Rechtbanktekening van Sendric S. tijdens een pro-formazitting in februari

NOS NieuwsAangepast

De 25-jarige Sendric S. is veroordeeld tot veertien jaar cel en tbs met dwangverpleging voor drie moorden in de Rotterdamse wijk IJsselmonde. De slachtoffers liepen nietsvermoedend over straat toen S. hen neerschoot.

De rechtbank acht bewezen dat sprake was van moord. “U heeft de ruimte gehad om te kiezen wat u deed, want ergens wist u dat wat u deed, dat dat niet mocht”, zei de rechter bij het uitspreken van het vonnis.

Sendric S. had het neerschieten van de mannen bekend. Hij verklaarde “in opdracht van stemmen” te hebben gehandeld. Mede daarom worden de moorden hem in “sterk verminderde mate” toegerekend. Het Openbaar Ministerie had twintig jaar cel en tbs met dwangverpleging geëist.

Waarschuwing in de wijk

Sendric S. schoot de drie mannen neer in december 2024 en januari 2025. Zijn eerste slachtoffer, een 63-jarige man, werd neergeschoten op de Reyerdijk op 21 december 2024. Een week later doodde S. een 58-jarige man op het Roelantpad. Een dag na de jaarwisseling schoot hij een man van 81 man dood aan de Bommelerwaard.

De drie locaties waar de mannen in 2024 en 2025 werden neergeschoten

Kort na de derde moord werd S. aangehouden in de woning van zijn vader. De arrestatie kwam als een grote opluchting voor de wijk IJsselmonde. Een dag voor de arrestatie had de politie mensen in de wijk gewaarschuwd niet alleen naar buiten te gaan.

De rechtbank heeft S. ook veroordeeld voor een steekincident in juni 2024, waarbij hij een slachtoffer in het centrum van Rotterdam op straat aanviel en op meerdere plekken stak. Het slachtoffer overleefde de aanval. Ook is S. veroordeeld voor wapenbezit; het gebruikte vuurwapen had hij een dag voor de eerste moord aangeschaft.

Schizofrenie, stress en blowen

De advocaat van S. had alleen om tbs gevraagd, maar volgens de rechtbank wist S. wat hij deed en is een celstraf daarom ook gepast. Wel is de celstraf lager dan de geëiste twintig jaar, onder meer zodat S. eerder kan beginnen aan zijn tbs-behandeling. Bij hem zijn meerdere stoornissen vastgesteld.

Gedragsdeskundigen van het Pieter Baan Centrum stelden onder meer schizofrenie vast. Ook heeft S. een verstandelijke beperking. Mede daarom legde de rechter het vonnis heel rustig en in makkelijke taal uit. Deskundigen konden niet onderbouwen dat S. volledig ontoerekeningsvatbaar is, maar konden dat ook niet uitsluiten. De rechter gaat mee in die “sterk verminderde” ontoerekeningsvatbaarheid.

S. stond in het jaar voorafgaand aan de moorden onder grote stress en hij gebruikte veel cannabis. De combinatie van deze factoren met zijn schizofrenie heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat S. stemmen is gaan horen. “Die hebben ervoor gezorgd dat u de misdrijven bent gaan plegen”, aldus de rechter.

Eerder verklaarde S. dat stemmen hem zeiden dat hij moest doden. Zo zouden de stemmen hem hebben gezegd dat zijn eerste slachtoffer “een goed persoon” was om neer te schieten. “Ik wachtte even een paar seconden en toen schoot ik”, zei S. op zitting. Na de eerste moord zei de stem volgens S.: “Goed zo, het is gelukt. En nu de volgende”.

Executiestijl

De rechter legde S. uit dat als “zijn ziekte” niet had meegespeeld, hij “zonder enige twijfel” een levenslange gevangenisstraf opgelegd had gekregen.

“De misdrijven hebben geleid tot grote maatschappelijke beroering en zijn een grote inbreuk op de rechtsorde door de volstrekte willekeur, door de zinloosheid van de misdrijven en niet in de laatste plaats door de executie-stijl waarmee de verdachte in elk geval een van de moorden heeft gepleegd”, las de rechter voor uit het vonnis.

Het tweede slachtoffer was na het schot in zijn rug door zijn knieën gegaan, waarna het slachtoffer van achteren en schuin van boven naar beneden door zijn achterhoofd werd geschoten. Volgens de rechter wekt dit de indruk van een executie.

Vanwege de ernst van zijn daden “weegt de vergelding heel zwaar en is er minder ruimte om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte”, oordeelt de rechter. “Hoe zeer de rechtbank ook ziet in welke omstandigheden de verdachte verkeert.”

Hoger beroep

S. en het Openbaar Ministerie hebben twee weken de tijd om in hoger beroep te gaan als zij zich niet kunnen vinden in het vonnis.

Share.
Exit mobile version