NOS Nieuws

Binnen een week tijd zijn twee overlevenden van Kamp Vught overleden. Dinsdag overleed Elly Vleeschhouwer-Blocq op 101-jarige leeftijd. Donderdag overleed Marie Verbraeken-Blommaart (105).

Naar aanleiding van het overlijden van Vleeschhouwer laat Nationaal Monument Kamp Vught weten bedroefd te zijn opnieuw iemand te moeten verliezen van de laatste generatie ooggetuigen. “Kamp Vught verliest in Elly een bijzondere vrouw wier krachtige stem voorgoed is gedoofd, maar zal blijven weerklinken in het verhaal dat wij te vertellen hebben”, aldus het kamp op Facebook(opent in nieuw venster).

Vleeschhouwer was in 1943 een van de eerste gevangenen die werd opgesloten in het concentratiekamp. Na de oorlog zweeg ze daarover totdat journalist Femmetje de Wind twee jaar geleden haar verhaal opschreef in het boek Hij noemde me Elly.

Getrouwd stel

Vleeschhouwer groeide op in een Joods gezin in Amsterdam en was aan het begin van de oorlog smoorverliefd geworden op de eveneens Joodse Wim. Na een halfjaar kregen ze verkering. In 1942 vroeg hij haar ten huwelijk. Het was te snel en Elly en Wim waren te jong, vonden Elly’s ouders. Maar Wim had een reden: als ze op transport moesten, konden ze als getrouwd stel bij elkaar blijven.

Op 14 januari 1943 stond de Grüne Polizei voor de deur. “Ik weet nog goed dat ik wanhopig naar Wim keek en dacht: nu moeten we elkaar toch loslaten”. aldus Vleeschhouwer later in een interview(opent in nieuw venster). Maar toen ze afscheid wilde nemen van haar man, stelde hij resoluut dat hij meeging.

Niet veel later werden Elly en Wim ingedeeld bij het zogenaamde Philips-Kommando. Dat was een industriële werkplaats in het concentratiekamp die het elektronicaconcern onder dwang van de Duitse bezetter moest opzetten, nadat de Philipsfabrieken in Eindhoven waren gebombardeerd.

Auschwitz

Hun werkzaamheden voor Philips hebben ze het leven gered, zou Vleeschhouwer later zeggen. Zelf overleefde ze in totaal acht concentratiekampen, waaronder Auschwitz.

Hoe het precies is gegaan, is tot de dag van vandaag onbekend. Kennelijk had iemand uit de hoogste regionen bij Philips de SS in Berlijn ervan overtuigd dat zij en haar man weliswaar op transport waren gesteld maar behoorden tot “de beste vakarbeiders van Philips”. Er mocht ze dus niets worden aangedaan.

Marie Blommaart

Marie Blommaart groeide op in een katholiek gezin met een bakkerij in het Zeeuwse dorp Lamswaarde. Zij kwam begin 1943 als 21-jarige vrouw in het verzet terecht. Een verzetsman liep de bakkerij binnen en vroeg of iemand illegale boodschappen kan vervoeren. “Ons Marie doet het wel”, antwoordde Blommaarts moeder.

Ze vervoerde tijdens de Tweede Wereldoorlog illegale papieren over de Schelde voor het Zeeuwse verzet en verleende hulp aan onderduikers. In de pakketten die ze wegbracht zat ook(opent in nieuw venster) de illegale verzetskrant Trouw. Dat het gevaarlijk werk was, dacht ze niet over na. “Ik was heel naïef”, vertelde ze jaren later in Trouw(opent in nieuw venster).

In oktober 1943 werd ze door de Sicherheitsdienst thuis opgehaald. Blommaart werd eerst ondergebracht in Kamp Haaren en zat daarna ‘slechts’ twee maanden in Kamp Vught. Op 9 mei 1944 werd ze vrijgelaten, waarschijnlijk wegens gebrek aan bewijs.

Verzetsvrouwen

Zes jaar geleden, op 99-jarige leeftijd, leidde Marie Blommaart toenmalig minister Van Engelshoven rond door Nationaal Monument Kamp Vught. De minister was onder de indruk. “Blommaart vertelde dat ze hier leerde om weerbaarder te zijn”, aldus Van Engelshoven toen bij Omroep Brabant(opent in nieuw venster) “Ze leerde hier de waarde van haar eigen vrijheid en dat heeft ze de rest van haar leven meegenomen.”

Share.
Exit mobile version