NOS Nieuws
In de Noord-Ierse stad Portadown hebben demonstranten voorkomen dat de omstreden Oranjemars zondag kon plaatsvinden. Tot na middernacht blokkeerden ze Garvaghy Road, waar de optocht langs zou komen.
De blokkade begon al in de nacht van zaterdag op zondag. De hele dag stonden betogers tegenover elkaar. Na middernacht berichtte de BBC dat de tegenstanders de weg hadden verlaten. Zo’n twintig tot dertig bewoners zouden nog wel zijn achtergebleven, maar verkeer kon er weer langs.
De Noord-Ierse Parades Commission bepaalde vrijdag dat de optocht van de protestantse Oranje-orde door een van oudsher katholieke wijk mocht doorgaan. Wel zouden er strikte voorwaarden gelden.
Zo mochten er maar enkele tientallen mensen aan meedoen en muziekkorpsen waren niet welkom. Het zou de eerste keer sinds 1998 zijn dat de mars zou doorgaan. In de jaren 90 liep het vaak uit op geweld en daarom werd er al die jaren geen toestemming voor gegeven.
De leden van de Oranje-orde toonden zich de hele dag vastbesloten om alsnog te gaan lopen. Ze riepen de politie op om de tegenbetogers van straat te halen, maar zover kwam het niet. Voor zover bekend zijn er geen aanhoudingen verricht.
Onder de tegendemonstranten bevonden zich ook politici: de Noord-Ierse Michelle O’Neill van de Iers-nationalistische partij Sinn Féin en partijleider Mary Lou McDonald spraken zich fel uit tegen de mars.
Gavin Robinson van de Democratic Unionist Party (DUP) beschuldigde O’Neill en haar partij ervan de wet te overtreden. Met haar deelname aan het protest zou ze de politie, en de rechtsstaat ondermijnen.
De Britse minister voor Noord-Ierland Chris Bryant betreurde de situatie. Hij zei dat de blokkade van tegenbetogers illegaal was. Hij riep betogers aan beide zijden op om mee te werken met de politie.

