NOS Nieuws
De rechter heeft een tariefsverhoging van de rondvaartbelasting in Amsterdam teruggedraaid. Rederij Stromma gaat aan de gemeente nu weer 1,50 euro per rondvaartpassagier betalen in plaats van 2,70 euro.
De rechtbank wijst erop dat onduidelijk is wat de gemeente als tegenprestatie leverde voor de extra belastingheffing. Ook werd volgens stadsomroep AT5 een deel van de opbrengsten besteed aan zaken waar een rondvaartrederij niets aan heeft, zoals gratis openbaar vervoer voor kinderen.
Sinds januari 2020 heft Amsterdam een belasting op alle evenementen die ‘op’ het water plaatsvinden, de zogeheten vermakelijkhedenretributie. De gemeente voerde aan dat het onderhoud van de grachten en andere waterlopen veel geld kost en rekende aanvankelijk 1,50 euro per rondvaartpassagier of bezoeker van een (groot) feest op een vaartuig.
In 2024 wilde het college van burgemeester en wethouders het tarief verhogen naar 2,00 euro. De gemeenteraad besloot om daar 50 cent bovenop te doen. Later ging het tarief naar 2,60 euro en dit jaar is het 2,70 euro. De heffing wordt veelal doorberekend aan de passagiers.
Nadat de belasting over de jaren 2024 en 2025 betaald was, maakte rederij Stromma bezwaar tegen de tariefsverhoging. Volgens Stromma motiveerde de gemeente het doel van de extra heffing niet.
De gemeente verdedigde de verhoging omdat die zou leiden tot een “eerlijkere bijdrage van de bezoekers aan de stad”. Omdat het aantal bezoekers snel toeneemt, is Amsterdam ook veel meer kwijt aan het in stand houden van voorzieningen waarvan de exploitanten profiteren, betoogde de heffingsambtenaar bij de rechtbank.
Maar de rechtbank stelt nu net als rederij Stromma dat de gemeente niet onderbouwt hoeveel (extra) geld daarvoor precies nodig is.
De rechter is vooral kritisch over het feit dat een deel van de belastingopbrengsten niet wordt besteed aan onderhoud van de grachten. Het gaat naar bijvoorbeeld gratis openbaar vervoer voor kinderen, vergroening van de openbare ruimte en een lerarenbeurs. “Voorzieningen waarvan de in de heffing betrokken vermakelijkheden geen enkel profijt hebben”, aldus de rechtbank.
De tariefsverhoging wordt met terugwerkende kracht tot in het derde kwartaal van 2024 teruggedraaid. Amsterdam moet het te veel betaalde geld dus terugbetalen aan rederij Stromma.
De rechter laat in het midden wat het vonnis betekent voor de andere rondvaartrederijen en organisatoren van feesten op een vaartuig in Amsterdam. Maar gezien de redenering van de rechtbank is het aannemelijk dat ook zij teruggaan naar het tarief van 1,50 euro per passagier.













