NOS Nieuws•
Een op de tien kiezers stemde bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen via een volmacht. Dat hoge aantal zijn we in Nederland gewend, maar komt in geen enkele andere democratie voor. Internationale waarnemers hebben er al jaren kritiek op.
Uit een data-analyse van de NOS blijkt dat de hoeveelheid volmachtstemmers in gemeenten bovendien nog veel hoger kan uitvallen. In Den Haag stemden op sommige stembureaus een op de drie kiezers via een volmacht.
Het systeem van volmachten kwam deze verkiezing opnieuw in opspraak: de burgemeester van Gorinchem deed aangifte omdat volmachten zouden zijn geronseld. Sinds 1 januari zijn de regels tegen ronselen aangescherpt. Vanavond wordt duidelijk of er in Gorinchem een herverkiezing komt.
Zwakte in verkiezingsproces
Bij het ronselen van volmachten worden stempassen verzameld om een bepaalde partij of kandidaat te helpen. Er zijn vaker incidenten: zo werd de Roermondse politicus Jos van Rey ervoor veroordeeld. Op grote schaal lijkt fraude niet voor te komen.
De bezwaren tegen volmachten zijn echter breder. “Je weet nooit zeker onder welke omstandigheden iemand zijn stempas heeft afgestaan, en of degene die voor jou gaat stemmen ook echt stemt wat je wil”, zegt directeur John Bijl van het Periklesinstituut, dat gemeenten adviseert over onder meer verkiezingen. “Het zal altijd een zwakte in ons verkiezingsproces blijven.”
Verkiezingswaarnemers van de OVSE waarschuwden de afgelopen decennia herhaaldelijk voor de “buitenproportionele inzet” van volmachten in Nederland. Volgens de organisatie staat die op gespannen voet met het stemgeheim en het principe dat iedereen één stem zou moeten hebben.
Er is een handvol democratieën dat stemmen per volmacht toestaat, maar nergens gebeurt het zo vaak als in Nederland. In andere landen zijn de regels ook strenger, blijkt uit onderzoek. Officieel is een volmacht bedoeld voor wie niet in staat is om te stemmen, maar veel Nederlanders laten uit gemak iemand anders voor hen stemmen.
Ook maakt de OVSE, dat elk jaar z’n 30 verkiezingen in Europa, Noord-Amerika en Azië monitort, zich zorgen over het grote verschil in gebruik van volmachten tussen verschillende regio’s.
Grote verschillen
De verschillen tussen gemeenten zijn inderdaad flink: in Urk stemt ruim 20 procent per volmacht, in de gemeente Groningen slechts 7 procent. Ter vergelijking: een aandeel van 7 procent volmachtstemmen was in Vlaanderen reden voor landelijk nieuws en extra onderzoek. De burgemeester van Ninove sprak in 2024 van een “schrikwekkend hoog aantal”.
Individuele stembureaus kunnen nog veel hoger uitkomen. In buurthuis Sam Sam in de Haagse Schilderswijk wandelden zo’n 450 kiezers naar binnen, maar er werden ruim 700 stemmen uitgebracht. Met meer dan een derde aan volmachtsbewijzen is dat het hoogste aandeel volmachten van alle stembureaus.
De dertien stembureaus met de hoogste percentages volmachten staan allemaal in de gemeente Den Haag. Ook in Bergen op Zoom, Rotterdam en het in opspraak geraakte Gorinchem staan stembureaus met relatief veel volmachtsstemmen. In al die stembureaus ging circa een kwart of meer van de stemmen per volmacht.
De hoogste percentages volmachtsstemmen lijken voor te komen in “christelijke gemeenschappen als Urk en Volendam en in wijken waarin de meerderheid een migratie-achtergrond heeft”, meldde de OVSE op basis van een inventarisatie door de Kiesraad.
De regels voor het ronselen van volmachten zijn per 1 januari van dit jaar aangescherpt: het is nu sneller strafbaar om iemand om een volmacht te vragen, en er staan hogere straffen op. Maar tegen de andere bezwaren tegen volmachtsstemmen gebeurt weinig, concludeerde jurist Edward Brüheim in 2023. Daardoor is er nog steeds het gevaar dat iemand op een andere partij stemt dan afgesproken of door bijvoorbeeld een partner of ouder wordt gedwongen zijn volmacht af te geven.
Helemaal afschaffen is ook problematisch, zegt directeur Bijl van het Perikles-instituut. “Dat gaat ook kiezers kosten, is dat het waard?” De opkomst in bijvoorbeeld Rotterdam is met 40 procent al laag. “Als die nog lager wordt, doet dat wel pijn aan mijn hart.”

