NOS Nieuws

Waar het aantal vrouwelijke wethouders na eerdere gemeenteraadsverkiezingen telkens groeide, is die opmars dit jaar tot stilstand gekomen. Nu vrijwel alle nieuwe gemeentebesturen zijn gevormd, blijft de teller steken op zo’n 29 procent. Dat is grofweg hetzelfde percentage vrouwen als vier jaar geleden.

Achter dit gemiddelde schuilen grote regionale verschillen, blijkt uit een analyse van alle gemeentelijke formaties door de NOS en de regionale omroepen.

Aan de top staat de provincie Utrecht, met 33 vrouwelijke wethouders, meer dan een derde van alle wethouders in de provincie. De minste heeft Zeeland: acht vrouwen, ongeveer een zesde van het totaal aantal wethouders.

Man stond plek af

In verschillende plaatsen leidde de eenzijdige samenstelling van het college van burgemeester en wethouders tot protest. Een voorbeeld is Heerlen, waar een brede coalitie van lokale en landelijke partijen in mei zes mannelijke wethouders naar voren schoof en geen enkele vrouw.

Kritiek op deze mannenploeg was voor één kandidaat-wethouder aanleiding om een stap terug te doen(opent in nieuw venster) ten gunste van een vrouwelijke partijgenoot. “Soms vraagt leiderschap ook om ruimte te maken voor een ander”, zei Rolf Rozestraten van de Ouderen Partij Heerlen over zijn besluit. Nu is er dus toch een vrouwelijke wethouder in de Zuid-Limburgse stad.

Landelijk nam het aantal vrouwen in de bestuurscolleges lange tijd toe: stapsgewijs van 19 procent zestien jaar geleden tot de 29 procent van 2022. Nu lijkt die emancipatie dus gestokt. In meer dan tachtig gemeenten is er de komende vier jaar niet één vrouwelijke wethouder.

In Renkum in Gelderland daarentegen zijn vier vrouwelijke wethouders en niet één man. Een woordvoerder van de gemeente benadrukt dat dit niet iets bijzonders zou moeten zijn: “Kwaliteit is onafhankelijk van geslacht.”

Lokale partijen succesvol

In 340 gemeenten werden op 18 maart nieuwe gemeenteraden gekozen. In 322 gemeenten is inmiddels een coalitie gevormd. Uit de analyse blijkt dat de lokale partijen opnieuw goed hebben onderhandeld.

Niet alleen sleepten zij verreweg de meeste raadszetels in de wacht, ze haalden ook weer een (iets) groter percentage wethouderszetels binnen dan op basis van de verkiezingsuitslag kon worden verwacht: 37 procent.

Van de landelijke partijen wist het CDA de meeste wethoudersposten binnen te slepen, zo’n 17 procent, op de voet gevolgd door de VVD. Ook dat was in beide gevallen een betere score dan het stemmenpercentage dat CDA en VVD in maart behaalden.

FvD bestuurt niet, PVV wel

Op basis van de eerste ‘verkenningen’ in gemeenten bleek al dat Forum voor Democratie, een partij die stevige winst boekte bij de verkiezingen, in geen enkele gemeente in het college komt. Terugkerend probleem is met name het asielstandpunt van FvD, dat er over het algemeen op staat dat er niet één opvangplek bij komt. Dat is moeilijk verenigbaar met de Spreidingswet.

Anders ligt het bij de PVV, die voor het eerst in zijn bestaan nu wel wethouders levert: in Pekela, Rucphen en Steenbergen. In Pekela maakte de afdeling zich tijdens de onderhandelingen met de SP en het CDA los van de landelijke PVV(opent in nieuw venster) om een lokale partij te worden.

In Papendrecht leek er ook een PVV-wethouder te komen, maar dat ging op het laatste moment niet door. Een raadslid van Onafhankelijk Papendrecht stapte op het laatste moment uit haar partij(opent in nieuw venster), omdat ze de benoeming van een PVV’er wilde voorkomen. Daarmee was de beoogde coalitie haar meerderheid kwijt in de Zuid-Hollandse gemeente en moest de formatie opnieuw beginnen.

Wethoudersvereniging

De Wethoudersvereniging noemt verschillende mogelijke oorzaken voor de stagnatie van het aantal vrouwen. Eén daarvan is de verharding van het politieke klimaat. Op sociale media worden vrouwen volgens de vereniging harder aangevallen dan mannen. Een andere oorzaak kan zijn dat het wethouderschap zeer intensief is: “Vijftig tot zestig uur per week is geen uitzondering.”

Share.
Exit mobile version