NOS Voetbal•
Met een knoop in zijn maag volgt de oud-bondscoach van Iran het nieuws uit zijn land vanuit Nederland. De Iraans-Amerikaanse voetbaltrainer Afshin Ghotbi (62), die een Nederlandse vrouw heeft en ooit staflid was onder Guus Hiddink, Pim Verbeek en Dick Advocaat in Zuid-Korea, hoopt dat Iraanse sporters zich snel zonder dilemma’s en vol trots aan de wereld kunnen tonen. Misschien nog wel op het WK in de Verenigde Staten, Canada en Mexico.
Lang zweeg ook Ghotbi, tussen 2008 en 2011 de bondscoach van Iran en daar een zeer bekende naam, liever over maatschappelijke en politieke zaken in zijn geboorteland. “Als sporter is het namelijk belangrijk om neutraal te blijven. Maar er is een rode lijn: het doden en arresteren van onschuldige burgers. Ik hoop ook begrip te kweken voor Iraanse sporters, die vaak onbegrepen zijn, in eigen land en erbuiten.”
“Iraniërs zijn in eigen land niet vrij en in het buitenland word je vaak behandeld als een terrorist, een tweederangsburger. Iraniërs over de hele wereld moeten keihard knokken om de dingen te kunnen doen waarvan ze dromen. Ik kan als Iraans-Amerikaans voetbaltrainer vertellen hoe moeilijk het is om aan de bak te komen. De isolatie van Iran, grotendeels door de positie die het regime heeft ingenomen, straalt door naar Iraniërs wereldwijd.”
Loodzware weken
Ghotbi beleeft loodzware weken nu al het contact met familie, vrienden en oud-collega’s in Iran onmogelijk is geworden.

Ghotbi, oud-bondscoach van Iran over WK, voetbal en oorlog
“Zo veel jonge mensen zijn afgeslacht terwijl ze alleen maar om basale dingen als vrijheid en hoop vroegen. Dingen die even noodzakelijk zijn als water of zuurstof. Enerzijds vliegen er projectielen van een andere mogendheid op ze neer en anders wel kogels van hun eigen regering. Als Iraniër in het buitenland wil je ze beschermen, een kogelvrij vest voor ze zijn, maar je bent machteloos.”
Gijzelingscrisis
Ghotbi werd geboren in Teheran, maar groeide grotendeels op in Los Angeles. Zijn ervaringen als Iraanse jongen in de Verenigde Staten van die tijd hebben hem gevormd.
“Het was niet eenvoudig. Tijdens de Islamitische Revolutie zat ik op school in LA. Tijdens de gijzelingscrisis (in 1979 werden 66 Amerikanen ruim een jaar gegijzeld op de ambassade in Teheran) werd mij als jochie constant toegebeten dat wij die mensen maar eens vrij moesten laten. En dat soort dingen ben ik eigenlijk altijd blijven ervaren.”
Het maakte een diepe drang in Ghotbi los om te laten zien wat hij waard was, als Iraniër buiten Iran. Hij vond daarvoor een podium in het voetbal, geïnspireerd door Johan Cruijff en Wim Suurbier, die hij bij de LA Aztecs van dichtbij had zien schitteren. Ghotbi richtte een voetbalschool op en hielp spelers als John O’Brien (later Ajax) in hun spelersloopbaan.
En uiteindelijk bracht het voetbal hem ook weer terug naar zijn geboortegrond, naar Teheran, waar hij als kleuter nog op straat had gevoetbald.
Groene revolutie
Na een dienstverband bij topclub Persepolis werd Ghotbi aangesteld als bondscoach van Iran, waarmee hij het WK van 2010 moest zien te behalen. Maar in de zomer van 2009 brak de Groene Revolutie uit, een protestgolf tegen het presidentschap van Mahmoud Ahmadinejad, een hardliner binnen het regime.
Ghotbi kwam erachter hoe ingewikkeld het krachtenveld is waarmee Iraanse sporters te maken hebben. Hij stond midden in de storm. “We speelden een WK-kwalificatiewedstrijd tegen Zuid-Korea en plots zag ik dat vijf van onze spelers een groene band droegen. Ik wist van niets. Mij werd verteld dat dat een religieuze boodschap was, maar dat bleek achteraf niet waar te zijn.”
De vijf spelers toonden met hun bandjes hun solidariteit met de demonstranten. “Er gebeurde daarna een hoop tijdens de rust in de kleedkamer, dingen waar ik niet verder op in kan gaan. Maar het had grote effecten. Ook op de wedstrijd, omdat de spelers met hun hoofd elders waren. Bij het lot van hun familie en vrienden op straat.”
In Seoul greep Iran toen naast WK-plaatsing. Maar terug in Teheran voelde Ghotbi dat niemand daarmee bezig was: de politiek overheerste alles. Ghotbi werd van bovenaf nooit letterlijk gevraagd een positie in het politieke debat in te nemen, vertelt hij. “Maar je beseft terdege dat als je je rol wil vervullen, je neutraal moet blijven.”
Hij twijfelde over stoppen, maar ging uiteindelijk door tot en met de Azië Cup in 2011, in de hoop van binnenuit een positieve invloed op de Iraanse samenleving te hebben.
Vrij Iran
Met het WK van komende zomer in zicht droomde Ghotbi al over de wedstrijden van Iran in zijn Los Angeles, waar veel geboren Iraniërs wonen. Of dat daadwerkelijk gaat gebeuren, of dat Iran zich terugtrekt, blijft nog wel even ongewis.
Ghotbi weet hoeveel voetbal voor Iraniërs betekent. “Voor de mensen, die verder zo weinig te vieren hebben, is het een religie of soms meer. Bij Persepolis zaten meer dan 100.000 mensen op de tribunes. De passie voor voetbal is niet in woorden te vatten.”
Maar voorlopig blijven de politieke dilemma’s en kopzorgen onderdeel. Spelers van het nationale team blijven tussen twee vuren inzitten.
“Natuurlijk zien sommige mensen het nationale elftal als onderdeel van het regime en distantiëren ze zich van de spelers. Dat brengt hen in een vreselijk lastige positie.”
“Het is hun levensdoel geweest om hun geboorteland te vertegenwoordigen op het wereldtoneel, en dan opeens word je niet gewaardeerd door je eigen volk. Eenieder die weet hoeveel de spelers hebben opgeofferd voor waar ze zijn, begrijpt hoe zwaar dat is.”

Iraanse voetbalsters in Australië maken zich grote zorgen
Het ideaalbeeld is een vrij Iran, een nationaal elftal dat zich zonder enige bijgedachten aan de wereld kan tonen.
“Ik heb in de Verenigde Staten mensen zo vaak horen zeggen dat ze Perzisch waren, en niet Iraans, uit schaamte en door de vooroordelen waarmee ze te maken hebben gehad. Een vrij Iran, ook in het voetbal, zou prachtig zijn, want dat heeft zoveel te bieden aan de voetbalgemeenschap.”











