NOS Nieuws
De behandeling in ggz-instellingen van zeker 60.000 mensen met een ernstige psychiatrische aandoening is vaak tevergeefs. Daarmee is een kwart van de volwassenen met zo’n aandoening buiten beeld van de zorginstanties. Dat blijkt uit een grote analyse(opent in nieuw venster) van de knelpunten in de geestelijke gezondheidszorg, uitgevoerd in opdracht van de brancheorganisatie van de Nederlandse ggz.
Het hardnekkigste knelpunt is dat patiënten niet goed worden begeleid wanneer zij na een geslaagde behandeling weer naar huis gaan. Problemen zoals schulden kunnen weer leiden tot een crisis en acute opname. Ook hebben veel patiënten helemaal geen huis en leven ze op straat.
“Dat is voor niemand een stabiele of veilige omgeving, laat staan voor deze kwetsbare mensen”, zegt Joost Harkink, bestuurder zorg en veiligheid bij de brancheorganisatie. “Je ziet dat ze frequent opnieuw in een crisis raken en weer moeten worden opgenomen en dat er een draaideur in de acute ggz-zorg bestaat.”
Dit fenomeen speelt ook voor mensen met psychische problemen die een misdrijf hebben gepleegd en hun gevangenisstraf hebben uitgezeten. Ook zij belanden geregeld op straat en raken uit het zicht van zorgverleners. In het rapport staat dat zeker de helft van hen binnen twee jaar weer vastzit.
Kleine problemen die snel groter worden
Ook patiënten die wél een dak boven hun hoofd hebben kunnen weer in problemen komen. Mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen vinden het lastiger praktische zaken te organiseren en overzichtelijk te houden. Ze vergeten bijvoorbeeld boetes te betalen. Dat kan al snel een groter financieel probleem worden waardoor ze geen huur meer kunnen betalen en dakloos worden.
Zo’n situatie bemoeilijkt een structurele oplossing omdat patiënten uit het zicht van zorgverleners raken.
Uit eerder onderzoek(opent in nieuw venster) voor de brancheorganisatie dit jaar blijkt dat er jaarlijks 3980 sociale huurwoningen nodig zijn voor mensen met een ernstige psychiatrische aandoening, terwijl er doorgaans ongeveer 1300 beschikbaar komen.
Bemoeizorg is versnipperd
In Nederland bestaan tal van teams die actief op zoek gaan naar uit het oog geraakte patiënten om hun leven weer op de rit te krijgen. Dergelijke bemoeizorg wordt gegeven door zogenaamde FACT-teams waar zorgverleners, sociaal werkers en ervaringsdeskundigen deels het sociale vangnet worden van patiënten. Ook als het goed gaat met de patiënt blijft er contact zodat bij kleine problemen op tijd geholpen kan worden om een nieuwe negatieve spiraal te voorkomen
Een probleem is dat de beschikbaarheid van deze ‘bemoeizorg’ sinds de grote zorghervorming van 2015 niet meer een wettelijk verplichting is voor gemeenten. Het gevolg is dat deze zorg in sommige gemeenten beperkt aanwezig is.
Tegelijk is financiering van bemoeizorg ingewikkelder geworden sinds 2015 omdat de verantwoordelijkheid voor deze zorg is opgeknipt. Zowel zorgverzekeraars, gemeenten als het Rijk moeten ieder een deel van de zorg vergoeden. In de praktijk merken zorgverleners dat belangrijke taken niet of nauwelijks worden vergoed.
“Als we patiënten die dakloos zijn zoeken, dan krijgen we daar niet voor betaald”, vertelt Steffen Hoogeveen, casemanager bij de Utrechtse ggz-organisatie Altrecht. “Alleen als we iemand vinden en persoonlijk contact leggen, krijgen we een vergoeding voor dat gesprek. Ook mogen we dan een reisvergoeding declareren.”
Volgens Hoogeveen zou het een groot verschil maken als de zoektocht ook wordt vergoed. “Dan ga je daar ook meer tijd in stoppen. Waarschijnlijk halen we dan meer mensen uit de negatieve spiraal.”
Wachten op Haagse werkgroep
De brancheorganisatie voor de ggz beveelt ook in het rapport aan om bij iedere overgang van zorg, bijvoorbeeld bij ontslag uit de kliniek, altijd hulpverleners te laten meereizen zodat het contact met de patiënt behouden blijft. “Ook pleiten we voor een wettelijke verankering voor de beschikbaarheid bemoeizorg”, zegt Harkink. “Dat die zorg er is moet de norm in elke gemeente worden.”
De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) steunt deze oproep en vroeg het kabinet al eerder dit jaar om de bemoeizorg weer wettelijk te verplichten met een helder financieel kader. Ook de vier grote steden(opent in nieuw venster) zien deze verplichting als noodzaak, zeker nadat zij de laatste jaren een stijging hebben ervaren van geweldsincidenten gepleegd door mensen met psychiatrische problemen.

