NOS Nieuws•
In bijna zeventig Nederlandse gemeenten in alle veiligheidsregio’s is een proef met noodsteunpunten begonnen, meldt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).
Een noodsteunpunt is een locatie waar inwoners voor informatie naartoe kunnen als voorzieningen zijn uitgevallen. Bij deze punten zijn medewerkers van onder meer de gemeente, de politie, de veiligheidsregio’s en vrijwilligersorganisaties betrokken. Tijdens de proef gaan ze kijken of ze elkaar lokaal weten te vinden en hoe ze moeten handelen als zich een noodsituatie voordoet.
Noodsituatie
De proef komt voort uit de overheidscampagne waarin mensen wordt geadviseerd om zich voor te bereiden op een noodsituatie, zoals een overstroming, oorlog of cyberaanval. Nederlanders kregen eind vorig jaar een boekje thuisgestuurd met adviezen over de eerste drie dagen van een ramp en hoe ze zich daarop kunnen voorbereiden. Eerder werd al geadviseerd om een noodpakket en voldoende contant geld in huis te hebben.
Een samenwerkingsverband van onder anderen de VNG en het Rijk draaien de proef met noodsteunpunten in de buurten en wijken, zegt burgemeester Heerts van de gemeente Apeldoorn. Hij is voorzitter van de commissie Bestuur en Veiligheid van de VNG. “Weten wat voorhanden is in een wijk of in een straat is belangrijk.”
Bij een regulier ongeluk of bijvoorbeeld een treinongeval weet iedereen welke hulpdiensten of instanties betrokken zijn, zegt Heerts. Maar wat moet er gebeuren als een wijk of een straat lange tijd zonder stroom zit en wie er dan nodig zijn? “Dat moeten we echt nog leren”, stelt Heerts.
Ervaring opdoen
De bedoeling van de proef is dat een straat, buurt of wijk gaat oefenen met bijvoorbeeld stroomuitval om zo te kijken of inwoners op zo’n moment naar het noodsteunpunt komen.
Dan wordt bijvoorbeeld gecontroleerd of er in dit soort situaties een noodaggregaat is, legt Heerts uit. Daarnaast wordt gekeken naar alledaagse zaken, zoals of mensen nog weten waar bepaalde winkels zoals bakkers zijn. Ook wordt onderzocht of mensen en instanties weten waar kwetsbare mensen wonen en hoe je hen kan bereiken, hoe men aan drinkwater komt als het water vervuild is of wat er nodig is bij een lege telefoonbatterij.
De ervaringen die komend jaar in de proef worden opgedaan, moeten volgens Heerts leiden tot een beeld van hoe Nederlandse gemeenten ervoor staan.
Nederland is niet uniek in deze proef. Heerts zegt dat dit alles in Scandinavische landen heel gebruikelijk is, maar “dat we in Nederland nog moeten leren dat niet automatisch alles voorhanden is”.

