NOS Nieuws
-
Miral de Bruijne
correspondent Spanje en Portugal
-

Miral de Bruijne
correspondent Spanje en Portugal
Een maand na de bestorming van de grenshekken in de Spaanse exclave Ceuta wordt de situatie steeds kritieker. Met nog duizenden migranten in de exclave aan de Noord-Afrikaanse kust loopt de druk op de Spaanse regering op. Vanavond zullen de pleinen in veel Spaanse steden vollopen met mensen die hun steun betuigen aan de inwoners van Ceuta.
De manifestatie die in eerste instantie was opgezet om die steun te betuigen, lijkt uit te draaien op een anti-regeringsdemonstratie. Het was de Spaanse Federatie voor Gemeenten en Provincies (FEMP) die mensen opriep de straat op te gaan. Juist vandaag op 2 september, tijdens de jaarlijkse viering van de Dag van Ceuta waarop wordt stilgestaan bij de autonomie van de stad.
Politieke overwegingen
De voorzitter van FEMP, María José García-Pelayo, is lid van de conservatief-rechtse oppositiepartij Partido Popular (PP). Reden voor de socialistische partij (PSOE) van premier Sánchez om te stellen dat de oproep voor de manifestatie politiek gemotiveerd is. De PSOE droeg haar leden op niet aan de demonstraties deel te nemen.
Maar gemeenten in het hele land gaven gehoor aan de oproep en vragen met posters en berichten op sociale media hun inwoners om mee te doen. En ondanks de bemoeienis van de socialistische partij zullen er volgens een rondgang van de krant El Mundo(opent in nieuw venster) vanavond toch tientallen PSOE-raadsleden de straat opgaan.
In Madrid ontstond ook een juridisch conflict over de manifestatie. Een delegatie van de regering liet weten dat een gemeente juridisch gezien niet zelf het recht heeft om deze demonstratie aan te vragen. De gemeente Madrid houdt echter vast aan de bijeenkomst en liet via een persbericht weten dat burgemeester Martínez-Almeida (PP) vandaag aanwezig zal zijn.
‘Afwezig en onverschillig’
Met onder andere deze rel begint deze week het nieuwe politieke jaar in Spanje. De kritiek op de regering is dat zij te weinig doet en geen oplossingen zoekt. Vooral de oppositie en het gemeentebestuur van Ceuta uitten die kritiek. Tijdens een van zijn mediaoptredens afgelopen week beschuldigde Alberto Feijóo, partijleider van de PP, de regering ervan “afwezig, passief en onverschillig” te zijn ten aanzien van de crisis in Ceuta.
Ruim een maand na de massale binnenkomst van migranten in de Spaanse exclave zijn er nog altijd duizenden illegale migranten aanwezig. Met de dag worden de spanningen tussen de migranten en de inwoners merkbaarder. Er zijn meldingen van agressie, opstootjes en seksueel geweld, die zorgen voor een onrustige situatie.
Met de scholen die komende week moeten beginnen maken inwoners zich steeds meer zorgen. Ondertussen hebben de migranten steeds meer zorg nodig en raakt het geld van velen op.
Terwijl de regering wordt beschuldigd niet genoeg te hebben gedaan om de situatie te verbeteren, zijn er inmiddels wel degelijk stappen gezet. Zo keurde de regering een hulppakket van 309 miljoen euro goed. Geld dat niet alleen zal gaan naar migratieopvang, maar ook zal worden geïnvesteerd in hulp aan de bewoners van de exclave.
Ook vroeg Spanje uiteindelijk de Europese Commissie om hulp van grenswacht Frontex, nadat het eerder Europese operationele ondersteuning had afgehouden.
Houding richting Marokko
Inmiddels borrelt ook binnen de coalitie de kritiek. Vooral als het gaat om de mogelijke verantwoordelijkheid van Marokko in de hele crisis. In een interview met radiostation Cadena SER(opent in nieuw venster) zei premier Sánchez maandag dat er geen aanwijzingen zijn voor betrokkenheid van de Marokkaanse overheid.
Maar volgens verschillende regeringspartners zou zijn houding richting Marokko kritischer kunnen. Sánchez sprak wel van een Europees onderzoek waaruit zou blijken dat Israël en Rusland betrokken zouden zijn. Dit onderzoek van de Europese diplomatieke dienst lijkt nergens voor het publiek openbaar.
Al met al verkeert de socialistische partij in zwaar weer, en dat aan het begin van een politiek jaar dat voor de partij sowieso al moeilijk zou worden. Vlak voor het zomerreces wist de partij nog een grote crisis af te wenden, toen de corruptiezaken rond vertrouwelingen en familieleden van premier Sánchez zich opstapelden. De zaken tegen oud-premier Zapatero, de vrouw van de premier en zijn broer lopen nog. In geen van deze zaken is tot nu toe sprake van een definitieve veroordeling.
De komende dagen zullen moeten uitwijzen of de regering erin slaagt de rust in Ceuta te herstellen en tegelijkertijd het vertrouwen van haar politieke bondgenoten terug te winnen. Morgen zal de premier in het congres verantwoording afleggen over de aanpak van de crisis in Ceuta. Na zijn verklaring krijgen de verschillende fracties van het parlement de ruimte om Sánchez te bevragen.

