NOS Nieuws•
De opkomst voor de gemeenteraadsverkiezingen, die morgen worden gehouden, laat al jaren een dalende trend zien. Waar in 1986 nog bijna driekwart van de kiesgerechtigden naar de stembus ging, was dit bij de verkiezingen in 2022 teruggelopen tot 51 procent.
Het aantal stemmers voor de gemeenteraad was nog nooit zo laag als toen. Groepen die minder naar de stembus gaan, zijn vaker vrouwen en mensen met een migratieachtergrond. Ook gaan mensen met een mbo-diploma minder stemmen dan universitair opgeleiden. En dat hun belangen op deze manier mogelijk niet goed worden vertegenwoordigd is zorgelijk, zeggen deskundigen.
“Wat erg opvalt, is dat de opkomst lokaal lager is dan bij landelijke verkiezingen”, zegt Marcel Boogers. Hij is bijzonder hoogleraar Democratie en Transitie van de Universiteit Utrecht. Een op de drie mensen die landelijk wel stemt, blijft bij de gemeenteraadsverkiezingen thuis. “Dat zijn dus mensen die wel politiek betrokken zijn, maar lokaal niet stemmen.”
Een van de redenen voor het niet-stemmen is dat er in de landelijke media minder aandacht is voor de gemeenteraadsverkiezingen. Daardoor moeten mensen veel moeite doen om zich te verdiepen in de lokale politiek. “En als ze het dan te ingewikkeld vinden en niet weten waar ze op moeten stemmen, blijven ze thuis.”
Ook speelt mee dat een aantal landelijke partijen niet overal meedoet aan de lokale verkiezingen. Daardoor kunnen die kiezers niet op hun voorkeurspartij stemmen.
Volgens docent bestuurskunde Julien van Ostaaijen van de Tilburg University is er niet één specifieke reden waarom mensen niet naar de stembus gaan. “Uit onderzoeken blijkt dat er wel 180 factoren mogelijk een rol spelen in de opkomst.”
Stemmen niet gehoord
Dat zij niet stemmen is een probleem, vindt Boogers. “Want mensen die niet stemmen, hebben andere ideeën dan degenen die dat wel doen. Die ideeën worden daardoor minder gehoord.” Daar sluit Van Ostaaijen zich bij aan. Volgens hem krijgt de lokale politiek zo geen goed beeld van wat de samenleving wil.
Socioloog Marianne van Bochove van De Haagse Hogeschool herkent het beeld. Zij deed met collega’s onderzoek naar de lage opkomst van de gemeenteraadsverkiezingen van 2022. In Den Haag, Almere, Oldambt, Rotterdam, Weert en Den Helder hebben onderzoekers op wijkniveau gekeken naar de verschillen tussen de opkomstcijfers. Ook zij zagen dat specifieke groepen niet naar de stembus gaan.
Ze tekent aan dat bij die verkiezingen Nederland net uit de coronapandemie kwam. “Lokale politici waren daardoor jarenlang minder op straat te vinden en een deel van de mensen had sowieso nog maar weinig vertrouwen in de politiek.”
Ook speelde de Russische invasie in Oekraïne, die toen net begonnen was, een rol, “omdat dat toen het nieuws domineerde en de verkiezingen ook volgens direct betrokkenen over het hoofd te zien waren”. Volgens haar is het dan ook de vraag of 2022 een uitzondering was of dat de daling van het opkomstcijfer doorzet.
Opkomstcijfers zeggen niet alles over vertegenwoordiging.
Van Bochove zegt net als Van Ostaaijen dat er verschillende redenen zijn waarom mensen niet gaan stemmen. Dat betekent ook dat er niet één oplossing is om de lage opkomstcijfers op te krikken. Wel is het volgens haar belangrijk dat lokale politici in contact staan met alle organisaties die zich voor bepaalde groepen inzetten. “Die organisaties hebben het vertrouwen van deze mensen en kunnen de politici vertellen over hun belevingswereld.”
Debatteren is leuk, zegt Van Bochove, maar voor mensen die niet politiek geïnteresseerd zijn, is de drempel om een debat te volgen vrij hoog. Ze stelt daarom dat politici in plaats daarvan juist moeten bedenken hoe ze die informatie naar de mensen toe kunnen brengen.
Van Bochove voegt eraan toe dat het vooral van belang is dat een lokale politicus goed luistert naar de zorgen, wensen of ideeën van mensen, dan kijkt of zij stemmen of niet. “Als de politicus deze geluiden vervolgens meeneemt naar de gemeenteraad, wordt de niet-stemmer alsnog gehoord”, besluit ze.










