NOS Nieuws•
-
Iris Houben
redacteur Buitenland
-
Iris Houben
redacteur Buitenland
Ze slapen in auto’s, tentjes, parken en soms gewoon op de stoep: voor de honderdduizenden vluchtelingen in Beiroet geldt inmiddels alles als een slaapplaats. Sinds Israël vorige week grote delen van Zuid-Libanon en de zuidelijke wijken van de hoofdstad opdroeg om te evacueren, zijn volgens de Libanese overheid al meer dan een half miljoen mensen op de vlucht geslagen. En dat aantal ligt mogelijk nog hoger. VN-organisatie UNHCR spreekt inmiddels al van 700.000 vluchtelingen.
Het evacuatiebevel volgt op de aanhoudende aanvallen tussen Israël en de militante beweging Hezbollah, een bondgenoot van Israëls aartsvijand Iran. Nadat Irans opperste leider Khamenei bij een Israëlisch-Amerikaanse aanval werd gedood, vuurde Hezbollah uit solidariteit met Iran raketten en drones af op Israël. Sindsdien verkeren Israël en Hezbollah opnieuw met elkaar in oorlog.
De massale vluchtelingenstroom die de afgelopen dagen op gang is gekomen, is voor de Libanese autoriteiten nauwelijks bij te houden. De overheid vangt zo’n 100.000 vluchtelingen op, verdeeld over iets meer dan 500 locaties. Voor de rest is er simpelweg geen plek. Zo mogelijk slapen mensen bij vrienden en familie, voor wie daar niet terechtkan is de straat vaak de enige uitweg.
“De omvang van deze evacuatiebevelen en de snelheid waarmee mensen moeten vertrekken is echt ongekend”, zegt Dalal Harb, woordvoerder van VN-hulporganisatie UNHCR in Beiroet. “De meeste mensen zijn halsoverkop en zonder spullen van huis vertrokken. Ze zijn doodsbang, zeker nu ook evacuatiebevelen zijn uitgegeven voor dichtbevolkte gebieden.”
Maar terwijl Beiroet afstevent op een humanitaire crisis, lijkt een einde van de oorlog voorlopig nog niet in zicht. Afgelopen zondag werd nog een hotel doelwit van een Israëlische aanval. Die was volgens Israël gericht op vier Iraanse leiders die in het hotel zouden verblijven.
En gisteren publiceerde mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch een onderzoek waaruit naar voren kwam dat Israël onrechtmatig witte fosfor gebruikte tijdens aanvallen in het zuiden van Libanon. Dat is een chemische stof die licht ontvlambaar is, en schadelijk kan zijn voor mensen en landbouwgrond. De stof mag alleen onder bepaalde omstandigheden worden gebruikt. In de andere gevallen is het gebruik van witte fosfor een oorlogsmisdaad.
En dan is er nog de Israëlische grondinvasie. Die begon in het zuiden van Libanon, maar inmiddels zijn er ook gevechten gemeld tussen Israëlische troepen en Hezbollah-militanten in het oosten van Libanon. Afgelopen weekend kwamen daarbij nog 41 mensen om het leven.
Dominantie in de regio
Naarmate de intensiteit van de oorlog in Libanon met de dag toeneemt, groeien ook de zorgen over verdere escalatie. Tijdens de vorige oorlog in 2024 heeft Israël Hezbollah flinke schade toegebracht. Zo werd een groot deel van het wapenarsenaal vernietigd, raakten duizenden mensen gewond bij een grote aanval op Hezbollah-piepers, en werd Hezbollah-leider Nasrallah gedood.
“In de afgelopen jaren heeft Israël steeds meer de militaire dominantie in de regio opgeëist”, zegt Nora Stel, universitair docent conflictstudies aan de Radboud Universiteit. De vraag over het verdere verloop van de oorlog lijkt daarom vooral een vraag aan Israël.
Veel Libanezen kijken daarom bezorgd naar de toekomst, nu de interne spanningen blijven oplopen en ook de overheid zich feller uitspreekt tegen Hezbollah. Zo werden alle militaire activiteiten van Hezbollah verboden en kreeg het leger de opdracht om Hezbollah-leden op te pakken. “In Libanon heerst altijd de vrees voor interne conflicten, ook al heeft Hezbollah nu veel maatschappelijk draagvlak verloren”, legt Stel uit.
Stel verwacht dat er van een burgeroorlog voorlopig nog geen sprake zal zijn. Wel denkt zij dat er ook zonder breed maatschappelijk draagvlak, altijd aanhangers van Hezbollah of soortgelijke groepen zullen blijven bestaan. “Het harde optreden van Israël zal een voedingsbodem zijn voor nieuwe groepen die tegen Israël zijn.”











