NOS Nieuws•
Financiële toezichthouders maken zich grote zorgen over private credit-fondsen. Steeds meer beleggers willen hun geld uit deze fondsen opnemen, maar dat stuit op problemen.
Wat is er aan de hand? Vijf vragen en antwoorden.
Wat is private credit?
Dit zijn leningen aan bedrijven zonder tussenkomst van een bank. Het geld wordt uitgeleend door bijvoorbeeld rijke privépersonen, verzekeraars of pensioenfondsen. Dat gaat soms rechtstreeks aan het bedrijf dat het geld nodig heeft, soms via een fonds.
Private credit bestaat al langer. Als gevolg van de financiële crisis in 2008 vragen banken meer zekerheid van bedrijven die geld willen lenen dan voorheen, bijvoorbeeld garanties in de vorm van een gebouw of voorraad, in het geval de lening niet kan worden terugbetaald.
Een kleiner bedrijf kan deze zekerheid niet altijd bieden en dan is private credit een uitkomst. “Hoe fijn is het als een bedrijf zo wel geld kan ophalen?” zegt Albert Menkveld, hoogleraar Finance aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.
“Ze hoeven niet te voldoen aan alle eisen van traditionele geldverstrekkers en kunnen eigen afspraken maken met de partijen die geld uitlenen.” De afspraken houden vaak in dat investeerders voor een langere periode geld uitlenen.
Waar gaat de onrust over?
In Amerika zijn grote investeringsfondsen tijdelijk gestopt met het betalen van beleggers die hun geld terugvroegen. Een van de redenen dat beleggers hun geld willen opnemen, is de angst dat kunstmatige intelligentie niet zoals beloofd leidt tot hogere efficiëntie, vooral niet bij softwarebedrijven.
“Door de opkomst van kunstmatige intelligentie gaan veel beleggers twijfelen of bijvoorbeeld het softwaresysteem van het bedrijf waarin een fonds heeft belegd over drie jaar nog wel in trek is. Dan zie je dat beleggers het niet meer vertrouwen en ze hun geld terug willen”, zegt Erik Schmahl, beleggingsstrateeg bij Rabobank.
“Vooral particuliere beleggers zijn daar bang voor en kiezen eieren voor hun geld”, zegt Rogier Van Mazijk, partner bij investeringsmaatschappij BB Capital.
Het zou ten koste kunnen gaan van vooral kleine en jonge bedrijven en juist daar zit de werkgelegenheid.
Daarbovenop veroorzaken de stijgende olieprijzen en inflatie voor algemene onrust onder investeerders. “Maar de private credit-markt is niet bedoeld voor snelle verkopen en juist voor langetermijninvesteringen. Investeerders kunnen er niet meteen uit en dat maakt ze zenuwachtig”, zegt Albert Menkveld.
Waarom kunnen beleggers hun geld niet opnemen?
Veel private credit-fondsen laten investeerders maar 5 procent van de totale fondswaarde verkopen per kwartaal. Als het meer wordt, zetten ze het fonds “op slot”.
Dan ontstaat er een wachtrij van investeerders die pas in het volgende kwartaal hun geld mogen terughalen. “Als er veel uitstappers tegelijk zijn, worden andere beleggers terughoudend”, vertelt Schmahl.
Dat op slot zetten, ook wel gating genoemd, is er om onrust te voorkomen en beleggers te beschermen, zegt Van Mazijk.
Wat zijn de risico’s van private credit?
Bedrijven die lenen via private credit zijn vaak kleiner. De kans dat ze een lening kunnen terugbetalen hierdoor ook. Dat verhoogt het risico dat beleggers hun geld niet terugkrijgen. Ter compensatie krijgen ze daarvoor een hogere rente.
Van Mazijk ziet dat de afgelopen jaren meer particulieren zijn ingestapt. “Maar zij maken zich sneller zorgen en denken minder vaak na over de lange termijn dan bijvoorbeeld pensioenfondsen.”
Zowel het Internationaal Monetair Fonds als de Nederlandse Autoriteit Financiële Markten maakt zich hier al langer zorgen over. “Het risico kan toenemen dat retailbeleggers investeren in producten die niet passen bij hun risicoprofiel”, zegt de Nederlandse toezichthouder.
Deze ‘mismatch’ kan ertoe leiden dat beleggers hun geld terug vragen, maar dat niet meteen krijgen.
Zijn er gevolgen voor Nederlandse bedrijven en beleggers?
Dat investeerders uit private credit stappen, betekent dat er minder geld beschikbaar is voor bedrijven die op die manier geld willen lenen. Grote bedrijven kunnen voor leningen nog steeds terecht bij de banken.
Dat is geen optie voor kleine bedrijven die nog geen winst kunnen aantonen. “Om die bedrijven maak ik me zorgen”, zegt Albert Menkveld van de VU. Het zou ten koste kunnen gaan van de bedrijvigheid in Nederland. “Vooral kleine en jonge bedrijven zullen in de knel komen en juist daar zit de werkgelegenheid.”











