoogh.
‘Heel voorzichtige stap’
De onderwerpen die Nederland benoemt waren zeker aan de orde in Gaza, geeft De Hoogh aan. “Aan grote bevolkingsgroepen is met regelmaat door de Israëliërs verteld dat ze zich moesten verplaatsen. We weten dat in Gaza het percentage kinderen en vrouwen dat is omgekomen veel hoger ligt dan in veel andere gewapende conflicten. En we weten natuurlijk dat Gaza meer dan een maand was afgesloten van humanitaire hulp.”
Wat het effect is van de Nederlandse verklaring valt nog te bezien, aldus De Hoogh. “Het laat in ieder geval zien dat Nederland het internationaal recht serieus neemt. De rechters worden erop attent gemaakt wat volgens Nederland de cruciale punten zijn met betrekking tot het genocideverdrag. Andere landen doen dat ook, en dat geeft de rechters handvatten bij de beoordeling van de zaak.”
Liesbeth Zegveld, advocaat en bijzonder hoogleraar oorlogsherstel aan de Universiteit van Amsterdam, heeft zich vaker uitgesproken tegen de oorlog in Gaza. Ze is blij met de verklaring en de onderwerpen die Nederland erin aan de orde stelt, maar plaatst wel kanttekeningen.











