De Nederlandse stand

NOS Nieuws

Het is een van de belangrijkste textielbeurzen ter wereld: Techtextil. In de gigantische hallen van het Duitse beurscomplex Messe Frankfurt gaat het komende dagen niet zozeer over hippe prints voor een nieuw modeseizoen, maar over technologische en duurzame innovaties in de textielindustrie. Vandaag opent een Nederlands paviljoen op de beurs, en dat is volgens de sector hard nodig.

In het paviljoen – in kenmerkend oranje – presenteren elf innovatieve bedrijven zich aan een verwachte 37.000 bezoekers. Hun aanwezigheid in Frankfurt is een publiek-private samenwerking en komt mede voort uit het Actie Plan Circulair Textiel en het voormalige topsectorenbeleid van de Rijksoverheid.

De gedachte is dat een meer circulaire en digitale textielindustrie kan bijdragen aan het maatschappelijk verdienvermogen van Nederland. Met andere woorden: er is geld te verdienen aan verduurzaming van de sector. Eerder deze maand werd al bekend dat het kabinet 135 miljoen euro investeert in recyclingbedrijf Reju, dat textiel recyclet tot nieuw textiel. Met de subsidie bouwt het bedrijf een fabriek op industriecomplex Chemelot in Geleen.

Groot Europees platform

Op de beurs in Frankfurt komt de hele textielketen samen, vertelt Nanette Hogervorst van brancheorganisatie Modint. “Het gaat over hoe je een textielproduct maakt: kleding, maar ook huishoudtextiel, textiel voor de autobranche of de medische wereld. Welke stoffen, garen en machines gebruik je? Dat is waar duurzame innovatie begint”, zegt ze. “We willen laten zien wat Nederlandse bedrijven allemaal in huis hebben. Zij hebben nog nooit zo’n groot Europees platform gekregen.”

De deelnemende bedrijven leveren stuk voor stuk producten of technologieën die textiel meer circulair moeten maken. Dat wil zeggen dat zuinig wordt omgesprongen met grondstoffen, dat die grondstoffen zoveel mogelijk hergebruikt worden en uiteindelijk gerecycled. In ons land wordt jaarlijks zeker 215 miljoen kilo kleding afgedankt, blijkt uit cijfers van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Minder dan 1 procent daarvan wordt gerecycled tot nieuwe kleding.

Sokken van textielafval

In het Nederlandse paviljoen staat onder meer het bedrijf Vodde, dat afgedankt textiel inzamelt om er sokken en garens van te maken. Een andere deelnemer is Saxcell uit Enschede, dat een duurzame methode ontwikkelde om textielafval om te zetten in nieuwe vezels om kleding mee te produceren. Andere deelnemers maken bijvoorbeeld geweven QR-codes die geen verstoring opleveren in recycleprocessen of leveren digitale platforms om de herkomst van kledingstukken in kaart te brengen.

Garens van textielafval

Dit soort innovaties worden in de sector gevierd, maar het is voor bedrijven vaak een uitdaging om ze op te schalen. Schaalgrootte is juist nodig om als bedrijf te overleven, verder te innoveren en de kledingindustrie te verduurzamen.

Vooral financiering is een probleem, zegt Meliha Kesek van Saxcell. “In de textielsector is financiering best wel lastig te vinden op het ogenblik. Bovendien duurt het in deze sector gemiddeld langer om investeringen terug te verdienen dan in andere industrieën.”

In Frankfurt kijkt het bedrijf ook uit naar nieuwe, internationale klanten. “De interesse in onze techniek is enorm en merken willen graag met ons werken. Toch is het voor velen nog lastig om een ander, duurzamer materiaal in hun productieketen te introduceren.”

Ook onzekere wet- en regelgeving is een probleem. Duurzaamheidsregels voor Europese bedrijven worden aangekondigd, maar vervolgens uitgesteld of afgezwakt. Voor veel organisaties reden om verduurzaming op de lange baan te schuiven. De impuls waar circulaire textielbedrijven op zaten te wachten, blijft dan uit.

Toenemende concurrentie

Door die problemen staat de positie van Nederland als koploper in circulair textiel onder druk. “We doen het echt heel goed, zeker op het gebied van inzameling, sortering en recyclingtechnologie. Maar de rest van de wereld zit ook niet stil. We moeten beter ons best doen om te laten zien wat we hebben, en inzetten op Europese samenwerking. Anders worden we door andere landen ingehaald”, zegt Hogervorst.

De brancheorganisatie wil op de beurs de Nederlandse voortrekkersrol benadrukken en hoopt dat deelname de bedrijven helpt aan waardevolle contacten. “Om te kunnen groeien moeten klanten en investeerders je wel kennen, en snappen wat je doet. Daarom zijn we hier.”

Share.
Exit mobile version