NOS Nieuws••Aangepast
Vier Indonesische militairen moeten de cel in voor een zuuraanval tegen een mensenrechtenactivist. De militaire rechtbank gaf hun straffen van 1,5 tot 3 jaar. Twee daders worden ook uit het leger gezet. De aanval schokte Indonesië, vooral nadat beelden ervan waren rondgegaan.
Activist Andrie Yunus bekritiseerde de groeiende rol van het leger in de overheid. Toen hij op 12 maart van dit jaar ’s avonds op zijn scooter terug naar huis reed, werd hij door de militairen opgewacht op een kruispunt in Centraal Jakarta. Ze gooiden zuur in zijn gezicht, het gekrijs van Yunus op de beelden ging door merg en been. Een kwart van zijn lichaam raakte verbrand en hij verloor een oog.
‘Goedkeuring van de regering’
Mensenrechtenactivisten zijn niet tevreden met deze uitspraak. Ze eisen dat justitie nu ook onderzoek doet naar de opdrachtgevers van de aanval. “De aanval op Andrie Yunus is een voorbeeld van het groeiende gevaar voor Indonesische activisten”, zegt Hamid Usman van Amnesty International. Volgens een telling van zijn organisatie is het aantal bedreigde activisten licht gestegen van 288 in 2024, naar 295 activisten vorig jaar. Maar het feit dat meer bedreigingen fysiek worden, baart hem grote zorgen.
“Ikzelf ben ook met de dood bedreigd, aan de telefoon”, zegt Usman. En volgens Amnesty International is dat onderdeel van een campagne ingezet door het leger, met impliciete goedkeuring van de regering. “President Prabowo Subianto heeft sinds zijn aantreden meermaals dreigende taal uitgeslagen richting activisten en journalisten.” En volgens hem ziet het leger dat als een goedkeuring om hun dreigementen op te voeren.
Uit een rapport van Amnesty blijkt dat het leger een online desinformatiecampagne is begonnen om critici in diskrediet te brengen. Met het groeiende aantal dreigementen tot gevolg.
Doodsbedreigingen
Een van de slachtoffers van de groeiende dreigingen is Iqbal Damanik. Al een decennium voert hij voor Greenpeace actie tegen de verwoesting van de natuur in Indonesië door grondstofwinning. Maar toen hij dit jaar een campagne begon over de nikkelmijnen in Raja Ampat in Papua kreeg hij een stortvloed aan bedreigingen online.
“Het waren vooral berichten die positief waren over de regering. Dat ik nepnieuws de wereld instuurde en dat de regering het best goed deed.” En dan voegden sommigen er nog een doodsbedreiging aan toe. “Sommigen zeiden dat ze me zouden onthoofden.”
Toen Iqbal toch doorging met zijn campagne werd de dreiging ineens heel direct. “Ze kwamen bij me thuis, en lieten een onthoofde kip achter.” En een briefje met de boodschap dat hij zijn mond moest houden. “Anders zou mijn familie gevaar lopen. Dat was ongelooflijk beangstigend.”
President Prabowo
Volgens Hamid Usman heeft het allemaal te maken met de autoritaire neigingen van president Prabowo en de groeiende macht van het leger. Hoge militairen krijgen daarmee lucratieve rollen bij het graven naar nikkel en het inrichten van palmolie- en suikerrietplantages. “En ze zien ons als een obstakel voor hun economische doelen.”
Indonesië toont wat dat betreft zorgelijke parallellen met de dictatoriale en kleptocratische tijd onder Prabowo’s oud-schoonvader Soeharto in de jaren ’60 tot ’98, waarin een kleine groep zich verrijkte ten koste van de bevolking. Tijden waarin tegenstanders vaak met geweld uit de weg werden geruimd.
Het kruispunt in Centraal Jakarta waar Andrie Yunus werd aangevallen lijkt daarmee symbolisch. Indonesië leek lange tijd vooruit te gaan richting een democratischer en opener samenleving. Maar het land lijkt te zijn omgedraaid en keert terug naar repressievere tijden. En de aanval op Andrie Yunus maakt dat voor activisten heel concreet.
Vertrek of zelfcensuur
“Ik denk er weleens over na om vertrekken uit Indonesië”, zegt Usman. De bedreigingen tegen hem en zijn familie baren zijn omgeving grote zorgen. Hij hoopt na gesprekken met de Nederlandse ambassadeur op hulp als het erop aankomt. Na vragen van de NOS zegt het ministerie van Buitenlandse Zaken niet op individuele zaken te reageren.
Ook Iqbal denkt weleens na over een vertrek. Maar hij kiest voorlopig voor enige zelfcensuur. “Ik ga iets meer berekenend spreken. Al was het maar omdat mijn vrouw me daar soms om vraagt.” Want hij vindt het belangrijk om zijn stem, al dan niet lichter, te verheffen. “Ik blijf hoop houden dat het beter wordt in Indonesië. Dat wordt een moeilijke strijd, ook voor mijn familie.”












